Ondanks de aanhoudende smeekbede van bedrijven om werkkrachten, blijft de Belgische werkzaamheidsgraad met 74 procent relatief laag. Dat is iets minder dan het Europese gemiddelde van 74,7 procent en ver verwijderd van de scores van referentielanden als Nederland (82%), Duitsland (80,8%) of Zweden (82,9%). Dat blijkt uit de recentste arbeidsmarktcijfers van Eurostat. Het is dankzij Vlaanderen dat België niet slechter scoort. De welvarendste regio van België komt met 78,3 procent in de buurt van de mythische grens van 80 procent. Brussel (66,8%) en Wallonië (68,8%) blijven ondermaats presteren.
...

Ondanks de aanhoudende smeekbede van bedrijven om werkkrachten, blijft de Belgische werkzaamheidsgraad met 74 procent relatief laag. Dat is iets minder dan het Europese gemiddelde van 74,7 procent en ver verwijderd van de scores van referentielanden als Nederland (82%), Duitsland (80,8%) of Zweden (82,9%). Dat blijkt uit de recentste arbeidsmarktcijfers van Eurostat. Het is dankzij Vlaanderen dat België niet slechter scoort. De welvarendste regio van België komt met 78,3 procent in de buurt van de mythische grens van 80 procent. Brussel (66,8%) en Wallonië (68,8%) blijven ondermaats presteren.Werklozen aan de slag krijgen, is dus de boodschap. Maar de arbeidseconoom Stijn Baert (Universiteit Gent) waarschuwt in zijn studie Inactiviteit in Europa en de Belgische Gewesten dat zelfs alle werkzoekenden aan een baan helpen onvoldoende is om aan 80 procent werkzaamheidsgraad te geraken. Hij analyseerde de Eurostat-cijfers en voegde er eigen berekeningen aan toe.Stijn Baert wijst op een probleem dat hij bijna tot vervelens toe moet aankaarten: het te hoge aantal inactieven. De Belgische werkloosheidsgraad onder de 25- tot 64-jarigen (niet-werkenden die effectief een baan zoeken) is met 4,1 procent lager dan het eurozonegemiddelde (5,5%). Maar het percentage inactieven ligt met 21,8 procent een stuk boven het eurozonegemiddelde (19,8%). Inactieven zijn niet-werkenden die niet op zoek zijn naar een baan. Baert splitst ze op in vijf groepen: ontmoedigde werklozen (die niet langer een uitkering krijgen); personen die tot de rekruteringsbevolking behoren maar al met pensioen zijn; huismannen en -vrouwen; langdurig zieken; en voltijdse studenten. Slechts 4 van de 27 EU-landen doen slechter dan België: Griekenland, Kroatië, Roemenië en Italië. In absolute cijfers gaat het om 1.315.000 Belgen tussen 25 en 64 jaar die noch werken noch werk zoeken.Opgedeeld naar geslacht, is 1 op de 6 mannen (17,2%) tussen de 25 en 64 inactief, tegenover 1 op de 4 (26,4%) vrouwen. "Toch is vooral de mannelijke activiteit vooral een stuk slechter dan elders. Enkel in Italië en Kroatië is die inactiviteit nog hoger", stelt Stijn Baert. De grootste uitdaging blijft echter het naar de arbeidsmarkt loodsen van mensen met een migratieachtergrond. Liefst 44,2 procent van 25- tot 64-jarigen met een nationaliteit van buiten de EU-27 is noch aan het werk noch op zoek naar werk. Geen enkel EU-27-land doet slechter.Een andere opvallende vaststelling uit de Eurostat-cijfers: het beeld dat de hoge inactiviteit uitsluitend een Brussels en Waals probleem is, moet genuanceerd worden. Het klopt dat de cijfers bezuiden de taalgrens zeer slecht zijn. 24,5 procent van de Brusselaars is inactief. Wallonië doet het nog slechter dan Brussel. 25,6 procent van de 25- tot 64-jarigen is er inactief. Alleen Roemenië en Italië doen het nog slechter.Maar de Vlaamse cijfers zijn evenmin opbeurend, met 19,2 procent van de 25- tot 65-jarigen die inactief is en zich dus niet eens aanbiedt op de arbeidsmarkt. Dat is iets onder het Europese gemiddelde en slechter dan Nederland (15% inactieven). En dat terwijl de arbeidsmarktkrapte in Vlaanderen bij de hoogste van de EU is. De analyse van Stijn Baart is dan ook scherp: "In feite is Vlaanderen een light versie van België, met een lage werkloosheid, maar een middelmatige inactiviteit. We scoren in Vlaanderen niet beter dan Frankrijk voor inactiviteit." De Vlaamse arbeidsmarkt is dus minder gezond dan gedacht.De cijfers van Eurostat en de berekeningen van Stijn Baert werden de voorbije dagen grondig besproken door arbeidsexper. In de politiek bleef het eerder rustig. De federale regeringspartijen zijn blijkbaar van oordeel dat de beperkte arbeidsmarkthervormingen waarover een aantal maanden geleden een akkoord werd bereikt (flexibelere uren, combinatie uitkering-knelpuntberoep mogelijk maken, meer opleiding,...) voldoende is. Net als de eerste voorzichtige aanzet tot activering van de langdurig zieken. De weinig opbeurende positie van België in de EU-rankings toont dat de Wetstraat hierin te optimistisch is.