De beursgang van Club Brugge wordt hoogstwaarschijnlijk een succes. Elke Vlaming met een blauw-zwart hart, en dat zijn er nogal wat, zal zich een pakketje Club-aandelen willen aanschaffen. In 2006 al mocht de Brugse voetbalclub de trofee van het populairste merk van België in ontvangst nemen. U leest het goed: het populairste merk, niet alleen de populairste voetbalploeg. Club ging toen merken als Sony, Nokia en Coca-Cola voor.
...

De beursgang van Club Brugge wordt hoogstwaarschijnlijk een succes. Elke Vlaming met een blauw-zwart hart, en dat zijn er nogal wat, zal zich een pakketje Club-aandelen willen aanschaffen. In 2006 al mocht de Brugse voetbalclub de trofee van het populairste merk van België in ontvangst nemen. U leest het goed: het populairste merk, niet alleen de populairste voetbalploeg. Club ging toen merken als Sony, Nokia en Coca-Cola voor. Het is de verdienste van Bart Verhaeghe en zijn equipe dat ze Club Brugge de voorbije tien jaar uitgebouwd hebben tot een sportief en commercieel heel succesvolle onderneming. In het boekjaar 2019-2020 maakte de club 24 miljoen euro winst op een omzet van 120 miljoen euro. Op zowat alle vlakken heeft Club concurrenten als Anderlecht, Standard en AA Gent achter zich gelaten. Of dat volstaat om tegen twee keer de waarde van de Nederlandse landskampioen Ajax naar de beurs te komen, is iets anders (zie kader onderaan Is Club Brugge 500 miljoen euro waard?). Vanuit beleggersstandpunt lijkt de beursintroductie van Club een verloren zaak. Alle beursexperts zullen het u vertellen: met een aandeel van een voetbalclub valt geen winst te halen. Daarvoor is de afhankelijkheid van de sportieve resultaten te groot. Wij geven u drie redenen om toch in te tekenen op de beursgang. Aan u om uit te maken of het ook goede redenen zijn. Beursintroducties gebeuren doorgaans omdat bedrijven toegang willen krijgen tot de kapitaalmarkt. Door vers geld binnen te halen kunnen ze hun expansie of nieuwe projecten goedkoop financieren. In het geval van Club Brugge worden geen nieuwe aandelen uitgegeven. Al het opgehaalde geld gaat dus naar de bestaande aandeelhouders. Dat zijn hoofdzakelijk Bart Verhaeghe, zijn rechterhand en Club-CEO Vincent Mannaert, en Lotus Bakeries-baas Jan Boone. Wie de geschiedenis een beetje kent, weet dat Bart Verhaeghe in 2012 voor Club Brugge netto nul euro betaald heeft. Dat ging zo: Club Brugge was toen nog een vzw en moest worden omgevormd tot een nv. Bij die transactie betaalde Verhaeghe 15 miljoen euro aan de vzw. De vzw leende op haar beurt haar eigen vermogen, ter waarde van 15 miljoen euro, uit aan de nv. Dat was toen de boekwaarde van de activa. De potentiële meerwaarde op spelers of een waardering van de populairste merknaam van België bleven buiten beschouwing. Dat de leden van de vzw zo gewillig met de machtsoverdracht instemden, was omdat Verhaeghe Club een nieuw stadion beloofde. Vastgoed is de kernactiviteit van de projectontwikkelaar uit Strombeek-Bever. Hij zou zorgen voor een nieuw, groot en hypermodern voetbalstadion, zonder dat de club in de geldbuidel hoefde te tasten. Het nieuwe Club-stadion aan de Blankenbergse Steenweg moest een soort Uplace in de Brugse rand worden. Net zoals voor Uplace in Machelen was het plan dat Verhaeghe zijn return zou halen uit de verkoop van het stadion zodra het project afgewerkt was. Het droomstadion voor Club is er nooit gekomen. Daar zorgde onder meer Paul Gheysens voor. De eigenaar van de projectontwikkelaar Ghelamco, en dus een concurrent van Verhaeghe, wilde het Heizel-stadion in Brussel verbouwen tot een moderne voetbaltempel, waar zowel Anderlecht als de Rode Duivels zouden spelen. Dat was onverteerbaar voor Verhaeghe, die begreep dat het nieuwe stadion concurrent Anderlecht een commerciële dynamiek en jaren voorsprong op zijn Club Brugge zou opleveren. Als toenmalig ondervoorzitter van de Belgische voetbalbond speelde Verhaeghe het spel handig, en uiteindelijk belandde het Heizel-project in de vuilnisbak. Maar Gheysens vergeet niet gemakkelijk. De Ieperse bouwondernemer kocht grote stukken landbouwgrond aan de Blankenbergse Steenweg. Daardoor slepen de juridische procedures nu al jaren aan en is het Club-stadion verworden tot een fata morgana. Gheysens bouwde voor AA Gent de Ghelamco Arena en nam in 2017 Antwerp FC over. De aftandse Bosuil van die club verbouwt hij tot een voetbalstadion van de 21ste eeuw. Als Verhaeghe op korte termijn nog geld wil verdienen aan zijn participatie in Club Brugge, zit er niets anders op dan de club zelf op de markt te brengen. En dat is wat nu gebeurt. Daarom worden bij de beursgang alleen bestaande aandelen verkocht en geen nieuwe uitgegeven. De verkopende aandeelhouders (Verhaeghe, Mannaert, Boone en Peter Vanhecke) controleren samen 94 procent van de aandelen en willen een deel daarvan te gelde maken. Zo passeren ze langs de kassa en behouden ze toch de controle. Het betekent dat elke cent die Club-supporters aan een aandeel geven naar die heren gaat, die al over een aanzienlijk vermogen beschikken. De website De Rijkste Belgen schat het vermogen van Bart Verhaeghe op 416 miljoen euro. Het gros daarvan, 400 miljoen euro, komt van de verkoop van Eurinpro in 2006 aan de Australische groep Macquarie Goodman. Die voelde zich achteraf bekocht. Het vermogen van Jan Boone benadert dan weer 2,5 miljard euro. Bovendien ziet het ernaar uit dat Verhaeghe zijn belofte om het nieuwe Club-stadion zelf te financieren inslikt. Volgens krantenberichten zou het project (kostprijs 100 miljoen euro) nu volledig door de banken worden gefinancierd. Dat betekent schulden die op de balans van Club Brugge terechtkomen. De zakenbanken die de beursgang begeleiden, schuiven het nieuwe stadion van Club Brugge, dat intussen gepland is op de huidige Olympia-site, als de motor voor toekomstige groei naar voren. Het stadion zal meer toeschouwers kunnen verwelkomen, en vooral meer vips. Daardoor zouden de stadioninkomsten van Club vanaf 2023 met zomaar eventjes 23 miljoen euro op jaarbasis toenemen. De vraag is of dat stadion er wel komt. Het verleden geeft geen aanleiding tot optimisme. Het stadiondossier van Club Brugge sleept al bijna twintig jaar aan. De eerste keuze van Bart Verhaeghe, een locatie in Loppem, stootte meteen op bezwaren: te megalomaan, te afgelegen, op gronden die voor bedrijven voorzien waren, en niet eens in Brugge. De politie van Zedelgem had moeten instaan voor de ordehandhaving. Verhaeghe verlegde zijn focus naar een terrein langs de Blankenbergse Steenweg. Goed bereikbaar via de Expressweg en de nieuwe A11, en genoeg ruimte voor parkings voor de vele Club-supporters uit het binnenland. Een combinatie van stads- en landbouwgronden, zo'n locatie had snel vergund kunnen worden. Maar dat was buiten Paul Gheysens en een hardnekkige milieuvereniging gerekend. Omdat de situatie aan de Blankenbergse Steenweg uitzichtloos geworden was, kreeg Bart Verhaeghe de Brugse burgemeester Dirk De fauw vorig jaar zover om het geweer van schouder te veranderen. Club zou een nieuw stadion bouwen op de Olympia-site, naast het huidige Jan Breydelstadion, dat goed is voor 25.000 toeschouwers. Daar veroorzaakt elke wedstrijd van Club nu al een lokaal verkeersinfarct, een van de redenen om naar de rand van de stad te verhuizen. Het nieuwe stadion moet plaats bieden aan minstens 40.000 toeschouwers en komt in een woonwijk, in het centrum van de deelgemeente Sint-Andries. Vanuit het standpunt van ruimtelijke ordening en mobiliteit werd het project goed samengevat door een kop in De Morgen: 'Waanzin'. De krant haalde er Google Maps bij om duidelijk te maken dat sommige buurtbewoners een voetbaltribune in hun achtertuintje zullen krijgen. De Brugse burgemeester De fauw denkt het mobiliteitsprobleem op te lossen door supporters met bussen van randparkings tot aan het stadion te brengen. Daartoe zou de ruime omgeving van het stadion op matchdagen verkeersvrij worden gemaakt. De Brugse politie doet dat al voor grote Europese wedstrijden. De laatste keer, voor de wedstrijd tegen Manchester United in februari 2020, stond het verkeer tot aan de stadspoorten van de oude binnenstad volledig stil. Het perspectief dat dit elk weekend het geval kan zijn, wakkert de onvrede bij de Brugse burgers aan. Buurtbewoners hebben een comité opgericht. Of dat stadion er ooit komt, is dus twijfelachtig. Dat het er komt tegen de start van het seizoen 2023 is onwaarschijnlijk. Toch zegt Club Brugge dat precies dat nieuwe stadion vanaf 2023 de belangrijkste commerciële en financiële groeimotor moet zijn. Terwijl Jan Breydel in handen van de stad was, zal Club in het nieuwe stadion alle inkomsten zelf innen en nieuwe kasstromen genereren. Blauw-zwart mikt vanaf 2023 op 36.000 abonnees en 5000 vips, tegenover 2000 vandaag. Dat moet de stadioninkomsten met 23 miljoen euro doen toenemen en zich vertalen in 15 miljoen euro extra winst. Die verwachte kasstroom wordt al verrekend in de waardering van de club bij de beursgang. Maar wat als het stadion er niet komt? U moet als belegger maar hopen dat de beurswaakhond FSMA geen ijdele beloftes in het prospectus tolereert. Club Brugge ziet nog een mogelijkheid waardoor de inkomsten de komende jaren kunnen stijgen. De Europese competities worden hervormd in 2024 en de club die dan op het hoogste niveau kan meedraaien, is verzekerd van serieuze vetpotten. Alleen al de kwalificatie voor de Champions League leverde Club dit seizoen 20 miljoen euro op. Daar kwamen nog enkele miljoenen bij voor gewonnen wedstrijden en gelijke spelen. Het probleem is dat de hervormingsplannen uitgaan van de clubs uit de grote voetballanden, die liefst zo veel mogelijk wedstrijden tegen elkaar willen spelen. Die staan namelijk garant voor de hoogste recettes en kijkcijfers. Een verplaatsing naar Brugge klinkt wel leuk, maar is niet het droomscenario van teams uit Madrid, Milaan en Parijs. Voor clubs uit kleine voetballanden zal het in de toekomst moeilijker, en misschien zelfs onmogelijk worden om op het hoogste Europese niveau uit te komen. En niet meespelen op dat toneel betekent geen platform om je spelers aan de wereld te tonen, en dus potentieel minder transferinkomsten. De kleine landen zien de bui hangen. Daarom voeren België en Nederland al een tijdje gesprekken over de vorming van een BeNeLiga, een competitie met de beste Belgische en Nederlandse clubelftallen. Een van de drijvende krachten daarachter is Bart Verhaeghe. Met een BeNeLiga zouden meer ploegen zich kunnen kwalificeren voor de Champions League, en Verhaeghe gaat ervan uit dat Club daar als sterkste Belgische elftal altijd bij zal zijn. Hij gaat daarmee voorbij aan de belangrijkste wetmatigheid van het voetbal: de bal is rond. Soms hangt de kwalificatie voor de vetpotten van Europa af van een schot dat de binnen- of de buitenkant van de doelpaal raakt. David kan op een goede dag winnen van Goliath. Dat is de charme van die sport. Daarop een businessmodel bouwen, is niet zonder risico's. Bovendien is de animo voor een gemeenschappelijke competitie in Nederland bijlange niet zo groot als in Brugge. De Nederlandse voetbalfans zitten niet te wachten op wedstrijden tegen Zulte-Waregem en Sporting Charleroi. Omgekeerd liggen de Belgische supporters niet wakker van confrontaties met ploegen als Vitesse, Twente en Willem II.