De Chinese president Xi Jinping heeft nog maar net een bezoek aan Europa afgerond, of er komt alweer een Chinese excellentie op bezoek. Premier Li Keqiang houdt dinsdag in Brussel een top met de EU-leiders. Het wordt een korte top, want Li Keqiang reist snel door naar Kroatië, voor het eigenlijke doel van zijn reis: een ontmoeting met de zogenoemde 16 + 1, een groep van elf EU-lidstaten en vijf Balkanlanden waarmee China nauw wil samenwerken voor infrastructuur en technologie.
...

De Chinese president Xi Jinping heeft nog maar net een bezoek aan Europa afgerond, of er komt alweer een Chinese excellentie op bezoek. Premier Li Keqiang houdt dinsdag in Brussel een top met de EU-leiders. Het wordt een korte top, want Li Keqiang reist snel door naar Kroatië, voor het eigenlijke doel van zijn reis: een ontmoeting met de zogenoemde 16 + 1, een groep van elf EU-lidstaten en vijf Balkanlanden waarmee China nauw wil samenwerken voor infrastructuur en technologie. Een poging van China om de Europese Unie uit elkaar te spelen? Aan het groeiende zelfbewustzijn van China valt in elk geval niet meer te ontkomen, aldus Bo Ji. De adjunct-decaan van de Cheung Kong Graduate School of Business (CKGSB) - een Chinese zakenschool opgericht door Li Ka-Shing, de 'Bill Gates van Azië' - gaf onlangs een presentatie aan de Vlaams-Chinese Kamer van Koophandel in Gent. Eén slide in de presentatie valt op. " China national strategy: being big!", staat er te lezen, in koeien van letters. Het Westen heeft lang zijn voordeel kunnen doen met China, als goedkoop productieland of als immense afzetmarkt. Maar intussen heeft China zich omhoog geknokt, en de oogsttijd is aangebroken. Het Westen speelt het maar beter slim, volgens Bo Ji. Verzet tegen China heeft weinig zin, zaken doen des te meer. Dat begint met een goed begrip voor elkaar. De Chinese en de westerse cultuur liggen immers ver uiteen. "Een voorbeeld? Voor een westerling gaan zaken voor op vriendschap. Voor een Chinees zijn geen zaken mogelijk zonder vriendschap. Chinezen denken anders. Daar hebben al veel westerse bedrijven hun tanden op stuk gebeten." BO JI. "Daar zou je van staan kijken. In farmaceutica bijvoorbeeld lopen wij duidelijk achterop. Tot twee jaar geleden kreeg China geen enkel nieuw medicijn op de internationale markt. Dat verklaart waarom Chinese bedrijven zich toeleggen op generische medicijnen. China kan de westerse expertise dus goed gebruiken. Omgekeerd, als een westers bedrijf wil groeien, moet het in China zijn, een markt van 1,4 miljard consumenten, vorig jaar goed voor 35 procent van de wereldgroei. En in China is een overvloed aan kapitaal beschikbaar." BO JI. "China is geen uitzondering. Ook Japan heeft in de jaren tachtig westerse technologie gekopieerd. Het is een gebruikelijke fase in de ontwikkeling van een land. Als China kopieert, moet je dat eigenlijk vieren. Het betekent dat jouw producten nog altijd het kopiëren waard zijn. Pas als China innoveert, moet je je ongerust maken. Het goede nieuws is dat intellectuele eigendom almaar beter beschermd wordt in China. Dat zie je aan de rechtszaken die westerse bedrijven steeds vaker winnen van Chinese tegenpartijen. China evolueert. Het is zoals een puber met groeipijnen. Als hij de kans krijgt van zijn ouders, groeit hij er wel uit." BO JI. "Ik weet het. Het is een belangrijk strijdpunt in de handelsoorlog tussen China en de Verenigde Staten. Uiteindelijk zal China niet anders kunnen dan zijn strategische sectoren open te stellen, maar verwacht geen drastische ommekeer. China wil niet eindigen als de Sovjet-Unie, waar de plotse overgang naar het kapitalisme het land in chaos stortte. Je moet geduld hebben met China. Een land met 1,4 miljard inwoners kan zich geen avonturen veroorloven. Opdracht nummer één is sociale stabiliteit. China zal zijn strategische sectoren geleidelijk openen, als het daarvoor klaar is." BO JI. "Het voorbije jaar heb ik president Xi Jinping vijf, zes keer horen spreken over privatisering en de behoefte aan steun voor de privébedrijven. Het gevolg is dat de privébedrijven nu een reeks steunmaatregelen genieten, zoals fiscale voordelen en een vlottere kredietverschaffing. Privébedrijven in China zijn vaak kleiner en dus onstabieler, zodat ze moeilijker aan een banklening geraken. Bovendien zijn veel Chinese banken in overheidshanden en geven ze daarom voorrang aan staatsbedrijven. Maar het tij keert. 'Privébedrijven zijn onze vrienden', heb ik president Xi Jinping horen zeggen." BO JI. "China wil vooral een beter leven voor zijn inwoners. Voor alle inwoners, niet voor een paar enkelingen. Die indruk krijg ik niet als ik in markteconomieën als de Verenigde Staten en Brazilië kom. De ongelijkheid is er erg groot, en de stem van de arme wordt vaak niet gehoord. Persoonlijk geloof ik dat marktvrijheid niet kan zonder een dosis overheidsingrijpen." BO JI. "De Chinese vijfjarenplannen (die de economische prioriteiten van de overheid vastleggen, ndvr) doen alvast goed werk voor de economie. Ze maken het mogelijk dat de overheid tussenbeide komt met gerichte uitgaven en subsidies. Een industrieel conglomeraat als General Electric zegt toch ook niet: 'Laten we de post van CEO afschaffen, en de zaken op hun beloop laten'? De planeconomie werkt zeer goed voor ons. Om de economie vrij te laten, heeft China regels nodig. Een echte vrijemarkteconomie zou China alleen maar in de problemen brengen. Kijk naar de Verenigde Staten. Door gebrek aan regulering kunnen ondernemers daar technologie gebruiken om monopolies op te bouwen. In de jaren 2000 kregen de Amerikaanse rommelhypotheken vrij spel, en we weten allemaal hoe dat geëindigd is." BO JI. "Die zal nog vijftien jaar duren. Want in feite draait het om technologische dominantie. China wil zijn industrie opwaarderen. Tegen 2025 moet 70 procent van de Chinese technologieproducten uit binnenlands geproduceerde componenten bestaan. We moeten die componenten dan niet langer invoeren uit de Verenigde Staten. Denk je even in wat dat betekent. Tot nu vulde China de Amerikaanse winkelrekken met goedkope consumentenproducten, tot grote tevredenheid van de gemiddelde Amerikaan. In ruil verscheepten de Verenigde Staten hoogtechnologische producten naar China, zoals halfgeleiders. De Amerikanen dachten: ' Fine. The Chinese work hard, we work smart.' Nu kiezen ook de Chinezen voor het slimme werk. China zal zijn technologieproducten zelf maken, ten koste van de Amerikaanse bedrijven. Zoals ik net zei, als China niet langer kopieert maar innoveert, heeft het Westen een probleem. De wereldmacht verschuift naar China. Maar de Verenigde Staten willen hun macht niet afgeven, want ze halen daar voordelen uit. Daarom zal de animositeit tussen beide landen nog jaren aanhouden." BO JI. "Denkt u echt dat Huawei het Westen bespioneert? Er is helemaal geen veiligheidsprobleem met de apparatuur van Huawei. Het bedrijf opende zelfs centra waar externe partijen zijn producten kunnen testen op veiligheid. Achter het wantrouwen tegenover Huawei gaat protectionisme schuil. Het Westen wil niet dat Chinese technologie zijn markten verovert. Het toont aan dat het Westen evengoed moeite heeft met vrije, open handel." BO JI. "China bemoeit zich nooit met de binnenlandse politiek van andere landen. Dat zit niet in ons DNA. Wij zijn niet als de Amerikanen, die hun democratie willen opleggen aan de hele wereld. China is eeuwenlang een supermacht geweest, maar nooit een bedreiging voor de wereld. China valt andere landen niet binnen, het helpt andere landen. Zelfs toen China arm was, heeft het andere landen geholpen. Als China een supermacht wordt, zal het blijven helpen. Er zal wereldwijd meer gelijkheid zijn. China brengt de wereld meer hoop dan de Verenigde Staten."