Telecominfrastructuur is het zenuwstelsel van de economie. Om dat te beseffen hadden we geen coronacrisis nodig, maar die zet wel in de verf welke cruciale rol de operatoren spelen. Het telefoon- en internetverkeer verloopt vlot ondanks het massale thuiswerken omdat de marktleiders Proximus, Telenet en VOO de voorbije jaren geïnvesteerd hebben in hun netwerk. Maar zeker Proximus moest nog een tandje bijsteken. Door de historische erfenis als telefoniereus zat het met een verouderde technologie.

De aansluitingen van Proximus bij klanten thuis zijn doorgaans nog koperen telefoonkabels, die van Telenet en VOO zijn de snellere coax-kabels voor tv-aansluitingen. Telenet en VOO kunnen daardoor nog een tiental jaar wachten met een grote omschakeling, maar Proximus botst tegen de fysieke limieten van de verouderde uiteindes van zijn netwerk. De infrastructuur was wel al deels omgeschakeld naar het snellere glasvezel. Nu gaat het ook versneld de aansluitingen, de laatste meters, naar de klanten aanpakken. Dat is enorm duur, want gaat om miljardeninvesteringen die nu over enkele jaren minder uitgesmeerd worden.

De investeringen van Proximus verzachten het leed van de coronacrisis.

Proximus gaat daarom een deel van zijn vastgoed verkopen, extra schulden aangaan en zijn dividend verlagen. De verlaging van het dividend is niet prettig voor de belegger en de federale overheid. Die is hoofdaandeelhouder en rekent op een royaal dividend. Maar deze korte pijn versterkt de positie van Proximus op de lange termijn, omdat het snelheidsverschil met Telenet en co anders te groot zou worden.

Het is ook goed nieuws voor de Belgische economie. Er is een verband tussen een betere telecominfrastructuur en de economische groei. Zweedse onderzoekers kwamen in 2012 rond een gemiddelde van 0,3 procent extra groei als de snelheid verdubbelt. In vergelijking met 2012 hebben we nu betere smartphones, betere onlinediensten en betere software. Al die zaken kunnen elkaar versterken. De grote snelheidsboost van een volledig glasvezelnetwerk kan zich nu dus in nog meer economische groei vertalen.

Telecominfrastructuur is het zenuwstelsel van de economie. Om dat te beseffen hadden we geen coronacrisis nodig, maar die zet wel in de verf welke cruciale rol de operatoren spelen. Het telefoon- en internetverkeer verloopt vlot ondanks het massale thuiswerken omdat de marktleiders Proximus, Telenet en VOO de voorbije jaren geïnvesteerd hebben in hun netwerk. Maar zeker Proximus moest nog een tandje bijsteken. Door de historische erfenis als telefoniereus zat het met een verouderde technologie. De aansluitingen van Proximus bij klanten thuis zijn doorgaans nog koperen telefoonkabels, die van Telenet en VOO zijn de snellere coax-kabels voor tv-aansluitingen. Telenet en VOO kunnen daardoor nog een tiental jaar wachten met een grote omschakeling, maar Proximus botst tegen de fysieke limieten van de verouderde uiteindes van zijn netwerk. De infrastructuur was wel al deels omgeschakeld naar het snellere glasvezel. Nu gaat het ook versneld de aansluitingen, de laatste meters, naar de klanten aanpakken. Dat is enorm duur, want gaat om miljardeninvesteringen die nu over enkele jaren minder uitgesmeerd worden. Proximus gaat daarom een deel van zijn vastgoed verkopen, extra schulden aangaan en zijn dividend verlagen. De verlaging van het dividend is niet prettig voor de belegger en de federale overheid. Die is hoofdaandeelhouder en rekent op een royaal dividend. Maar deze korte pijn versterkt de positie van Proximus op de lange termijn, omdat het snelheidsverschil met Telenet en co anders te groot zou worden.Het is ook goed nieuws voor de Belgische economie. Er is een verband tussen een betere telecominfrastructuur en de economische groei. Zweedse onderzoekers kwamen in 2012 rond een gemiddelde van 0,3 procent extra groei als de snelheid verdubbelt. In vergelijking met 2012 hebben we nu betere smartphones, betere onlinediensten en betere software. Al die zaken kunnen elkaar versterken. De grote snelheidsboost van een volledig glasvezelnetwerk kan zich nu dus in nog meer economische groei vertalen.