Een half jaar na het uitbreken van de coronapandemie maakt Fedustria, de federatie van de Belgische textiel-, hout- en meubelindustrie, de balans op. "Sinds maart is de omzet van onze industriële sectoren met 24 procent gedaald in vergelijking met vorig jaar", zegt Fa Quix, de topman van Fedustria. De textielindustrie incasseerde de grootste klappen en zag de omzet dalen met 30 procent. In de meubelindustrie was de daling 20 procent, in de houtsector ging het om een krimp van 15 procent. "Sinds de zomer zien we beterschap. 85 procent van onze bedrijven spreekt van een lichte tot substantiële verbetering. 9 procent heeft het over een status quo en 6 procent zit nu in het dieptepunt van de crisis. Het is duidelijk dat de crisis voor sommige productiebedrijven nog niet voorbij is", zegt Quix.
...

Een half jaar na het uitbreken van de coronapandemie maakt Fedustria, de federatie van de Belgische textiel-, hout- en meubelindustrie, de balans op. "Sinds maart is de omzet van onze industriële sectoren met 24 procent gedaald in vergelijking met vorig jaar", zegt Fa Quix, de topman van Fedustria. De textielindustrie incasseerde de grootste klappen en zag de omzet dalen met 30 procent. In de meubelindustrie was de daling 20 procent, in de houtsector ging het om een krimp van 15 procent. "Sinds de zomer zien we beterschap. 85 procent van onze bedrijven spreekt van een lichte tot substantiële verbetering. 9 procent heeft het over een status quo en 6 procent zit nu in het dieptepunt van de crisis. Het is duidelijk dat de crisis voor sommige productiebedrijven nog niet voorbij is", zegt Quix."Onze industrie herpakt momenteel dankzij de export", vervolgt Fa Quix. "Het beleid staart zich vaak blind op Belgische relancemaatregelen, maar het buitenland is cruciaal voor de maakindustrie. 80 procent van onze omzet halen we - textiel, hout en meubel samen - uit het buitenland." Vooral de goederenstromen naar de buurlanden zorgen voor zuurstof in de Fedustria-sectoren. "Onze ondernemers zetten Duitsland en het Verenigd Koninkrijk op één als belangrijkste exportlanden. Daarna volgen Nederland, Frankrijk en de Verenigde Staten", geeft Quix aan. Volgens de topman moeten we goed beseffen dat de Europese Unie een enorme thuismarkt is. "Onze economische toekomst ligt daar. Ik reken daar voorlopig nog het VK bij. De extra's halen we dan wel uit de verre export naar Azië en Noord-Amerika."De moeilijke brexitonderhandelingen blijven dan ook als een zwaard van Damocles boven de Belgische textielindustrie hangen. "Als we een harde brexit krijgen, zullen we daar de weerslag van voelen. De helft van onze textielindustrie is actief in interieurtextiel, met tapijten, meubel- en matrasstoffen en huishoudtextiel. Voor die sector is het VK de eerste afzetmarkt. De brexit is voor onze industrie een bekommernis van eerste orde", zegt Fa Quix. Op 15 oktober moet er een deal liggen of niet. "We hopen dat er een minideal komt waarbij men akkoorden maakt voor de goederenhandel, quotavrij en zonder tarieven. Anders zal er veel economische schade zijn. De handelsstromen zullen vertraging oplopen door de douaneformaliteiten en onze belangrijkste goederen zullen 8 procent duurder worden door de importtarieven. Dat moeten we vermijden." Het wordt ook opletten voor kapers op de kust. "Waar we beducht voor zijn, is dat sommige concurrerende landen zoals Turkije proberen onze markten in te pikken. Met de zwakke Turkse lira voelen we dat vandaag al. Maar goed, wij hebben ook troeven", onderstreept Quix.De verbetering in de zomermaanden wijst zeker op een inhaalbeweging na de pijnlijke lockdown in het voorjaar. Maar is er ook een duurzaam herstel? "Als we peilen naar de orderboekjes bij onze bedrijven, dan zien we wel wat aarzelingen en vraagtekens. 47 procent van de bedrijven zegt dat het orderboek na de zomer minder goed gevuld is dan in dezelfde periode vorig jaar. Bij 27 procent is het even goed gevuld en 27 procent ziet een verbetering", stelt Fa Quix. Bij de bedrijven met even goed of beter gevulde orderboeken wijst 12 procent naar een structurele verbetering en 54 procent naar een inhaalbeweging na het dramatische voorjaar. Producenten hebben lang niet kunnen leveren, klanten konden niet bestellen, dat wordt nu ingehaald. Volgens 34 procent van de bevraagde ondernemingen spelen beide effecten."Het derde kwartaal zal relatief goed zijn in omzet, het vierde kwartaal waarschijnlijk weer minder. Het zal niet zo catastrofaal zijn als in het tweede kwartaal, tenzij men weer een lockdown uitroept, maar daar gaan we niet van uit", voorspelt Quix. Op jaarbasis verwacht de econoom voor de textielindustrie dit jaar een krimp van 20 procent. "Voor de hout- en meubelindustrie zal het eerder 10 procent zijn. Dat is al beter dan onze prognose van drie maanden geleden, maar het blijft zeer negatief." Fa Quix is kritisch voor de coronamaatregelen die de regering-Wilmès in het begin nam. "Er is aan overshooting gedaan. Het sluiten van bedrijven en winkels had in mijn ogen hooguit een paar weken mogen duren. Nu heeft dat twee maanden geduurd en dat heeft onnodig veel economische schade toegebracht. Onze bedrijven, evenals de meubel- en interieurzaken, bijvoorbeeld konden perfect coronaproof werken."Over de kersverse nieuwe federale regering heeft Fa Quix zijn twijfels. "Alexander De Croo is ongetwijfeld zeer geschikt als premier. Maar voor ons is het regeerprogramma minstens even belangrijk. En daar hebben we toch nog vele vraagtekens bij", zegt Quix. Hij verwijst onder andere naar het energiedossier. "De kernuitstap is nog altijd niet afgeblazen, met gevaar op energietekorten, hogere stroomprijzen, én hogere CO2-emissies." Er is ook het pensioendossier. "De pensioenkosten zijn nu al een probleem, die dreigen verder te ontsporen met het minimumpensioen van 1500 euro, en wie gaat dat betalen?" Volgens Fa Quix dreigen er mogelijks nieuwe 'rood-groene' belastingen om het begrotingstekort te delgen. "Daar blijft men vaag over", stelt hij.Over de sociaaleconomische maatregelen, zoals de tijdelijke werkloosheid, is de topman van Fedustria wel enthousiast. "Dat is een heel goed systeem dat bedrijven de mogelijkheid geeft te overleven. En de werknemers kunnen hun baan behouden met een behoorlijk inkomen. Het is een zeer flexibel instrument dat alleen gebruikt wordt als het strikt noodzakelijk is." In april was 60 procent van de werknemers in de textielsector tijdelijk werkloos. In de meubelindustrie was dat 52 procent en in de houtsector 25 procent. Sommige bedrijven zijn zes tot acht weken gesloten geweest. In de zomermaanden is de tijdelijke werkloosheid gedaald naar 10 procent in de textielindustrie, 5 procent in de meubelindustrie en 2,5 procent in de houtindustrie. De sector verwacht nog niet meteen structureel banenverlies dit jaar. "Negen op de tien bedrijven geven aan dat ze weinig of geen ontslagen plannen. 10 procent van de ondervraagde leden heeft het moeilijk en denkt wel aan bepaalde ingrepen", weet Fa Quix.Ook voor de investeringsplannen is er een gemengd beeld in de Fedustria-sectoren. "Uit de enquête blijkt dat de helft van onze bedrijven de investeringsplannen dit jaar niet terugschroeft. De andere helft schrapt wel investeringen of stelt ze uit naar 2021 of later. Het is belangrijk dat ze blijven investeren, maar het hangt af van sector tot sector", zegt Quix. Wat volgens hem opvalt is dat de heropleving in het technisch textiel het minst uitgesproken is. Terwijl dat de sterkhouder van de textielindustrie is. "Dat is innovatief textiel met veel toegevoegde waarde, maar het is afhankelijk van andere sectoren. Zo maken we textiel voor de automotivesector, die blijft het zwak doen. De vraag naar eventtapijt voor beurzen is ingestort. We zien ook aarzelingen voor een aantal toeleveringen aan de bouw. Maar geen paniek. Alles wat medisch textiel is, doet het zeer goed." De Belgische textielindustrie maakt nu ook mondmaskers, alle types en de beschermende lagen. "We hebben bewezen dat we op korte tijd hier productie kunnen opstarten. Het grootste gevaar is dat we op termijn geconfronteerd worden met overcapaciteit, zowel in België, in Europa als wereldwijd", besluit Fa Quix.