Het heeft niet lang geduurd. Kort nadat Proximus-CEO Dominique Leroy had aangekondigd dat ze naar het Nederlandse KPN vertrekt, barstte de discussie over het loon van de managers weer los. Leroy had bij Proximus een basissalaris van 650.000 euro bruto. Met allerlei bonussen en andere vergoedingen erbij werd dat zo'n 950.000 euro. Dat is een stuk minder dan de CEO's van andere Europese telecombedrijven, die vlotjes over het miljoen euro gaan. In België bestaat er nu eenmaal een loonplafond voor CEO's van beursgenoteerde overheidsbedrijven.

Proximus-voorzitter Stefaan De Clerck wil dat plafond nu loslaten. Headhunters pleiten daar al langer voor: een loonplafond is een hinderpaal om internationaal sterke kandidaat-managers voor bedrijven als Proximus en bpost aan te trekken. Het is een terecht argument. De raad van bestuur van Proximus moet straks vissen in een kleinere vijver. Zoals een headhunter het zegt: "Een CEO met korting bestaat niet."

Een CEO met korting bestaat niet.

Er is nog een andere reden om het loonplafond te laten vallen. De maatregel is het resultaat van afgunst, rancune en naijver in 2013 tussen minister van Overheidsbedrijven Jean-Pascal Labille (PS) en de CEO's Didier Bellens (Proximus) en Johnny Thijs (bpost). De PS, toen al opgejaagd door extreemlinks, wou de lonen van overheidsmanagers verlagen en de ruzies werden tot op straat uitgevochten. Johnny Thijs moest via de media vernemen dat de minister zijn brutojaarwedde van 1,1 miljoen euro nagenoeg wilde halveren tot 650.000 euro. Thijs stapte op en het loonplafond werd een feit.

Eigenlijk is het tijd om de gevolgen weg te werken van die onverkwikkelijke tweestrijd. Al is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. De kans is klein dat het loonplafond straks verdwijnt. Een federale regering met zeker de socialisten - en misschien de groenen - zal dat nooit aanvaarden.