De medische ellende die het coronavirus veroorzaakt, overschaduwt een ander, maar steeds dringender megaprobleem voor onze gezondheidszorg: de groeiende resistentie van bacteriën tegen antibiotica, als gevolg van het overmatige gebruik ervan. Het bekendst zijn de ziekenhuisbacteriën die via mutaties resistent zijn tegen verschillende antibiotica, en daardoor zelfs routineoperaties heel risicovol kunnen maken. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) lopen we het risico dat tegen 2050 jaarlijks 10 miljoen mensen sterven aan bacteriële infecties die onbehandelbaar zijn doordat de ziektekiemen resistent zijn tegen de gangbare antibiotica.
...

De medische ellende die het coronavirus veroorzaakt, overschaduwt een ander, maar steeds dringender megaprobleem voor onze gezondheidszorg: de groeiende resistentie van bacteriën tegen antibiotica, als gevolg van het overmatige gebruik ervan. Het bekendst zijn de ziekenhuisbacteriën die via mutaties resistent zijn tegen verschillende antibiotica, en daardoor zelfs routineoperaties heel risicovol kunnen maken. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) lopen we het risico dat tegen 2050 jaarlijks 10 miljoen mensen sterven aan bacteriële infecties die onbehandelbaar zijn doordat de ziektekiemen resistent zijn tegen de gangbare antibiotica. Het Vlaamse Aelin Therapeutics, een spin-off van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), werkt aan een nieuwe manier om die antibioticaresistente bacteriën toch te verslaan. Terwijl bestaande antibiotica vooral de celwand van de bacterie aanvallen, ontwikkelde Aelin een manier om de schadelijke eiwitten in de bacterie uit te schakelen door ze te doen samenklonteren. Om het eenvoudig voor te stellen, vergelijkt CEO Els Beirnaert het met het koken van een ei, waardoor vloeibare eiwitten een vaste substantie worden. Maar Aelin heeft nog een ander ijzer in het vuur: de technologie kan mogelijk ook worden ingezet voor de ontwikkeling van medicijnen tegen onbehandelbare kankers door eiwitten, die de groei van kankercellen bevorderen, uit te schakelen. "Het is een en-enverhaal", zegt Beirnaert, die al bakken ervaring heeft in de biotech. Nadat ze aan het Tropisch Instituut voor Geneeskunde onderzoek naar hiv-medicijnen had gedaan, stapte de in Aalter opgegroeide Beirnaert als derde werknemer in het piepjonge Ablynx. Bijna negen jaar later ging ze aan de slag bij het VIB, waar ze verantwoordelijk werd voor de begeleiding van technologische innovaties in de aanloop van een start-up. "Projecten in hun vroege fase kneden zit in mijn DNA", zegt Beirnaert. Zo heeft ze er acht op de teller staan, inclusief Aelin, waar ze de leiding nam nadat een consortium van investeerders - de farmabedrijven Boehringer Ingelheim en Novartis, de Vlaamse fondsen PMV en Fund+, en het Nederlandse LSP - eind 2017 klaarstond om 27 miljoen euro op tafel te leggen. Hoe groot is het probleem van antibioticaresistentie? ELS BEIRNAERT. "Het wordt steeds nijpender. Maar we mogen geen paniekvoetbal spelen. We moeten er werk van maken. Dit is een kans om op een compleet nieuwe manier geneesmiddelen te maken. We geloven dat we dat kunnen, en we zijn gelukkig niet alleen. Er worden veel nieuwe benaderingen uitgetest om antibiotica te ontwikkelen, en er ontstaan fondsen die daarop focussen, zoals het Repair Impact Fund van het Deense farmabedrijf Novo Nordisk en onze aandeelhouder Boehringer Ingelheim." Waarom is niet eerder massaal ingezet op de ontwikkeling van nieuwe antibiotica? BEIRNAERT. "Het grote probleem is het businessmodel. Iedereen wil dat nieuwe antibiotica zo goedkoop mogelijk zijn, maar dat is vrijwel onmogelijk. Je kan moeilijk verwachten dat een bedrijf zulke investeringen doet in de klinische ontwikkeling, om aan het eind van de rit te zien dat het er zijn boterham niet mee kan verdienen. Bedrijven die succesvol met goede producten op de markt zijn gekomen, gaan toch failliet doordat er niet genoeg wordt betaald voor het product. Dat is ook de reden waarom wij hebben beslist niet alleen te werken aan antibiotica, maar ook op oncologie. Door op twee paarden te wedden, doen we aan risicospreiding. Beide zijn kansen. In beide domeinen is een grote medische nood." Wordt wel voldoende beseft hoe groot het gevaar van resistente bacteriën is? BEIRNAERT. "Op het World Economic Forum in Davos eerder dit jaar werd er een sessie over georganiseerd. Multiresistente ziekteverwekkers staan ook heel hoog op de lijst van de topprioriteiten van de WHO. Ook bij de G7 zijn ze een onderwerp van discussie. Iedereen is zich heel goed bewust van de urgentie en de hoge nood. En dat is nodig. Een overheid kan heel veel zaken doen, zoals fondsen vrijmaken om nieuwe ontwikkelingen te stimuleren. Regelgevers kunnen zorgen voor een vlotter traject om ze door de klinische testfasen te loodsen naar een goedkeuring, zoals ze tien tot vijftien jaar geleden al deden voor weesgeneesmiddelen tegen zeldzame ziektes. En dan moet het terugbetalingsmodel nog worden bekeken." Waar staat Aelin nu? BEIRNAERT. "We hebben in twee jaar heel veel stappen gedaan. We gaan heel snel. We kiezen later dit jaar met welke moleculen we naar de preklinische ontwikkeling trekken, zowel voor infecties als voor oncologie. We hebben beslist in oncologie een tandje bij te steken omdat we daar heel veel opwindende resultaten hebben voor een project dat het Vlaio (het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen, nvdr) heeft gefinancierd." Nochtans lag de focus bij de start van Aelin volledig op de aanpak van antibioticaresistentie. BEIRNAERT. "Ons businessplan stipuleerde vanaf het begin dat we een breder platform willen ontwikkelen voor onze technologie door twee ziekte-indicaties te exploreren. Over vijf jaar wil ik hebben aangetoond dat onze producten veilig zijn en werken, al wordt het meer dan tien jaar wachten voor ze op de markt kunnen zijn. We moeten wel bekijken hoever we komen met ons kapitaal. In de uitbouw van een platformbedrijf moet veel geld worden gepompt. Op dit moment is er voldoende cash om de zaken vooruit te trekken, maar er zijn bijkomende middelen nodig. De aandeelhouders zijn bereid die middelen op tafel te leggen. Maar uiteraard zullen we ook mikken op een niet-verwaterende financiering. Er is niet alleen Vlaio, maar ook internationale initiatieven in de Verenigde Staten rond antibiotica-ontwikkeling die ik kan aanboren. Ook in Europa worden middelen vrijgemaakt. De investeerders juichen dat toe. Zo kunnen zij hun geld achter de hand houden voor over twee, drie of vijf jaar." Houdt u al rekening met een nieuwe grote kapitaalronde? BEIRNAERT. "Zeker. In principe moeten we nog tweeënhalf jaar voortkunnen. Maar als CEO moet je voortdurend geld zoeken, ook als je het niet onmiddellijk nodig hebt. Als de kans zich voordoet en de aandeelhouders akkoord gaan, zullen we zeker bekijken of we onze eerste grote ronde kunnen uitbreiden, of meteen naar een tweede grote ronde gaan. We kijken daarbij ook naar de andere kant van de oceaan, waar de diepste zakken zijn." En een beursgang? BEIRNAERT. "Eerst moeten we aantonen dat we producten kunnen ontwikkelen, het liefst meerdere, zonder onze focus te verliezen. Dé grote fout die je kan maken, is je te dun spreiden over te veel ziekte-indicaties. Focus is noodzakelijk. Om te blijven vooruitgaan, zijn er verschillende opties, waaronder een beursgang. Maar we zouden ook een deal kunnen sluiten met een speler die heel beslagen is in een bepaald ziektedomein." Succesvolle jonge bedrijven, zeker in oncologie, worden vaak gewoon overgenomen. BEIRNAERT. "Als dit werkt, kan Vlaanderen opnieuw een vlagje planten op de wereldkaart. Dat PMV en Fund+ in ons investeerderssyndicaat zitten, is een heel groot voordeel. Zij zorgen voor Vlaamse verankering." Neemt de interesse toe? BEIRNAERT. "Ik was begin dit jaar op de jaarlijkse grote biotechconferentie van JP Morgan in de Verenigde Staten. Wel, als wij met ons verhaal komen, dan luistert iedereen. Omdat we out of the box denken, en dat is precies wat ze zoeken. Grote spelers die investeren in jonge bedrijven, zijn niet geïnteresseerd in een project dat een medicijn zou opleveren dat lijkt op een bestaand middel. En wij zijn compleet nieuw. Er is interesse. Nu moeten we die investeerders over de streep trekken met onze data. Daar werken we aan. In infecties, maar zeker ook in oncologie, hebben we heel opwindende data. Geloof me, er wordt nog over ons gesproken."