Onderzoekster en onderneemster Veerle Spaepen was negen maanden zwanger toen ze met Les Rebelles d'Anvers aantrad in het Play4-programma Leeuwenkuil, waar ondernemers hun businessidee kunnen voorstellen aan doorgewinterde zakenmensen. Haar idee was een kledingbibliotheek uit te bouwen, waar klanten de kleren niet zouden kopen maar huren. Met een abonnement konden ze om de twee weken van garderobe wisselen en high-end kleding dragen die anders misschien niet in hun budget paste.

Luc Van Mol, de CEO van de kledingketen ZEB, had er geen vertrouwen in en wees het idee af. "Hij rekende uit wat de kosten en de baten zouden zijn", herinnert Spaepen zich. "Daaruit bleek dat het moeilijk was het leenmodel rendabel te houden. Ergens heeft hij gelijk gekregen. Met Les Rebelles d'Anvers zijn we nooit verder dan een pop-upwinkel geraakt."

" Leeuwenkuil is een momentopname", vertelt Luc Van Mol. "Maar in dit geval is mijn standpunt niet veranderd. Je moet al een reusachtig cliënteel hebben om zoiets rendabel te krijgen. Je voorraad moet dezelfde zijn als in een gewone winkel, maar je kunt niet dezelfde omzet draaien per stuk. En wat als die stuks verslijten? Het klinkt mooi, duurzaam en sexy, maar ik denk niet dat het dat is. Je stort je gewoon in de schulden. Bespaar je die financiële aderlating." Een hopeloos businessmodel, noemt de retailer het zelfs. "Ik geloof er niet in dat leensystemen kunnen werken . Toch niet in België."

Ik geloof er niet in dat leensystemen kunnen werken. Toch niet in België' Luc Van Mol, ZEB

Zo weinig mogelijk kosten

Is dat een streep door de rekening van Caroline Baeten? De oprichtster van Dressr, een nieuw kledingdeelplatform gelooft rotsvast in haar model. "Het klopt dat we onze schaal moeten vergroten om uit de kosten te raken, maar daarvoor moet het platform eerst groeien, zoals we in Nederland zien." Daar bestaan er talrijke kledingbibliotheken, -abonnementen of andere formules om galajurken en ander textiel uit te lenen in plaats van te bezitten. Afgelopen zomer kwamen zes van de zeventien Nederlandse uitleners samen in Amsterdam om te praten over wat zo'n bibliotheek nuttig, nodig en rendabel maakt. "Schaal is het belangrijkste", vindt Lieke van Schouwenburg van Masterpiece, een verhuurservice die zich op de zakelijke markt toespitst. "Als je het verzenden en reinigen kunt opschalen, wordt dat gemakkelijker en goedkoper." Ook tijd is een belangrijke factor, vindt Hanh Vlooswijk-Lu van de designkledingbibliotheek WAUWCloset. "Met dit model kun je enkel op lange termijn winst beogen." Ze wijst onder meer op de behoefte aan overheidssteun. "Een bevorderend klimaat, zoals een lagere belasting voor reparatie en tweedehandszaken, kan helpen."

Hoe je een deelsysteem rendabel maakt, is dus ook de hamvraag voor Dressr. Het financiële plan van Caroline Baeten is deels gebaseerd op zo weinig mogelijk kosten maken. Ze heeft geen eigen winkelpand, enkel een loft achter haar appartement, waar ze de voorraad bewaart. Baeten krijgt de stukken in bruikleen. Daarmee pareert ze de kritiek van Van Mol, dat voorraad een te grote kostenpost is voor deelsystemen. Aanvankelijk kregen de merken geen inkomsten als een huurder een stuk ontleende. Waarom stappen zij dan in zo'n systeem? "Samen met Flanders DC deed ik een rondvraag bij merken", zegt Baeten. "Daaruit bleek dat ze deelplatformen wel interessant vinden, maar dat logistieke proces er niet bij kunnen nemen. Ik neem dat op mij."

Modieuze doelgroep

Dressr paste zijn zakenmodel net aan. "De inkomsten van de abonnementen en van de verkoop van items worden nu verdeeld, zodat de merken en Dressr dezelfde incentives hebben", zegt de onderneemster. "Beide hebben nu baat bij zowel verhuur als verkoop. Dressr vergroot ook de marketingwaarde van de merken."

"Jonge merken hebben behoefte aan visibiliteit. Mature merken hebben vaak een te grote voorraad waar wij mee aan de slag kunnen. Ten tweede bieden we de stuks ook te koop aan. Op die verkoop nemen wij een kleinere marge dan de klassieke retailers. Vier op de vijf merken die wij aanspreken, willen meedoen."

Baeten wil zich niet enkel richten tot de diehards op het gebied van duurzaamheid. "De doelgroep die ik voor ogen heb, is geïnteresseerd in mode", zegt ze. "De fastfashioncultuur heeft ons aangeleerd dat we variatie willen in onze kleerkast, en nu zoeken we naar een alternatief. Dat antwoord willen we met Dressr bieden."

Les Rebelles d'Anvers-oprichter Spaepen werkt aan de Thomas More Hogeschool in haar hoedanigheid als onderzoekster aan een rapport over duurzame businessmodellen voor textiel, waaronder het lenen van kleding. "Ik hoop dat ze het haalt", moedigt Spaepen de oprichtster van Dressr aan. "Maar ik ben er nog niet aan uit hoe het kan werken." In de Verenigde Staten trok Rent The Runway in oktober naar de beurs. "Dat werkt omdat dat bedrijf een schaalgrootte zoals Zalando heeft", weet Spaepen. "Het is geen charmant leensysteem meer, maar een geautomatiseerd proces, met een hangar vol wasmachines."

Caroline Baeten is nog volop op zoek naar het juiste zakenmodel. In oktober kreeg ze op een pitchwedstrijd van de Antwerp Management School lastige vragen van de jury. Ze haalde de beoogde investering niet binnen - Baeten vroeg 350.000 euro voor marketing en logistiek. "Maar onlangs zag ik een Duitse versie van Dressr, Unown genaamd", vertelt ze hoopvol. "Het staat waar ik over twee jaar wil staan, met vacatures om tien man extra aan te werven en voldoende investeringen om dat te bekostigen." Baeten, die niet aan de Belgische grens wil stoppen, vindt het best frustrerend dat ze niet de eerste zal zijn. "Maar dat toont op zijn minst aan dat het werkt", besluit ze.

Onderzoekster en onderneemster Veerle Spaepen was negen maanden zwanger toen ze met Les Rebelles d'Anvers aantrad in het Play4-programma Leeuwenkuil, waar ondernemers hun businessidee kunnen voorstellen aan doorgewinterde zakenmensen. Haar idee was een kledingbibliotheek uit te bouwen, waar klanten de kleren niet zouden kopen maar huren. Met een abonnement konden ze om de twee weken van garderobe wisselen en high-end kleding dragen die anders misschien niet in hun budget paste. Luc Van Mol, de CEO van de kledingketen ZEB, had er geen vertrouwen in en wees het idee af. "Hij rekende uit wat de kosten en de baten zouden zijn", herinnert Spaepen zich. "Daaruit bleek dat het moeilijk was het leenmodel rendabel te houden. Ergens heeft hij gelijk gekregen. Met Les Rebelles d'Anvers zijn we nooit verder dan een pop-upwinkel geraakt." " Leeuwenkuil is een momentopname", vertelt Luc Van Mol. "Maar in dit geval is mijn standpunt niet veranderd. Je moet al een reusachtig cliënteel hebben om zoiets rendabel te krijgen. Je voorraad moet dezelfde zijn als in een gewone winkel, maar je kunt niet dezelfde omzet draaien per stuk. En wat als die stuks verslijten? Het klinkt mooi, duurzaam en sexy, maar ik denk niet dat het dat is. Je stort je gewoon in de schulden. Bespaar je die financiële aderlating." Een hopeloos businessmodel, noemt de retailer het zelfs. "Ik geloof er niet in dat leensystemen kunnen werken . Toch niet in België." Is dat een streep door de rekening van Caroline Baeten? De oprichtster van Dressr, een nieuw kledingdeelplatform gelooft rotsvast in haar model. "Het klopt dat we onze schaal moeten vergroten om uit de kosten te raken, maar daarvoor moet het platform eerst groeien, zoals we in Nederland zien." Daar bestaan er talrijke kledingbibliotheken, -abonnementen of andere formules om galajurken en ander textiel uit te lenen in plaats van te bezitten. Afgelopen zomer kwamen zes van de zeventien Nederlandse uitleners samen in Amsterdam om te praten over wat zo'n bibliotheek nuttig, nodig en rendabel maakt. "Schaal is het belangrijkste", vindt Lieke van Schouwenburg van Masterpiece, een verhuurservice die zich op de zakelijke markt toespitst. "Als je het verzenden en reinigen kunt opschalen, wordt dat gemakkelijker en goedkoper." Ook tijd is een belangrijke factor, vindt Hanh Vlooswijk-Lu van de designkledingbibliotheek WAUWCloset. "Met dit model kun je enkel op lange termijn winst beogen." Ze wijst onder meer op de behoefte aan overheidssteun. "Een bevorderend klimaat, zoals een lagere belasting voor reparatie en tweedehandszaken, kan helpen." Hoe je een deelsysteem rendabel maakt, is dus ook de hamvraag voor Dressr. Het financiële plan van Caroline Baeten is deels gebaseerd op zo weinig mogelijk kosten maken. Ze heeft geen eigen winkelpand, enkel een loft achter haar appartement, waar ze de voorraad bewaart. Baeten krijgt de stukken in bruikleen. Daarmee pareert ze de kritiek van Van Mol, dat voorraad een te grote kostenpost is voor deelsystemen. Aanvankelijk kregen de merken geen inkomsten als een huurder een stuk ontleende. Waarom stappen zij dan in zo'n systeem? "Samen met Flanders DC deed ik een rondvraag bij merken", zegt Baeten. "Daaruit bleek dat ze deelplatformen wel interessant vinden, maar dat logistieke proces er niet bij kunnen nemen. Ik neem dat op mij." Dressr paste zijn zakenmodel net aan. "De inkomsten van de abonnementen en van de verkoop van items worden nu verdeeld, zodat de merken en Dressr dezelfde incentives hebben", zegt de onderneemster. "Beide hebben nu baat bij zowel verhuur als verkoop. Dressr vergroot ook de marketingwaarde van de merken." "Jonge merken hebben behoefte aan visibiliteit. Mature merken hebben vaak een te grote voorraad waar wij mee aan de slag kunnen. Ten tweede bieden we de stuks ook te koop aan. Op die verkoop nemen wij een kleinere marge dan de klassieke retailers. Vier op de vijf merken die wij aanspreken, willen meedoen." Baeten wil zich niet enkel richten tot de diehards op het gebied van duurzaamheid. "De doelgroep die ik voor ogen heb, is geïnteresseerd in mode", zegt ze. "De fastfashioncultuur heeft ons aangeleerd dat we variatie willen in onze kleerkast, en nu zoeken we naar een alternatief. Dat antwoord willen we met Dressr bieden." Les Rebelles d'Anvers-oprichter Spaepen werkt aan de Thomas More Hogeschool in haar hoedanigheid als onderzoekster aan een rapport over duurzame businessmodellen voor textiel, waaronder het lenen van kleding. "Ik hoop dat ze het haalt", moedigt Spaepen de oprichtster van Dressr aan. "Maar ik ben er nog niet aan uit hoe het kan werken." In de Verenigde Staten trok Rent The Runway in oktober naar de beurs. "Dat werkt omdat dat bedrijf een schaalgrootte zoals Zalando heeft", weet Spaepen. "Het is geen charmant leensysteem meer, maar een geautomatiseerd proces, met een hangar vol wasmachines." Caroline Baeten is nog volop op zoek naar het juiste zakenmodel. In oktober kreeg ze op een pitchwedstrijd van de Antwerp Management School lastige vragen van de jury. Ze haalde de beoogde investering niet binnen - Baeten vroeg 350.000 euro voor marketing en logistiek. "Maar onlangs zag ik een Duitse versie van Dressr, Unown genaamd", vertelt ze hoopvol. "Het staat waar ik over twee jaar wil staan, met vacatures om tien man extra aan te werven en voldoende investeringen om dat te bekostigen." Baeten, die niet aan de Belgische grens wil stoppen, vindt het best frustrerend dat ze niet de eerste zal zijn. "Maar dat toont op zijn minst aan dat het werkt", besluit ze.