Het wielrennen is al jaren hot in Vlaanderen. Rond de eeuwwisseling keken zo'n 750.000 Vlamingen naar de Ronde van Vlaanderen op tv. Vorig jaar haalde die klassieker 1,1 miljoen kijkers. Het aantal Vlamingen dat een week later afstemt op Parijs-Roubaix klom in dezelfde periode van 800.000 naar 900.000, leert een onderzoek van de KU Leuven. Niet alleen de topwedstrijden winnen aan belangstelling. In 2000 trok een wielerwedstrijd op de VRT gemiddeld 332.213 kijkers. In vijftien jaar is dat aantal gestegen met bijna 40 procent tot 514.363.

Maar Vlaanderen is de wereld niet. Internationaal blijft het aantal tv-kijkers voor het wielrennen ondermaats. Een derderangskoers als Le Samyn, de opener van het seizoen in Wallonië, trok op VTM 220.000 kijkers. Een rit van de Ronde van Italië, de op één na belangrijkste rittenkoers ter wereld, wordt in amper zes landen door meer dan 200.000 kijkers gevolgd: Italië, Frankrijk, België, Nederland, Spanje en Duitsland. "Volgens het onderzoeksbureau AC Nielsen België is wielrennen de vijfde sport wereldwijd. Maar ik denk dat een positie tussen de vijftiende en de twintigste plaats realistischer is", zegt Daam Van Reeth, een sporteconoom van de KU Leuven.

Verschuiving naar sportzenders

Niet alleen de internationale interesse blijft beperkt, de belangstelling voor wielerwedstrijden op tv neemt ook gestaag af. Het aantal kijkers dat twee weken geleden Milaan-Sanremo, de eerste topklassieker van het seizoen, volgde daalde met bijna 700.000, of 26 procent. Een uitzondering is dat niet. Vorig jaar stemde een hoop minder wielerfans af op de Ronde van Frankrijk: -32 procent in Nederland, -16 procent in Spanje, -12 procent in het wielergekke Vlaanderen en -9 procent in het thuisland Frankrijk.

"Ik zie twee redenen voor die achteruitgang. Het wielrennen is erg voorspelbaar geworden", weet Van Reeth. "De ritten van de Ronde van Frankrijk zijn saai. Vlakke ritten die eindigen op een massasprint, bergritten waar het superrijke Team Sky alles controleert. Daarnaast verschuiven de wedstrijden steeds meer van de klassieke zenders naar sportkanalen. Het publiek volgt niet altijd, mensen zijn nu eenmaal trouw aan een zender. In Spanje is de Tour niet meer te zien op de grote publieke kanalen, tenzij soms het laatste uur van een bergrit. Een rit op het Spaanse sportkanaal, zelfs als het niet betalend is, lokt 500.000 kijkers. Op een algemene zender waren dat 1,5 miljoen kijkers."

Het wielrennen is erg voorspelbaar geworden. De ritten in de Ronde van Frankrijk zijn saai.

Ook bij ons is die evolutie merkbaar. Milaan-Sanremo werd in Vlaanderen niet meer uitgezonden door Sporza, maar door Eurosport: er bleven 359.000 kijkers over, of een daling met 46 procent. En het kan nog erger: de Strade Bianche, de legendarische Italiaanse wedstrijd over Toscaanse grindwegen, werd in Nederland niet uitgezonden op Eurosport 1 - daar kreeg biatlon voorrang - maar op Eurosport 2, dat vaak niet in het basispakket zit.

Marginale tv-rechten

Volgens Daam Van Reeth wordt het dalende aantal kijkers voor het wielrennen een probleem. Minder bereik betekent op termijn minder tv-rechten voor de organisatoren, en die zijn in het wielrennen al goedkoper dan in andere sporten. Volgens de sporteconoom komen de totale tv-rechten in de wielersport niet uit boven 100 miljoen euro. De tv-rechten voor de Belgische Pro League-voetbalcompetitie zijn alleen al 80 miljoen euro waard. Of om een internationale vergelijking te maken: Sky Sports en BT Sports betalen 6,9 miljard euro om de voetbalwedstrijden van de Britse Premier League tot 2019 live te mogen uitzenden.

Amaury Sports Organisation (ASO), de eigenaar van de Ronde van Frankrijk, krijgt iets meer dan 25 miljoen euro tv-rechten van France Télévisions en 5 miljoen euro van de Duitse zenders. In totaal zou de organisatie 50 à 60 miljoen euro tv-rechten opstrijken. Hoeveel andere belangrijke organisatoren zoals RCS (Ronde van Italië) en Flanders Classics (Ronde van Vlaanderen) binnenrijven, is niet officieel bekend. Voor Flanders Classics doet het bedrag van 1 miljoen euro televisiegelden de ronde.

Van Reeth: "Daar komt nog bij dat de tv-rechten niet in de sport blijven. ASO en RCS keren ze uit aan aandeelhouders of gebruiken ze om elders putten te vullen. In het voetbal worden die inkomsten geherinvesteerd. Het economische model van het wielrennen is daardoor lekgeslagen."

Verkeerd beeld

De wielerploegen zijn voor 90 procent afhankelijk van sponsoring. Maar wie wil nog een wielerploeg sponsoren als het bereik daalt? Voorlopig lijkt dat geen probleem. De budgetten van de topwielerploegen blijven stijgen. Vijf jaar geleden bedroegen die 10 miljoen euro per ploeg, nu 15 miljoen euro. Maar die cijfers zijn voor een deel opgeklopt door rijke mecenassen. Bovendien hebben bedrijven een verkeerd beeld van het bereik van de sport. Patrick Lefevere, de manager van Quick-Swtep, verklaarde twee jaar geleden dat de Tour wereldwijd 3,5 miljard kijkers trekt. "Fel overdreven", zegt Daam Van Reeth. "Het is veel minder, maar ploegen stappen wel naar sponsors met de hoogste kijkcijfers, waarbij ze de kijkers van live-uitzendingen en de verslagen in journaals optellen."

De econoom maakte berekeningen voor de belangrijkste vijftien tv-markten voor wielersport en komt uit op gemiddeld 16 miljoen livekijkers per dag voor de Ronde van Frankrijk. Voor een klassieker als Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen zijn dat 5,5 en 4 miljoen kijkers (zie tabel).

Vloeken in de kerk

Het wielrennen blijft voor 80 procent een Europese sport, met enkele uitlopers in China, de Verenigde Staten, Colombia en Australië. Dat zal niet snel veranderen. Toch hebben verscheidene sporteconomen al voorstellen gedaan om de wedstrijden aantrekkelijker te maken. Een optie is het aantal renners per ploeg dat deelneemt aan een wedstrijd, te verminderen van negen tot zes of vijf. Dat zou de spankracht vergroten. Het beste bewijs was de olympische wegrit vorig jaar, waar per land maar vijf deelnemers mochten starten. Van Reeth pleit voor nog meer veranderingen: "Het is vloeken in de kerk, maar waarom zou je geen twee korte tourritten in één dag rijden, zoals in de jaren zeventig nog gebeurde? Twee keer 80 kilometer in plaats van één keer 160 kilometer."

Minder bereik betekent op termijn minder tv-rechten voor de organisatoren, en die zijn in het wielrennen al goedkoper dan in andere sporten.

Voorbeelden uit andere sporten bewijzen dat nieuwe creatieve formules de aantrekkelijkheid kunnen doen toenemen. Een goed voorbeeld is biatlon. Die wintersport, die bestaat uit een langlaufwedstrijd waar de deelnemers na elke ronde met een geweer vijf keer op een doel schieten, was in de jaren tachtig op sterven na dood. Toen werd enkel het format van het tijdrijden in het wielrennen gebruikt. Een deelnemer startte en een paar minuten later volgt een andere. Het publiek vond dat maar niets.

Om de dalende trend te keren, werden andere formules ingevoerd, zoals een start met dertig deelnemers die tegelijk vertrekken en een achtervolgingswedstrijd. Sindsdien is biatlon wereldwijd de belangrijkste wintersport. Tijdens weekends haalt het in Duitsland gemakkelijk 4 à 5 miljoen kijkers per wedstrijd, dus evenveel als de Ronde van Vlaanderen wereldwijd, en dat zo'n twintig keer per winterseizoen. Biatlonatleten als Laura Dahlmeier, Magdalena Neuner en Ole Einar Bjørndalen zijn internationale vedetten geworden.

© Daan Van Reeth