Vorig jaar waren buitenlandse investeerders goed voor 6.233 nieuwe jobs in Vlaanderen. Dat is het hoogste aantal sinds de opstart van de tellingen door het Vlaamse export- en investeringsagentschap FIT (Flanders Investment & Trade) in 2003. Ruim twee derde van de nieuwe jobs komt van uitbreidingen van bestaande buitenlandse vestigingen in Vlaanderen. De rest is te danken aan zogenoemde greenfieldinvesteringen, de opstart van nieuwe vestigingen. Alle projecten vertegenwoordigen een gezamenlijk investeringsbedrag van 2,86 miljard euro, geen record, maar wel een stijging tegenover coronajaar 2020.

Goed geboerd dus, maar er moeten wel enkele kanttekeningen bij het succes. De cijfers slaan niet noodzakelijk op gerealiseerde investeringen en de daarmee verbonden jobs. FIT baseert zich op aangekondigde investeringen, en dat is iets anders. "Onze cijfers slaan op investeringen die vorig jaar zijn bevestigd en waarvan de realisatie al is opgestart of nog moet beginnen", verduidelijkt Claire Tillekaerts, CEO van FIT. "De realisatie hangt af van het soort project. De opstart van een verkoopkantoor bijvoorbeeld gaat relatief snel."

Voor de opmaak van de cijfers gebruikt FIT een veelheid aan bronnen, de eigen diensten voorop. De begeleiding van buitenlandse investeerders in Vlaanderen is immers een kerntaak van FIT. Voorts put FIT uit persberichten, websites van bedrijven, sociale media en gespecialiseerde databanken. Overigens staat FIT niet alleen in die werkwijze. Ook consultants zoals EY en Plant Location International bijvoorbeeld baseren zich op aankondigingen voor hun rapporten over buitenlandse investeringen.

Weinig opbeurend

Aankondigingen zijn op zich niet slecht. Een buitenlandse investeerder drukt er zijn vertrouwen mee uit in een bepaald land. Zo'n aankondiging is altijd beter dan helemaal geen aankondiging. Maar het valt op hoe schaars cijfers zijn over de gerealiseerde investeringen en de resulterende jobs. Uit een studie van 2018 door het departement Economie, Wetenschap & Innovatie (EWI) van de Vlaamse overheid bleek dat - banken en verzekeringen niet meegerekend - 4.111 bedrijven in Vlaanderen onder buitenlandse controle stonden. Samen waren deze bedrijven goed voor zowat een kwart van de tewerkstelling in de Vlaamse privésector en een derde van de toegevoegde waarde. (Lees ook: Zijn we nog baas in eigen economie? Dit zijn de harde cijfers

Dat geeft al een idee van de gerealiseerde buitenlandse investeringen. Ook de Europese IFATS (Inward Foreign Affiliates Statistics) geven een idee. Dat zijn data over de bedrijven onder buitenlandse controle in elke lidstaat, en dus ook België, evenwel zonder opsplitsing tussen Vlaanderen, Brussel en Wallonië. De IFATS zijn echter weinig opbeurend voor België. Tussen 2010 en 2017 zakte het aantal werknemers in buitenlandse vestigingen in ons land van ruim 475.000 naar een kleine 389.000. Al onze buurlanden kenden een stijging in dezelfde periode. In Nederland bijvoorbeeld steeg het cijfer van 818.000 naar ruim 1 miljoen. Hoewel de cijfers van vorig decennium dateren, werpen ze toch een ander licht op de aantrekkelijkheid van ons land voor buitenlandse investeerders.

Marktmacht

Maar ook de IFATS-cijfers zijn geen volmaakte weergave van de buitenlandse investeringen. De cijfers omvatten ook oorspronkelijk inheemse bedrijven die overgenomen werden door buitenlandse partijen. De vraag is of zo'n eigenaarswissel voor een rasechte investering kan doorgaan. Overnames brengen geen extra activiteiten en jobs, en zijn niet noodzakelijk te danken aan de aantrekkelijkheid van een land als investeringsbestemming, volgens Leo Sleuwaegen, emeritus hoogleraar industriële economie en strategie aan de KU Leuven en de Vlerick Business School. "Veel overnemers zijn eerder uit op grootschaligheid. Dat maakt meer efficiëntie en marktmacht voor hun bedrijf mogelijk. Na de overname verhuizen ze niet zelden de activiteit naar andere landen, wat ook al geen blijk is van vertrouwen in het oorspronkelijke vestigingsland."

In zijn cijfers over nieuwe jobs en investeringsbedragen houdt FIT geen rekening met overnames, maar het rekent ze wel mee in de telling van het aantal projecten. Vorig jaar kondigden buitenlandse investeerders 295 nieuwe projecten in Vlaanderen aan. Zowat een derde daarvan zijn overnames en fusies. Het bijhouden van overnames heeft nut, aldus Tillekaerts. "Vaak maken belangrijke bedrijven via een overname kennis met het Vlaamse ecosysteem. Nadien gaan ze geregeld over tot nieuwe investeringen in Vlaanderen."

Netto

Moet FIT ook geen cijfers bijhouden over het aantal sluitingen van buitenlandse vestigingen in Vlaanderen, en het jobverlies dat daarmee gepaard gaat? Zo krijgen we nettocijfers over de instroom aan buitenlandse investeringen en de bijhorende jobcreatie. Is zo'n nettoscore geen objectievere weergave van de investeringsvriendelijkheid van ons land? "Voor economen kan dat interessant zijn, maar een goede indicator voor de aantrekkelijkheid van een regio voor buitenlandse bedrijven is zo'n nettocijfer niet", zegt Tillekaerts. "Sluiten of stopzetten van activiteiten kunnen ook liggen aan problemen in het management, verkeerde of nieuwe strategische keuzes, enzovoort. De beslissing over de vestigingsplaats van een nieuwe investering daarentegen is een toekomstgerichte keuze. Het geeft weer hoe sterk een regio scoort op toekomstpotentieel. Vergeet niet dat Vlaanderen hard moet concurreren met andere regio's en landen om buitenlandse investeerders binnen te halen. Als we als winnaar uit die concurrentiestrijd komt, zegt dat veel."

Hoofdkwartier

Die strijd blijft noodzakelijk, volgens Sleuwaegen. "Grote landen brengen vaak grote bedrijven voort, omdat ze daartoe de ruimte hebben. Kijk maar naar Duitsland of Frankrijk. Kleine landen hebben die ruimte niet, en moeten voor nieuwe technologie, productiviteit en economische groei vaker rekenen op buitenlandse bedrijven. De Vlaamse welvaart is te danken aan buitenlandse investeerders."

Dat betekent ook dat de Vlaamse welvaart afhangt van buitenlandse beslissingscentra. "Hoe verderaf gelegen het hoofdkwartier van de buitenlandse investeerder, hoe minder zijn hart klopt voor Vlaanderen", zegt Sleuwaegen. "Het verankeringsdebat woedt al 30 jaar in Vlaanderen. De beste manier om bedrijven hier te houden, is een goed ondernemingsklimaat. Al mag je daarin niet te ver gaan. Soms krijgt zo'n buitenlandse investeerder te veel toegiften, en dat is niet gezond. Gebruik de buitenlandse bedrijven om te leren, en start met die ervaring eigen bedrijven op. Zo is het gegaan in onze chemie bijvoorbeeld. Je moet het beste van twee werelden combineren."

Vorig jaar waren buitenlandse investeerders goed voor 6.233 nieuwe jobs in Vlaanderen. Dat is het hoogste aantal sinds de opstart van de tellingen door het Vlaamse export- en investeringsagentschap FIT (Flanders Investment & Trade) in 2003. Ruim twee derde van de nieuwe jobs komt van uitbreidingen van bestaande buitenlandse vestigingen in Vlaanderen. De rest is te danken aan zogenoemde greenfieldinvesteringen, de opstart van nieuwe vestigingen. Alle projecten vertegenwoordigen een gezamenlijk investeringsbedrag van 2,86 miljard euro, geen record, maar wel een stijging tegenover coronajaar 2020.Goed geboerd dus, maar er moeten wel enkele kanttekeningen bij het succes. De cijfers slaan niet noodzakelijk op gerealiseerde investeringen en de daarmee verbonden jobs. FIT baseert zich op aangekondigde investeringen, en dat is iets anders. "Onze cijfers slaan op investeringen die vorig jaar zijn bevestigd en waarvan de realisatie al is opgestart of nog moet beginnen", verduidelijkt Claire Tillekaerts, CEO van FIT. "De realisatie hangt af van het soort project. De opstart van een verkoopkantoor bijvoorbeeld gaat relatief snel."Voor de opmaak van de cijfers gebruikt FIT een veelheid aan bronnen, de eigen diensten voorop. De begeleiding van buitenlandse investeerders in Vlaanderen is immers een kerntaak van FIT. Voorts put FIT uit persberichten, websites van bedrijven, sociale media en gespecialiseerde databanken. Overigens staat FIT niet alleen in die werkwijze. Ook consultants zoals EY en Plant Location International bijvoorbeeld baseren zich op aankondigingen voor hun rapporten over buitenlandse investeringen.Aankondigingen zijn op zich niet slecht. Een buitenlandse investeerder drukt er zijn vertrouwen mee uit in een bepaald land. Zo'n aankondiging is altijd beter dan helemaal geen aankondiging. Maar het valt op hoe schaars cijfers zijn over de gerealiseerde investeringen en de resulterende jobs. Uit een studie van 2018 door het departement Economie, Wetenschap & Innovatie (EWI) van de Vlaamse overheid bleek dat - banken en verzekeringen niet meegerekend - 4.111 bedrijven in Vlaanderen onder buitenlandse controle stonden. Samen waren deze bedrijven goed voor zowat een kwart van de tewerkstelling in de Vlaamse privésector en een derde van de toegevoegde waarde. (Lees ook: Zijn we nog baas in eigen economie? Dit zijn de harde cijfersDat geeft al een idee van de gerealiseerde buitenlandse investeringen. Ook de Europese IFATS (Inward Foreign Affiliates Statistics) geven een idee. Dat zijn data over de bedrijven onder buitenlandse controle in elke lidstaat, en dus ook België, evenwel zonder opsplitsing tussen Vlaanderen, Brussel en Wallonië. De IFATS zijn echter weinig opbeurend voor België. Tussen 2010 en 2017 zakte het aantal werknemers in buitenlandse vestigingen in ons land van ruim 475.000 naar een kleine 389.000. Al onze buurlanden kenden een stijging in dezelfde periode. In Nederland bijvoorbeeld steeg het cijfer van 818.000 naar ruim 1 miljoen. Hoewel de cijfers van vorig decennium dateren, werpen ze toch een ander licht op de aantrekkelijkheid van ons land voor buitenlandse investeerders.Maar ook de IFATS-cijfers zijn geen volmaakte weergave van de buitenlandse investeringen. De cijfers omvatten ook oorspronkelijk inheemse bedrijven die overgenomen werden door buitenlandse partijen. De vraag is of zo'n eigenaarswissel voor een rasechte investering kan doorgaan. Overnames brengen geen extra activiteiten en jobs, en zijn niet noodzakelijk te danken aan de aantrekkelijkheid van een land als investeringsbestemming, volgens Leo Sleuwaegen, emeritus hoogleraar industriële economie en strategie aan de KU Leuven en de Vlerick Business School. "Veel overnemers zijn eerder uit op grootschaligheid. Dat maakt meer efficiëntie en marktmacht voor hun bedrijf mogelijk. Na de overname verhuizen ze niet zelden de activiteit naar andere landen, wat ook al geen blijk is van vertrouwen in het oorspronkelijke vestigingsland."In zijn cijfers over nieuwe jobs en investeringsbedragen houdt FIT geen rekening met overnames, maar het rekent ze wel mee in de telling van het aantal projecten. Vorig jaar kondigden buitenlandse investeerders 295 nieuwe projecten in Vlaanderen aan. Zowat een derde daarvan zijn overnames en fusies. Het bijhouden van overnames heeft nut, aldus Tillekaerts. "Vaak maken belangrijke bedrijven via een overname kennis met het Vlaamse ecosysteem. Nadien gaan ze geregeld over tot nieuwe investeringen in Vlaanderen."Moet FIT ook geen cijfers bijhouden over het aantal sluitingen van buitenlandse vestigingen in Vlaanderen, en het jobverlies dat daarmee gepaard gaat? Zo krijgen we nettocijfers over de instroom aan buitenlandse investeringen en de bijhorende jobcreatie. Is zo'n nettoscore geen objectievere weergave van de investeringsvriendelijkheid van ons land? "Voor economen kan dat interessant zijn, maar een goede indicator voor de aantrekkelijkheid van een regio voor buitenlandse bedrijven is zo'n nettocijfer niet", zegt Tillekaerts. "Sluiten of stopzetten van activiteiten kunnen ook liggen aan problemen in het management, verkeerde of nieuwe strategische keuzes, enzovoort. De beslissing over de vestigingsplaats van een nieuwe investering daarentegen is een toekomstgerichte keuze. Het geeft weer hoe sterk een regio scoort op toekomstpotentieel. Vergeet niet dat Vlaanderen hard moet concurreren met andere regio's en landen om buitenlandse investeerders binnen te halen. Als we als winnaar uit die concurrentiestrijd komt, zegt dat veel."Die strijd blijft noodzakelijk, volgens Sleuwaegen. "Grote landen brengen vaak grote bedrijven voort, omdat ze daartoe de ruimte hebben. Kijk maar naar Duitsland of Frankrijk. Kleine landen hebben die ruimte niet, en moeten voor nieuwe technologie, productiviteit en economische groei vaker rekenen op buitenlandse bedrijven. De Vlaamse welvaart is te danken aan buitenlandse investeerders."Dat betekent ook dat de Vlaamse welvaart afhangt van buitenlandse beslissingscentra. "Hoe verderaf gelegen het hoofdkwartier van de buitenlandse investeerder, hoe minder zijn hart klopt voor Vlaanderen", zegt Sleuwaegen. "Het verankeringsdebat woedt al 30 jaar in Vlaanderen. De beste manier om bedrijven hier te houden, is een goed ondernemingsklimaat. Al mag je daarin niet te ver gaan. Soms krijgt zo'n buitenlandse investeerder te veel toegiften, en dat is niet gezond. Gebruik de buitenlandse bedrijven om te leren, en start met die ervaring eigen bedrijven op. Zo is het gegaan in onze chemie bijvoorbeeld. Je moet het beste van twee werelden combineren."