De cijfers van het jaarverslag van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid laten er geen twijfel over bestaan: de jobmotor slaat aan. Dit jaar komen er 43.000 banen bij. Dat is iets meer dan in 2015, toen 41.000 banen werden gecreëerd. Tegen 2018 zouden er 180.000 jobs bijkomen. Daardoor zou de werkloosheidsgraad dalen van 8 naar 7,8 procent.
...

De cijfers van het jaarverslag van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid laten er geen twijfel over bestaan: de jobmotor slaat aan. Dit jaar komen er 43.000 banen bij. Dat is iets meer dan in 2015, toen 41.000 banen werden gecreëerd. Tegen 2018 zouden er 180.000 jobs bijkomen. Daardoor zou de werkloosheidsgraad dalen van 8 naar 7,8 procent.In tegenstelling tot de voorbije jaren doet de jobcreatie zich zo goed als uitsluitend voor bij de privéwerknemers en de zelfstandigen. De overheidssector is niet langer de groeimotor van de werkgelegenheid. Dat is een gevolg van de besparingen bij de overheid, ook al werd in 2015 nog een lichte stijging in het ambtenarenapparaat opgetekend (+1000 banen). De voorspellingen van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid zijn in lijn met die van de Nationale Bank. Onder andere de federale politiek van loonmatiging stimuleert de creatie van jobs. De werkzaamheidsgraad (nu 67 procent) zal dan weliswaar licht toenemen, maar tegen 2020 wellicht niet de Europese doelstellingen van 73 procent halen. Tenzij de groei extra aantrekt of er nieuwe maatregelen komen om de jobcreatie te ondersteunen.Opvallend is dat het rapport van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid stelt dat de digitale economie geen bedreiging is voor jobcreatie, integendeel. Uit het rapport van de HRW blijkt dat de hoogtechnologische werkgelegenheid tussen 2000 en 2011 met 22,3 procent gegroeid is, terwijl de niet-hoogtechnologische met 8,6 procent is gegroeid. Die groei lag hoger dan het Belgische gemiddelde.De Hoge Raad geeft toe dat bepaalde technologische taken gedigitaliseerd zullen worden. Dat kan de jobmarkt verstoren en voor een verdringingseffect zorgen: wanneer middengekwalificeerden uit hun jobs geconcurreerd worden, nemen ze soms laaggekwalificeerde banen aan. Maar tegelijk zijn er volgens de Hoge Raad indicaties dat de inhoud van de laaggekwalificeerde banen zich ook aanzienlijk heeft gewijzigd en ingewikkelder geworden is dan de voorbije jaren. Het aantal banen in de technologische sector bedraagt nog altijd 500.000, of 12 procent van de totale tewerkstelling. Van het constant verdwijnen van de banen in een bepaalde sector is niet echt sprake.De Hoge Raad voor de Werkgelegenheid wijst er ook op dat banen in de technologische sector voor aanvullende ondersteunende jobs zorgen. Het is de bekende theorie dat een ingenieur nood heeft aan ondersteunend personeel. Voor elke high-techbaan die er de voorbije tien jaar bijkwam, zouden er ongeveer drie niet-hoogtechnologische beroepen zijn bijgekomen. Mensen voor die ondersteunende taken - vaak lager geschoolden - zullen zich sneller dan vroeger aanbieden op de arbeidsmarkt. Ze kunnen gemakkelijker en goedkoper een beroep doen op diensten als kinderoppas en huishoudelijke hulp, waardoor ze niet langer thuis blijven voor die taken.De Hoge Raad geeft wel een waarschuwing mee: om ervoor te zorgen dat er een voldoende aanbod is voor jobs ter ondersteuning van hoogtechnologische functies, is er nood aan mensen die voldoende vertrouwd zijn met digitale media. En dat is in België soms een probleem. 13 procent van de 16- tot 74-jarigen in België heeft nog nooit internet gebruikt. In de Belgische scholen hebben de leerkrachten minder ervaring met nieuwe media dan in het buitenland. In de buurlanden hebben 70 tot 80 procent van de leerkrachten ICT-opleidingen gevolgd. In België is dat slechts 10 procent. Dit is volgens de Hoge Raad voor Werkgelegenheid niet langer houdbaar.Ten slotte geeft de Hoge Raad mee dat er grote regionale of provinciale verschillen zijn in de hoogtechnologische tewerkstelling. In West-Vlaanderen maken de high-techjobs slechts 2,3 procent van het aantal banen uit. In Limburg is dat 2,9 procent, in Oost-Vlaanderen 4,1 procent en in Antwerpen 5,3 procent. Bovenaan prijken Vlaams-Brabant met 6,1 procent, Brussel (6,3% high-techjobs) en Waals-Brabant met meer dan 8 procent.