Een zoveelste IKEA-vestiging of een nieuw distributiecentrum van Nike, voor dat soort logistieke investeringen wisten buitenlandse bedrijven ons land de voorbije jaren nog te vinden. Dat leverde banen op, maar veel minder dan bij investeringen in productie. De echte jobmotor was de industrie, zoals de autoproductie, chemie of farma. Ondanks onze hoge loonkosten waren gevestigde waarden als de autoproducent Volvo of het farmabedrijf GlaxoSmithKline altijd wel bereid tot een uitbreidingsinvestering.
...

Een zoveelste IKEA-vestiging of een nieuw distributiecentrum van Nike, voor dat soort logistieke investeringen wisten buitenlandse bedrijven ons land de voorbije jaren nog te vinden. Dat leverde banen op, maar veel minder dan bij investeringen in productie. De echte jobmotor was de industrie, zoals de autoproductie, chemie of farma. Ondanks onze hoge loonkosten waren gevestigde waarden als de autoproducent Volvo of het farmabedrijf GlaxoSmithKline altijd wel bereid tot een uitbreidingsinvestering. Maar de jongste jaren lieten ook zij het almaar meer afweten, zeggen de cijfers van Plant Location International (PLI). Deze dochter van het Amerikaanse concern IBM is gespecialiseerd in het zoeken naar geschikte vestigingsplaatsen voor bedrijven wereldwijd. Van alle nieuwe banen die buitenlandse investeerders creëerden in België in 2014, ging slechts 28 procent naar productieprojecten. De distributie en het transport gingen met de meeste banen lopen (43%). Ons land viel uit de gratie als productieland. Het jongste rapport van PLI laat een verrassende ommekeer zien. Productieprojecten stonden in 2015 opnieuw op de eerste plaats, met 44 procent van de nieuwe jobs. De distributie en het transport zijn teruggedrongen naar de tweede plaats (32%). Dat is twee keer goed nieuws, volgens Roel Spee, hoofd van PLI. "Productie is niet alleen arbeidsintensiever, ze zorgt ook voor meer afgeleide werkgelegenheid. Denk aan de beveiliging van productieprocessen, of aan bedrijven die instaan voor het technische onderhoud van de installaties." Niet dat ons land nu voor een massale herindustrialisering staat. Meestal hebben de investeringen een relatief beperkte omvang. De investering van het Amerikaanse farmabedrijf Pfizer in Puurs bijvoorbeeld, zal 100 banen met zich brengen. "De investeringen in de farmasector bereiken nog niet de schaal van vroeger", zegt Spee. "Maar de jongste jaren waren de farmaprojecten helemaal uit het zicht verdwenen. Als dan een reus als Pfizer beslist zijn productie in Puurs uit te breiden, is dat een opsteker." België ziet niet alleen de investeringsmix verbeteren. Ook de totale hoeveelheid investeringen stijgt, en dat al drie jaar op rij. In 2012 kondigden buitenlandse investeerders 158 projecten aan, goed voor 3427 jobs. Vorig jaar stond de teller al op 217 projecten en 7432 banen. "Daarmee zitten we nog niet aan de niveaus van voor de crisis, toen we jaarlijks 8000 tot 10.000 nieuwe jobs binnenhaalden", zegt Spee. "Maar het gevoel is positief. België volgt de trend in de rest van de wereld, die zich langzaam van de crisis herstelt." Van de 7432 aangekondigde banen in 2015 gaat het leeuwendeel (6105) naar Vlaanderen. De provincie Antwerpen krijgt de grootste brok, met 3119 jobs, op grote afstand gevolgd door Oost-Vlaanderen, met 1175 banen. Alle andere provincies blijven daar ruim onder, ook het Brussels Gewest, dat amper 130 jobs toebedeeld krijgt. "Het toont hoe belangrijk de Antwerpse haven is", zegt Spee. "Veel investeringen hebben een of andere link met de haven en haar verbinding met het industriële Ruhrgebied. Daarom profiteert Antwerpen in verhouding meer van het economisch herstel." Het stijgende aantal investeringen heeft in elk geval niks te maken met de regeringsmaatregelen om de loonkosten te drukken, benadrukt Spee. "Die maatregelen zijn nog maar pas goedgekeurd. Dat effect moet nog komen." Om dat effect te illustreren, goot PLI de totale werkgeverskosten van vijf courante beroepen in een index (zie grafiek hierboven 'de tijdelijke duik van de kosten'. In 2015 maakt de Belgische index een knik naar beneden. De komende jaren zakt hij tot een stuk onder het Duitse niveau. De kloof met de Franse en de Nederlandse loonkosten blijft bestaan, maar is tegen 2019 een stuk kleiner geworden. De daling van de Belgische index in het PLI-model is praktisch alleen te danken aan de maatregel om de werkgeversbijdragen tegen 2019 te verminderen tot 25 procent van het brutoloon. Het effect van de indexsprong blijkt verwaarloosbaar. Dat is weinig verwonderlijk, vindt Spee. "De indexsprong is een eenmalige maatregel. Daarna treedt het automatische indexe-ringsmechanisme opnieuw in werking en zal de loonkostenhandicap opnieuw oplopen. Volgens ons model zal dat vanaf 2020 het geval zijn." De automatische indexering knabbelt elk jaar een stukje van de Belgische concurrentiekracht weg, waarschuwt Spee. "De jongste maanden hoor ik sommigen zeggen dat onze loonkostenhandicap met de buurlanden verdwenen is. Ik snap niet dat mensen zoiets kunnen beweren. De loonkostenhandicap is helemaal niet verdwenen. Als België de handicap wil wegwerken, zal het meer ambitie moeten hebben. België is van oudsher een industrieland. Het zou zonde zijn als die traditie verloren ging."