"Ik zeg heel duidelijk: wij zullen volledig circulair worden. Wij kunnen dat." Georg Wagner laat er geen twijfel over bestaan. De ambitieuze doelstelling die Markus Steilemann, de CEO van Covestro, vorige lente heeft gelanceerd om als eerste bedrijf geen fossiele grondstoffen meer uit te putten en reststoffen volledig opnieuw in te zetten, zal worden gehaald. "We hebben nog niet alle toepassingen, maar onze ambitie is groot, en groter dan die van andere bedrijven die stellen dat ze klimaatneutraal willen werken of de uitstoot van CO2 willen verminderen", stelt Wagner. "Dit getuigt van moed. Voor mij is het ook heel duidelijk: ofwel heb je duurzame oplossingen voor je klanten, ofwel heb je geen klanten meer."
...

"Ik zeg heel duidelijk: wij zullen volledig circulair worden. Wij kunnen dat." Georg Wagner laat er geen twijfel over bestaan. De ambitieuze doelstelling die Markus Steilemann, de CEO van Covestro, vorige lente heeft gelanceerd om als eerste bedrijf geen fossiele grondstoffen meer uit te putten en reststoffen volledig opnieuw in te zetten, zal worden gehaald. "We hebben nog niet alle toepassingen, maar onze ambitie is groot, en groter dan die van andere bedrijven die stellen dat ze klimaatneutraal willen werken of de uitstoot van CO2 willen verminderen", stelt Wagner. "Dit getuigt van moed. Voor mij is het ook heel duidelijk: ofwel heb je duurzame oplossingen voor je klanten, ofwel heb je geen klanten meer." De 52-jarige Duitse ingenieur zegt het nadrukkelijk in een Nederlands waar heel wat expats een puntje aan kunnen zuigen. Nochtans is hij nog maar sinds ruim een jaar de baas van de Antwerpse Covestro- vestiging en diens 850 werknemers. Die produceert onder meer polycarbonaat voor koplampen en onderdelen van auto's, bouwtoepassingen, elektrische en elektronische componenten, ledlampen en medische technologie. In Antwerpen wordt ook aniline geproduceerd, een tussenproduct voor MDI, dat dan weer de basis vormt voor het isolatiemateriaal polyurethaanschuim. Wagner wijst erop dat ook Bayer, waarvan Covestro in 2015 via een beursgang werd afgesplitst, eerder al werk maakte van onderzoek naar het hergebruik van grondstoffen en het verminderen van plasticafval. "Dat we nu zeggen dat we als pionier volledig circulair willen werken, betekent dus niet dat we daarvoor hebben geslapen", zegt Wagner, die in de jaren 2000 geruime tijd als manager in de Verenigde Staten woonde en werkte. "Wel nieuw is de druk op onze klanten, en de druk van onze klanten op ons, om duurzame toepassingen te ontwikkelen. Nu is de wereld er klaar voor. Mensen kijken veel kritischer naar consumptie. Als ze nu naar IKEA gaan voor een matras of een bureaustoel, willen ze graag weten wat erin zit. Bovendien zijn er de Green Deal en het klimaatakkoord. Wij moeten als industrie onze voortrekkersrol spelen." Geen eenvoudige taak, gezien het fel geblutste imago van plastic. "We moeten altijd blijven herhalen dat onze kunststoffen geen wegwerpproducten zijn", zegt Wagner. "Iedereen scheert alle plastic over dezelfde kam, maar we hebben de onze nodig om de wereld duurzamer te maken, bijvoorbeeld met windmolens of lichtere voertuigen. Er zijn uiteraard ook andere plastics, voor eenmalig gebruik. Het is uiteraard belangrijk dat die ook gerecycleerd worden." Covestro is een voortrekker van het bedrijvennetwerk Alliance to End Plastic Waste, dat ervoor ijvert om kunststoffen niet langer ongecontroleerd in het milieu terecht te laten circuleren. Dat het duurzaamheidsstreven het bedrijf in de genen zit, blijkt uit het zogenoemde Dream Reaction-project, waarbij de klimaatzondaar CO2 wordt gecapteerd en omgezet in een grondstof voor kunststoffen. Het is het geesteskind van Patrick Thomas, de voormalige CEO van Covestro, toen nog Bayer MaterialScience geheten. Thomas vervulde daarmee een oude droom van de chemie om CO2 te gebruiken voor de productie van plastic, ter vervanging van petroleum. Voor polycarbonaat lukte het toen niet, wel voor polyurethaan. Vijf jaar geleden opende Covestro zijn proeffabriek Dream Production in het Duitse Dormagen, waar Wagner zijn thuis heeft. Covestro produceert er jaarlijks 5000 ton zogenoemde polyether polyolen met CO2 uit een chemische fabriek in de buurt, onder meer voor de productie van zachte polyurethaanschuimen. De eerste commerciële toepassing voor dat polyurethaan op basis van CO2 was een matras. Recticel, de Belgische verwerker van het materiaal, werd een afnemer van het eerste uur. De CO2-polyolen worden nu ook gebruikt in ondervloeren voor sportterreinen, in elastische vezels voor bijvoorbeeld sokken, in onderdelen voor interieurs van auto's, en sinds heel kort ook in isolatiepanelen. Stilaan rijpt dan ook het plan om een grote productiefaciliteit voor de CO2-gebaseerde polyolen te bouwen. "De vraag naar die stoffen is heel groot. Op zeker moment moeten we de stap zetten naar een grotere installatie. Ik mag dan wel in Dormagen wonen, ik hoop dat Antwerpen daarvoor in aanmerking komt", zegt Wagner. "Aan onze raad van bestuur zeg ik: ik wil die grootschalige productie graag in Antwerpen zien. We produceren hier al polyether polyol, we hebben de kennis en de ervaring van onze medewerkers en ingenieurs, en we zoeken een betrouwbare leverancier van CO2. Ik pitch hier maar een beetje" ( lacht). Al zal ook het prijskaartje van het polyurethaan met CO2 zeker ook een rol spelen alvorens de fabriek groen licht krijgt. "Er is heel veel druk op onze klanten om duurzame toepassingen aan te bieden, maar dat wil niet zeggen dat ze meer willen betalen voor zulke producten." Sinds de slagzin ' We will be fully circular' openlijk werd uitgesproken, stapelen de duurzaamheidsprojecten zich in Antwerpen op. Zo wordt de volgende jaren op de terreinen van Covestro een ontziltingsinstallatie gebouwd om vanaf 2024 brak dokwater om te zetten in proceswater voor de chemiesector. Daardoor hoeft die niet langer drinkwater uit het Albertkanaal te pompen voor zijn industriële processen. Covestro en het naburige speciaalchemiebedrijf Evonik stappen als eerste in het project, dat wordt geleid door de Amerikaanse investeringsmaatschappij Avaio en de ingenieursgroep Aecom, maar ook andere chemiespelers kunnen zich erbij aansluiten. De installatie zal bij de opstart 500.000 liter per uur kunnen produceren. Dat kan leiden tot een jaarlijkse waterbesparing die gelijk is aan de gemiddelde drinkwaterconsumptie van 40.000 gezinnen van vier personen. "Toen ik hier aan boord kwam, verraste het mij te vernemen dat België zo hoog staat op de lijst van droogteregio's", merkt Wagner op. "Dat het noorden van Spanje en Israël op die lijst staan, is bekend, maar dit was nieuw voor mij. Wij willen onze verantwoordelijkheid ook hierin opnemen. En nu duidelijk wordt dat we hiermee doorgaan, groeit de interesse van anderen. Als die willen instappen, kunnen meerdere modules van die installatie naast elkaar worden geplaatst." Begin dit jaar ontving Covestro ook zijn eerste levering van 2000 ton biogebaseerde benzeen van Total. Dat benzeen dient voor de productie van het polyurethaaningrediënt aniline. Covestro investeert in Antwerpen 300 miljoen euro in de uitbreiding van zijn anilineproductie, om de solide wereldwijde groei van de productie van isolatieschuimen te ondersteunen. Die capaciteitsuitbreiding zal leiden tot enkele tientallen extra banen in Antwerpen. Vorige week kondigde Covestro aan dat voortaan 45 procent van de elektriciteitsbehoefte van de Antwerpse vestiging zal worden gedekt door windenergie. Daarmee is Antwerpen de eerste vestiging van de groep die voor windenergie kiest. Covestro, dat net als andere chemiebedrijven energie-intensief produceert, heeft daarvoor een deal gesloten met Engie. De energie zal worden opgewekt met vijftien windturbines in vier nieuwe windparken in Hoogstraten, Eeklo, Kaprijke en Maldegem. Daarmee vermijdt Covestro de uitstoot van ruim 38.500 ton CO2, wat overeenkomt met de uitstoot van bijna 20.000 auto's per jaar. "Dit is een grote stap voor ons, maar we willen verder kijken", aldus Wagner. "100 procent hernieuwbaar is de doelstelling. We moeten zien wat Engie en anderen later kunnen aanbieden." Eveneens vorige week kondigde Covestro aan dat het een proces heeft ontwikkeld voor de chemische recyclage van polyurethaan uit gebruikte matrassen. Covestro heeft daarvoor onlangs een testfabriek op de site in Leverkusen in gebruik genomen. Bovendien gaf het bedrijf een stand van zaken voor zijn project Carbon4PUR, waarvoor het samenwerkt met Recticel, ArcelorMittal, de UGent en een tiental andere partners. Het door Europa gesubsidieerde project onderzoekt hoe CO en CO2 uit de rookgassen van de staalindustrie kunnen dienen voor de productie van polyolen als basis van polyurethaan voor isolatiematerialen en coatings. Dat Covestro het project trekt, is logisch, gezien zijn ervaring met het Dream-project in Dormagen. Antwerpen focust ook sterk op recyclage, een andere pijler van de bedrijfsstrategie richting circulair produceren. De site huisvest het wereldwijde procestechnologiecentrum voor polycarbonaat, dat zich meer dan ooit richt op chemische recyclagetechnologie. "Een hele uitdaging", zegt Wagner. Zuivere plastics, zoals de grote kantoorwaterflessen van de Sipwells en de Culligans van deze wereld, zijn een relatief eenvoudige klus voor recyclage. Antwerpen is overigens de enige vestiging van Covestro waar het producttype voor die ballonflessen wordt geproduceerd. Ook cd's en dvd's waren nog vlot te recycleren. Maar het recycleren van meer complexe, gekleurde kunststoffen zoals een autogrill of een pc-behuizing is andere koek. "Het is niet gemakkelijk dat materiaal, dat we hier ook produceren, weer op te splitsen in zijn basismoleculen, die dan opnieuw kunnen worden gebruikt. Met mechanische recyclage lukt dat niet, omdat z'n behuizing uit een mix van kunststoffen en additieven bestaat. Dus moet je naar chemische recyclage, waarmee je die componenten kunt scheiden, maar daarvoor is wel veel energie nodig. Daar zetten we nu heel zwaar op in", zegt Wagner vanuit zijn appartement met zicht op het Antwerpse MAS-museum. "Jammer genoeg heb ik door de coronamaatregelen nog niet veel van België gezien, maar dit is een mooie plek om te vertoeven."