Defencetech is al ingeburgerd in de Verenigde Staten. Daar focussen almaar meer start-ups op de militaire markt. In België denken we bij defensie-industrie nog altijd vooral aan grote gevestigde spelers, zoals FN Herstal, dat in Luik vuurwapens maakt, of het luchtvaartbedrijf Sabca, dat vliegtuigen als de F-16 onderhoudt. Achter de schermen betreden ook start-ups en scale-ups in ons land voorzichtig de defensiemarkt. Door de geopolitieke instabiliteit groeien ze, maar er blijft een stigma kleven aan werken voor defensie en zulke bedrijven vinden niet altijd kapitaal.
...

Defencetech is al ingeburgerd in de Verenigde Staten. Daar focussen almaar meer start-ups op de militaire markt. In België denken we bij defensie-industrie nog altijd vooral aan grote gevestigde spelers, zoals FN Herstal, dat in Luik vuurwapens maakt, of het luchtvaartbedrijf Sabca, dat vliegtuigen als de F-16 onderhoudt. Achter de schermen betreden ook start-ups en scale-ups in ons land voorzichtig de defensiemarkt. Door de geopolitieke instabiliteit groeien ze, maar er blijft een stigma kleven aan werken voor defensie en zulke bedrijven vinden niet altijd kapitaal. De Brugse scale-up Sol.One bouwt software en hardware voor vliegtuigen en drones. "Onze software doet alles om het vliegtuig te besturen", stelt oprichter en CEO Filip Verhaeghe. "Bij elektrische vliegtuigen gaat dat van batterijmanagement tot de autopiloot en zelfs de visualisatie van de cockpit. Dat koppelen we aan hardware, die we ook leveren. Het is belangrijk dat we onze eigen hardware ontwikkelen, want in de luchtvaart kun je niet steunen op de hardware van anderen. De computer, de software en zelfs de computertaal ontwikkelen we zelf. Ze zijn zo goed op elkaar afgestemd dat het geheel perfect werkt. Je kunt het bijna zien als een iPhone." Sol.One werkt hoofdzakelijk voor de civiele luchtvaart, zowel voor traditionele passagiersvliegtuigen als voor drones en elektrische toestellen, maar af en toe komt daar ook werk met een defensie-insteek bij kijken. Zo werkt het samen met de Zwitserse luchtmacht voor haar drones, en het is een partner van het Israëlische militairedronebedrijf Elbit Systems. "We hebben amper klanten in België", stelt Verhaeghe. "We zijn vooral internationaal gericht, wat meestal Duitse en Amerikaanse klanten betekent." Sol.One groeit sterk. Het team bestaat uit 32 mensen. Dat moeten er tegen het einde van het jaar vijftig zijn. Het bedrijf heeft er al twee kapitaalrondes op zitten, maar Sol.one maakt niet bekend om hoeveel het gaat. Het is aan zijn derde ronde bezig en stelt een beursgang in het verschiet. "In Vlaanderen is het not done te zeggen dat je ook militaire projecten doet", zegt Verhaeghe. "In het buitenland is dat omgekeerd. Als een bedrijf als Boeing een persconferentie houdt, zal het trots stellen dat de helft van zijn werk komt van militaire contracten. Dat zal je in België nooit horen ( lacht). Men denkt hier vaak dat militaire opdrachten automatisch gelijkstaan aan offensieve wapens die de mensenrechten schenden, maar er is veel meer aan de militaire industrie dan wapens leveren aan pakweg Saudi-Arabië. In Europa verandert dat denken wel heel sterk door Poetin." Uit militair onderzoek vloeit ook soms civiele technologie voort. Zaken als het internet, gps en zelfs de smartphone steunen deels op militair onderzoek. Ook in België vind je daar voorbeelden van, bijvoorbeeld het roboticabedrijf Tractonomy. "De automatisatie van logistiek boomt", stelt oprichter Keshav Chintamani. "E-commerce heeft die vraag erg versneld. We maken mobiele robots die alles verplaatsen, van kleine producten tot grote pallets." Dat soort robots is niet noodzakelijk nieuw. Je ziet ze al regelmatig rondrijden in warenhuizen. De aanpak van Tractonomy is wel nieuw. In plaats van de robot de lading te doen optillen, trekt hun model een karretje voort waarop de lading staat. Zo kan hun robot verschillende soorten ladingen verplaatsen. Tractonomy zit nog in een relatief vroege fase, maar het is klaar om te groeien. "Ons team bestaat nu uit vijf voltijdse werknemers, naast stagiairs en freelancers", vertelt Chintamani. "Ons prototype is klaar, en nu gaan we naar de markt. Dit jaar maken we van de robot een commercieel product." Tractonomy is een civiele start-up. Het mikt vooral op de reguliere civiele logistieke markt. Maar enkele van de kernconcepten achter de technologie hebben wortels in een project dat Chintamani samen met de Koninklijke Militaire School van Brussel deed. Chintamani werkte daarvoor ook in de Verenigde Staten aan militaire robots, die bijvoorbeeld explosieven ontmijnen voor het Amerikaanse leger. "Tractonomy is mijn baby. Al mijn ervaringen zitten in het bedrijf, ook mijn werk in de militaire en de veiligheidssector", stelt hij. "De hele sector van de robotica is beïnvloed door de defensie-industrie. De technologie sijpelt stilletjes door van defensie naar civiele applicaties." Terwijl Sol.One en Tractonomy grotendeels rond civiele toepassingen werken, is de Gentse start-up Emdyn (Emerging Dynamics) vooral gericht op de veiligheidsindustrie. "We ontwikkelen bigdatasoftware", vertelt CEO en oprichter Tim Van Renterghem. "We bestaan al sinds 2008, maar pas de jongste vier jaar brengen we een softwareproduct op de markt. Daarvoor werkten we als consultants. Ons product verenigt verschillende databronnen en maakt voorspellende modellen." Door de gevoeligheid van het werk blijft Van Renterghem bewust vaag. Hij kan bijvoorbeeld geen klanten noemen. De software van het bedrijf helpt vooral overheidsagentschappen die rond nationale veiligheid werken en het helpt private bedrijven om te gaan met veiligheidsrisico's, rampen of zelfs de coronapandemie. Het verenigt een hoop data op één platform en helpt hen voorspellingen te maken. Edmyn, dat zo'n dertig mensen in dienst heeft, geeft zijn omzet niet vrij, maar volgens Van Renterghem ging die de afgelopen maanden steil omhoog: "Dit jaar zagen we een groei met factor zes, en het boekjaar is nog niet om. Dat kwam de jongste vijf tot zes maanden tot stand. De geopolitieke spanningen in de wereld brengen een versnelling mee." Ook de Belgische Defensie werkt samen met start-ups, vooral in de onderzoeksprojecten van de Koninklijke Militaire School. "We zijn een universiteit", stelt Geert De Cubber, teamleider van de Robotics & Autonomous Systems-eenheid van de school. "We doen dus ook aan onderzoek. En voor allerhande toepassingen is het handig samen te werken met de industrie. Kleine bedrijven kunnen korter op de bal spelen." Het werk aan de Koninklijke Militaire School lijkt erg op de onderzoeksprojecten van de reguliere universiteiten. Zo haalt ze geld binnen van instellingen als het European Defence Fund en het Horizon-programma, en gaat het met een consortium van partners aan het werk. De technologie is niet noodzakelijk gelinkt aan puur militaire toepassingen, de onderzoekers ontwikkelen evengoed robots om mensen op zee te redden. "Elke technologie kun je ten goede en ten kwade gebruiken", stelt De Cubber. "Neem Oekraïne. Beide partijen gebruiken drones die je in de Mediamarkt kunt kopen. Daarom is het beter onderzoek te doen naar die technologie, zodat we ons zo goed mogelijk kunnen beschermen tegen het kwaadwillige gebruik ervan. Technologie zal misbruikt worden en we moeten onszelf kunnen verdedigen. Maar de defensiebudgetten dalen al decennialang. Door de oorlog in Oekraïne beseffen we dat vrede geen vanzelfsprekendheid is." Sol.One en Emdyn benadrukken ook dat ze, boven op de exportbeperkingen die overheden al opleggen, voor militaire contracten ethische beperkingen hanteren voor de landen waarmee ze samenwerken. De start-ups menen wel dat een nieuw leger, met een bredere missie, een mooie stap vooruit zou zijn. "De maatschappelijke opdracht van het leger moet veel meer zijn dan enkel vechten", besluit Verhaeghe. "Het is ook een research- en developmenthub voor technologie die later civiele toepassingen zal hebben. Dat wordt in België niet echt uitgewerkt, en dat is jammer."