Bij de parkinguitbater Interparking staan 95 banen op de tocht. Nadat de werknemers negen maanden tijdelijk werkloos zijn geweest, gaat het bedrijf over tot een herstructurering. Dat collectieve ontslag is het 73ste dit jaar. Volgens de federale overheidsdienst Werkgelegenheid gaat het om meer dan 6900 banen. Het aantal banen dat bedreigd is door een collectief ontslag ligt al hoger dan in heel 2019. Zo waren er belangrijke collectieve ontslagen bij de cateraars Sodexo (373 banen) en Railrest (158), de luchtvaartmaatschappij Ryanair (172 banen) en het zuivelbedrijf Belgomilk (162 banen). De 35 aangekondigde herstructureringen in het derde kwartaal zijn het hoogste aantal sinds 2016. "In het derde kwartaal zagen we de impact van de coronacrisis op verschillende sectoren verstevigen", aldus de federale overheidsdienst Werkgelegenheid.
...

Bij de parkinguitbater Interparking staan 95 banen op de tocht. Nadat de werknemers negen maanden tijdelijk werkloos zijn geweest, gaat het bedrijf over tot een herstructurering. Dat collectieve ontslag is het 73ste dit jaar. Volgens de federale overheidsdienst Werkgelegenheid gaat het om meer dan 6900 banen. Het aantal banen dat bedreigd is door een collectief ontslag ligt al hoger dan in heel 2019. Zo waren er belangrijke collectieve ontslagen bij de cateraars Sodexo (373 banen) en Railrest (158), de luchtvaartmaatschappij Ryanair (172 banen) en het zuivelbedrijf Belgomilk (162 banen). De 35 aangekondigde herstructureringen in het derde kwartaal zijn het hoogste aantal sinds 2016. "In het derde kwartaal zagen we de impact van de coronacrisis op verschillende sectoren verstevigen", aldus de federale overheidsdienst Werkgelegenheid. Tegen het einde van het jaar zullen er in de Belgische privésector 84.000 werknemers minder zijn dan voor de coronacrisis. Die cijfers deelde Pierre Wunsch, de gouverneur van de Nationale Bank, vorige week mee in de Kamercommissie Financiën. Hij is ook de voorzitter van de Economic Risk Management Group (ERMG), die de economische gevolgen van de coronacrisis in kaart brengt. De cijfers zijn gebaseerd op een enquête die de ERMG eind september in samenwerking met de werkgeversorganisaties afnam bij bedrijven. De resultaten liggen in lijn met verschillende arbeidsmarktrapporten die na de zomer zijn verschenen. Daaruit blijkt dat corona een negatieve impact heeft op de werkgelegenheid, maar dat de situatie lange tijd verre van dramatisch was. De positieve arbeidsmarktdynamiek werd gewoon gestopt (zie grafiek Corona en de arbeidsmarkt). De Vlaamse werkzaamheidsgraad daalde volgens het Steunpunt Werk in het tweede kwartaal met 0,4 procentpunt naar 75,3 procent, de eerste daling per kwartaal sinds 2016. Maar daarmee zit de Vlaamse werkzaamheidsgraad nog altijd op hetzelfde niveau als een jaar geleden. Hetzelfde geldt voor de Belgische werkzaamheidsgraad. Die zakte van 70,4 naar 69,6 procent. Volgens Eurostat schommelt de Belgische werkloosheidsgraad sinds februari rond 5 procent. In september werd een stijging richting 5,5 procent voorspeld, maar dat cijfer werd in oktober alweer neerwaarts bijgestuurd. KBC-econoom Johan Van Gompel stelt in een conjunctuurrapport van de bank dat we voorzichtig moeten zijn met de interpretatie van die cijfers. "De context van covid-19 maakt het gebruikte model minder betrouwbaar. Tot nu werd de impact van de coronacrisis op de arbeidsmarkt gemilderd, doordat veel bedrijven een beroep deden op het stelsel van de tijdelijke werkloosheid. Geleidelijk zal de crisis zich evenwel vertalen in een hogere effectieve werkloosheid. Dat is al zichtbaar in de werkloosheidsgegevens van de regionale arbeidsbureaus. Wij gaan er nog altijd van uit dat de werkloosheidsgraad de komende kwartalen zal pieken, mede onder invloed van een golf van faillissementen." Het rapport heeft het over een Belgische werkloosheidsgraad van 6,4 procent in 2020. Dat komt neer op 110.000 banen minder. In 2021 zouden er netto nog 30.000 banen verloren gaan, wat de werkloosheidsgraad richting 7,2 procent stuwt. Die analyses houden geen of in beperkte mate rekening met de tweede coronagolf die over het land rolt, om nog te zwijgen over de impact van een nieuwe lockdown. De zwaar geteisterde evenementensector kan nog een beroep doen op de tijdelijke werkloosheid tot het einde van het jaar. Wie in de horeca aan de slag is, kan opnieuw voor minstens een maand in het systeem stappen. Zo worden werknemers niet ontslagen, maar krijgen ze een uitkering met een toeslag van het bedrijf. Uit de ERMG-enquêtes blijkt dat de bedrijven in de evenementensector, de horeca en de catering bang zijn veel banen te verliezen, ondanks de steunmaatregelen. De recreatie- en evenementensector verwacht een krimp van de werkgelegenheid van 23 procent of zo'n 8000 werknemers. In de horeca en de catering is sprake van een daling van 20 procent of 27.000 banen. In andere sectoren wordt een banenverlies van telkens zo'n 10.000 mensen verwacht, onder meer in het transport en de retail. De bouw en de klassieke industrie verwachten 5000 verloren banen. In de financiële sector zou het verlies verwaarloosbaar zijn en in de ICT zou de werkgelegenheid zelfs licht toenemen. Maar dat was dus voor de tweede coronagolf. Het zou best kunnen dat de cijfers van de volgende enquête een stuk roder kleuren. Volgens de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka is het economische herstel van na de eerste lockdown stilgevallen. De werkgelegenheid zakt tegen eind dit jaar met 3,4 procent, waardoor nog eens 30.000 Belgen hun baan zouden verliezen, boven op de 60.000 banen die al verloren gingen door de crisis. Voka verwacht geen herstel in 2021. "De werkloosheid zal stijgen, maar we zitten nu nog met een sluier rond de arbeidsmarkt", zegt Jan Denys, arbeidsmarktexpert bij Randstad. "Ik verwacht ontslagrondes, al zou het best kunnen dat die pas begin 2021 versnellen. De vraag is wat zal er gebeuren als de stolp met beschermende maatregelen wordt weggehaald. De tijdelijke werkloosheid zal niet eeuwig worden toegekend." Bij een economische krimp worden vooral jongeren en laaggeschoolden geraakt. Na de crisissen van 2008-2009 en 2012-2013 steeg de jeugdwerkloosheid in Vlaanderen naar 16,6 procent. Sindsdien daalde ze sterk tot 9,5 procent in 2019. "De coronacrisis kan tot een nieuwe opstoot leiden", voorspelt een rapport van het Steunpunt Werk. Voor de -25-jarigen is er een positieve noot: "Ondanks de hoger dan gemiddelde werkloosheidsgraad vinden werkzoekende midden- en hooggeschoolde jongeren doorgaans veel vlotter werk dan oudere werkzoekenden." Veel minder rooskleurig zijn de vooruitzichten voor de mensen zonder diploma middelbaar onderwijs. Tussen 2008 en 2019 daalde het aandeel kortgeschoolden in de Vlaamse bevolking op beroepsactieve leeftijd van 28,4 naar 18,4 procent. Dat is een daling van ruim 300.000 personen, leert de studie van het Steunpunt Werk. De werkzaamheidsgraad van kortgeschoolden bleef in die periode maar net boven 50 procent. Vooral bij 55-plussers is het verschil in werkzaamheid tegenover midden- en hooggeschoolden groot. Uit de werkloosheidscijfers blijkt dat kortgeschoolden conjunctuurgevoelig zijn en het effect van een crisis jaren kunnen meeslepen. In 2019 was bijna de helft (48,7%) van de kortgeschoolde werkzoekenden al langer dan een jaar werkloos. Er werken relatief meer laaggeschoolden in de sectoren die het zwaarst worden getroffen door de coronacrisis. Hier en daar wordt geopperd dat sommigen elders aan de slag zouden moeten gaan. "Iemand uit de horeca of de evenementensector kan bij een koerierbedrijf of in de zorgsector werken", zegt Denys. "Maar niet iedereen zal zijn sector plots vaarwelzeggen. De vraag is of de werkgevers dat echt willen." De Vlaamse regering lanceerde vorige week een onlineplatform om tijdelijke werklozen uit de evenementensector aan een baan te helpen in de zorg. Ondertussen is de VDAB in actie geschoten. 120.000 tijdelijke werklozen hebben een brief ontvangen met een aanbod om een opleiding te volgen of elders aan de slag te gaan. 300 tijdelijke werklozen reageerden daarop. Econoom en arbeidsmarktspecialist Ive Marx (Universiteit Antwerpen) is niet onder de indruk: "Dat is ontgoochelend weinig. In Nederland is een opleiding na verloop van tijd verplicht. Hier worden kansen gemist. De premisse van tijdelijke werkloosheid is dat het een tijdelijke ingreep is in een gezonde en levensvatbare bedrijfsomgeving. Nu zullen mensen negen maanden of misschien zelfs langer in dat systeem zitten. Zullen zij op termijn hun oude baan weer kunnen uitvoeren? Kunnen we het ons veroorloven passief met die mensen om te gaan? Een vrijblijvend aanbod voor een opleiding is een halfslachtige reactie op wat een fundamentele transformatie kan zijn. We konden met corona een koerswending forceren die weliswaar pijn zal doen. We doen nu het omgekeerde. Een inerte arbeidsmarkt wordt op sterk water gezet. Er is te veel uitstelgedrag. Als de economie echt herneemt en die steunmaatregelen stoppen, wat zal er dan gebeuren?" Volgens een rapport van de OESO dreigen de laaggeschoolden in België het kind van de rekening te worden, terwijl hun situatie voor de crisis al niet rooskleurig was. In België had 47 procent van de laaggeschoolden voor corona een baan, tegenover 52 procent in Frankrijk, 61 procent in Duitsland en 63 procent in Nederland (zie grafiek Tewerkstelling laaggeschoolden). "Verontrustend is dat de werkzaamheidsgraad van die groep in België sinds 2000 is gedaald, terwijl Duitsland en Nederland een stijging zagen", stelt het rapport. "De covid-19-crisis heeft laaggeschoolden in verhouding zwaarder geraakt." Tegen 2030 zou de werkzaamheidsgraad van laaggeschoolden in België met 7 procentpunt dalen, voorspelt de OESO-studie, terwijl die in Nederland en Duitsland met respectievelijk 2 en 3 procentpunt zal stijgen. De oorzaak van de Belgische achterstand zijn volgens de OESO de loonkosten, de werkloosheidsvallen, de rigide loonvorming en de beperkte mogelijkheden om een uitkering te combineren met een baan. Volgens Marx is de voorbije maanden een zoveelste kans gemist om grondig na te denken over arbeidsmarkthervormingen die de lage tewerkstellingsgraad van groepen zoals laaggeschoolden en migranten kunnen verhelpen. "Wij hebben de meest disfunctionele arbeidsmarkt in Europa. Voor de coronacrisis was er een arbeidsreserve van miljoenen mensen en tegelijk was onze arbeidsmarkt de op één na krapste in Europa. Thema's zoals de vereenvoudiging van de werkloosheidsverzekering, de herintrede van langdurig zieken op de arbeidsmarkt, en de rigide arbeidsmarktinstituties voor loonvorming, arbeidstijd en nachtwerk worden ontweken. Het sociaal-economische debat staat onder hoogspanning, en wie dat aan durft te raken, wordt onmiddellijk geëlektrocuteerd."