De beursgang van Club Brugge gaat niet door. Er was gewoon te weinig interesse van investeerders. Daarmee oogst Club-eigenaar Bart Verhaeghe wat hij gezaaid heeft. Door alleen bestaande aandelen te verkopen, maakte hij een strategische blunder. Daardoor was van bij het begin duidelijk dat zelf langs de kassa passeren de enige finaliteit van deze beursintroductie was.

Dat het geld niet naar hun voetbalclub of naar de financiering van het nieuwe stadion ging, heeft vermoedelijk veel supporters ervan weerhouden op de beursgang in te tekenen. Iedereen ging ervan uit dat net de vele fans van de populairste sportvereniging van het land garant stonden voor een succes. Door geen nieuwe aandelen uit te geven, heeft Club dat draagvlak verspeeld.

Bovendien zijn die supporters geen idioten. Het verhaal dat Bart Verhaeghe opdiste, was 'te mooi om waar te zijn', titelde Trends op zijn cover van 11 maart. Het valt niet te ontkennen dat Verhaeghe en zijn vertrouwelingen Club Brugge de voorbije jaren uitbouwden tot een commercieel, financieel en sportief succesverhaal. Maar de groeiprognoses die naar voren geschoven werden, en die al verrekend werden in de waardering, getuigden van een overdreven optimisme.

Club-voorzitter Bart Verhaeghe oogst wat hij gezaaid heeft.

Dat institutionele investeerders zich niet lieten vangen aan de 'droom' van Bart Verhaeghe, was al snel duidelijk. Zij beseffen als geen ander dat voetbalaandelen door de band geen goede belegging zijn. Daarvoor is de sector te volatiel en risicovol. Een sportief succes in Europa of een mislukte transfer kunnen een wereld van verschil betekenen voor de jaarresultaten. En Club Brugge heeft nu eenmaal niet de mondiale uitstraling van een Real Madrid of Manchester United.

Dat Club zijn transferinkomsten in het prospectus als een recurrent gegeven bestempelde, droeg alleszins niet bij tot de geloofwaardigheid in de ogen van internationale investeerders. Ook het verhaal dat de voetbalploeg als een mediabedrijf en eventorganisator met een stabiele kasstroom moet gezien worden, sloeg blijkbaar onvoldoende aan.

Voor de Brugse club heeft het mislukken van de beursgang, op wat gezichtsverlies na, in eerste instantie weinig gevolgen. Maar dat is slechts schijn. Want als Bart Verhaeghe écht een exit zoekt, kan hij ook bij een rijke buitenlandse investeerder aankloppen.

Ook blijft het dossier van het nieuwe stadion onopgelost. Dat nieuwe stadion moet een turbo zetten onder de inkomsten van de club en ervoor zorgen dat ze kan meedraaien aan de Europese top. Om tegen het seizoen 2023-2024 operationeel te zijn, moeten de werken begin volgend jaar starten. Maar de vestigingsplaats is omstreden, buurtbewoners zijn ontevreden. En er is een probleem met Cercle Brugge, die andere ploeg uit Brugge, die zonder stadion dreigt te vallen.

Bovendien zal Club, ondanks een eerdere belofte van Bart Verhaeghe, voor de bouw van het stadion een beroep moeten doen op bankfinanciering. Dat lijkt geen onoverkomelijk probleem in een periode dat banken vragende partij zijn voor investeringskredieten in infrastructuur. Maar een voetbalstadion voor 40.000 bezoekers gelegen midden in een woonwijk, tegen alle wetten van ruimtelijke ordening en mobiliteit in, kunnen banken bezwaarlijk als 'duurzame financiering' omschrijven.

De beursgang van Club Brugge gaat niet door. Er was gewoon te weinig interesse van investeerders. Daarmee oogst Club-eigenaar Bart Verhaeghe wat hij gezaaid heeft. Door alleen bestaande aandelen te verkopen, maakte hij een strategische blunder. Daardoor was van bij het begin duidelijk dat zelf langs de kassa passeren de enige finaliteit van deze beursintroductie was.Dat het geld niet naar hun voetbalclub of naar de financiering van het nieuwe stadion ging, heeft vermoedelijk veel supporters ervan weerhouden op de beursgang in te tekenen. Iedereen ging ervan uit dat net de vele fans van de populairste sportvereniging van het land garant stonden voor een succes. Door geen nieuwe aandelen uit te geven, heeft Club dat draagvlak verspeeld.Bovendien zijn die supporters geen idioten. Het verhaal dat Bart Verhaeghe opdiste, was 'te mooi om waar te zijn', titelde Trends op zijn cover van 11 maart. Het valt niet te ontkennen dat Verhaeghe en zijn vertrouwelingen Club Brugge de voorbije jaren uitbouwden tot een commercieel, financieel en sportief succesverhaal. Maar de groeiprognoses die naar voren geschoven werden, en die al verrekend werden in de waardering, getuigden van een overdreven optimisme.Dat institutionele investeerders zich niet lieten vangen aan de 'droom' van Bart Verhaeghe, was al snel duidelijk. Zij beseffen als geen ander dat voetbalaandelen door de band geen goede belegging zijn. Daarvoor is de sector te volatiel en risicovol. Een sportief succes in Europa of een mislukte transfer kunnen een wereld van verschil betekenen voor de jaarresultaten. En Club Brugge heeft nu eenmaal niet de mondiale uitstraling van een Real Madrid of Manchester United.Dat Club zijn transferinkomsten in het prospectus als een recurrent gegeven bestempelde, droeg alleszins niet bij tot de geloofwaardigheid in de ogen van internationale investeerders. Ook het verhaal dat de voetbalploeg als een mediabedrijf en eventorganisator met een stabiele kasstroom moet gezien worden, sloeg blijkbaar onvoldoende aan.Voor de Brugse club heeft het mislukken van de beursgang, op wat gezichtsverlies na, in eerste instantie weinig gevolgen. Maar dat is slechts schijn. Want als Bart Verhaeghe écht een exit zoekt, kan hij ook bij een rijke buitenlandse investeerder aankloppen.Ook blijft het dossier van het nieuwe stadion onopgelost. Dat nieuwe stadion moet een turbo zetten onder de inkomsten van de club en ervoor zorgen dat ze kan meedraaien aan de Europese top. Om tegen het seizoen 2023-2024 operationeel te zijn, moeten de werken begin volgend jaar starten. Maar de vestigingsplaats is omstreden, buurtbewoners zijn ontevreden. En er is een probleem met Cercle Brugge, die andere ploeg uit Brugge, die zonder stadion dreigt te vallen.Bovendien zal Club, ondanks een eerdere belofte van Bart Verhaeghe, voor de bouw van het stadion een beroep moeten doen op bankfinanciering. Dat lijkt geen onoverkomelijk probleem in een periode dat banken vragende partij zijn voor investeringskredieten in infrastructuur. Maar een voetbalstadion voor 40.000 bezoekers gelegen midden in een woonwijk, tegen alle wetten van ruimtelijke ordening en mobiliteit in, kunnen banken bezwaarlijk als 'duurzame financiering' omschrijven.