"De federale regering is vooral geïnteresseerd in het miljoenendividend dat de staat elke jaar van Belgacom ontvangt." Wijlen Didier Bellens zat als CEO van Proximus/Belgacom vaak op ramkoers met zijn hoofdaandeelhouder, de Belgische overheid. Bij bpost, ook een bedrijf met de overheid als meerderheidsaandeelhouder, was het niet anders. Eind 2013 botste Johnny Thijs, de CEO van bpost, met de politiek, omdat de regering eenzijdig beslist had zijn loon zowat te halveren, tot 650.000 euro. Hij sprak toen zelfs van "woordbreuk".
...

"De federale regering is vooral geïnteresseerd in het miljoenendividend dat de staat elke jaar van Belgacom ontvangt." Wijlen Didier Bellens zat als CEO van Proximus/Belgacom vaak op ramkoers met zijn hoofdaandeelhouder, de Belgische overheid. Bij bpost, ook een bedrijf met de overheid als meerderheidsaandeelhouder, was het niet anders. Eind 2013 botste Johnny Thijs, de CEO van bpost, met de politiek, omdat de regering eenzijdig beslist had zijn loon zowat te halveren, tot 650.000 euro. Hij sprak toen zelfs van "woordbreuk". Het ontslag van bpost-CEO Jean-Paul Van Avermaet vorige zondag had niet direct een politieke oorzaak. Zijn vertrek was een gevolg van een combinatie van factoren: een onderzoek naar mogelijke concurrentieafspraken bij G4S, het vertrek van kaderleden en tegenvallende financiële resultaten, die het aandeel deden kelderen. Al was het wel de regering die als meerderheidsaandeelhouder aandrong op het onmiddellijke ontslag van Van Avermaet. Meteen rees de vraag of er een jaar geleden wel een topkandidaat was aangetrokken om Koen Van Gerven op te volgen. Headhunters merken dat het loonplafond van 650.000 euro, dat de federale regering in 2013 invoerde voor de beursgenoteerde bedrijven bpost en Proximus, een hinderpaal is om toppers aan te trekken. "Zulke lonen zijn niet marktconform", weet Benoît Lison, managing partner bij de executive searcher Amrop. "Denk maar aan de discussie van een paar jaar geleden, toen Proximus-CEO Dominique Leroy kon overstappen naar de Nederlandse concurrent KPN. Ze had er een veelvoud kunnen verdienen" (maar door een zaak van aandelenverkoop met voorkennis zag KPN uiteindelijk af van de benoeming van Leroy, nvdr). Ook de complexiteit van het bedrijf speelt mee, zegt Lison: "De CEO moet financiële doelstellingen nastreven en ervoor zorgen dat er voldoende winst is om dividenden uit te keren aan de overheid. Tegelijk worden investeringen en werkgelegenheid verwacht. Je speelt dus een sociale rol. Dan is er nog de grote zichtbaarheid van zo'n CEO. Als je niet scoort, kom je in de pers. Dat schrikt topkandidaten af. Dat vergroot het risico dat je niet in de vijver van het A-segment van managers vist. De kans op een B-kandidaat is groter." Marc De Braekeleer van het headhunterskantoor Odgers Berndtson nuanceert dat een beetje: "Sommige CEO's zijn een beetje narcistisch en komen net graag vaak in de media." In België speelt bij overheidsbedrijven ook het taalevenwicht mee. Als de CEO een Nederlandstalige is, is de voorzitter van de raad van bestuur een Franstalige, en omgekeerd. "Het blijft een functie met beperkingen", stelt Marc De Braekeleer. "De autonomie is beperkt en het loon ligt lager. Remuneratie is niet de hoofdreden om mee te dingen naar een topfunctie, al mag het loon van de CEO van bpost wel in lijn liggen met de omgeving waarin hij of zij actief is. Dit bedrijf is onderworpen aan harde en disruptieve concurrentie." Er is een onderscheid tussen het loon van de CEO van Proximus en die van de NMBS. "Die laatste heeft een geplafonneerd loon van 230.000 euro en 60.000 tot 70.000 euro aan bonussen. Daar trek je andere profielen mee aan", gaat De Braekeleer verder. "Maar het blijven kandidaten die een belangrijke maatschappelijke rol willen spelen en het bedrijf een nieuwe richting uit willen sturen. Wij hebben de search van NMBS-topvrouw Sophie Dutordoir op ons genomen. Zij was op zoek naar een nieuwe uitdaging. Dat gold ook voor anderen, zoals Ann Schoubs, de nieuwe baas van De Lijn, en de nieuwe CEO van Infrabel, Benoît Gilson." Bij een overheidsbedrijf is ook de raad van bestuur niet zomaar te vergelijken met die van een privébedrijf. Lison: "Er zijn altijd verschillende strekkingen, zowel in bedrijfsinzichten als in politieke kleur. Er is een risico op niet-consistentie. Na de verkiezingen kan de raad fundamenteel wijzigen. Dat is een stressfactor voor de CEO." Dan vertrekken om politieke redenen plots figuren die hun stempel hebben gedrukt op het bedrijf. Zo is Marc Descheemaecker (N-VA) straks niet langer de voorzitter van Brussels Airport. "Anderzijds kunnen goede afspraken tussen de politiek, de raad van bestuur en de CEO voor een vlotte bedrijfsvoering zorgen", zegt Lison. "De politiek moet de krijtlijnen uitzetten, waarin een CEO autonomie heeft. Die formule is niet altijd aanwezig." Volgens Lison zou het goed zijn als de overheid verduidelijkt welke ambitie het staatsbedrijf moet nastreven. "Voor 100 procent overheidsbedrijven die een maatschappelijke dienstverlening leveren, zoals de NMBS, is dat niet ingewikkeld. Bij Proximus en bpost ligt dat evenwicht tussen maatschappelijke behoeften en economische criteria moeilijker. Dat gebrek aan een duidelijke visie versterkt het cliché dat je dat soort organisaties per definitie niet goed kunt runnen. Dat schrikt sterke profielen ook af. Zo'n bedrijf heeft vaak rigide interne structuren. Je kunt niet verwachten dat de CEO even snel dezelfde resultaten haalt als in de privésector."