Vrijwel iedereen heeft het lastig. Maar met een begrotingstekort dat volgend jaar de 31 miljard euro vlot dreigt te overstijgen, rest de regering maar één optie: keuzes maken. Omdat onze beleidsmakers het daar vaak moeilijk mee hebben, doet Trends twee voorstellen waar niemand naast kan kijken.
...

Vrijwel iedereen heeft het lastig. Maar met een begrotingstekort dat volgend jaar de 31 miljard euro vlot dreigt te overstijgen, rest de regering maar één optie: keuzes maken. Omdat onze beleidsmakers het daar vaak moeilijk mee hebben, doet Trends twee voorstellen waar niemand naast kan kijken. Om te beginnen kan dit land echt niet om de lagere middenklasse heen. Dat zijn mensen die werken voor een matig loon, vaak noodgedwongen huren en meestal in een kwetsbare gezinssituatie leven. Dikwijls zijn het dezelfden die we tijdens de eerste golven van de pandemie hebben bewierrookt omdat ze op de werkvloer bleven, terwijl velen thuis zaten te zoomen. Elke ondernemer, elke leidinggevende kent zulke mensen. Ze werken in onze bedrijven - desnoods in onderaanneming - en in de ene sector vind je er al meer dan in de andere. Het zou gaan om een kleine 20 procent van de bevolking, rekende collega Alain Mouton uit. En het beste nieuws is: als we hen het juiste duwtje geven, kunnen ze hun sociale statuut gevoelig verbeteren. Maar zonder duwtje dreigen ze extreem kwetsbaar te worden. Willen we leven in een land waar mensen die werken, bijdragen aan onze welvaart en misschien niet de gezelligste maar wel vaak noodzakelijke jobs doen, het risico lopen om naar de voedselbank te moeten? Indien niet, moeten we hen op een slimme manier helpen. Dat hoeft trouwens niet altijd bakken geld te kosten, leest u in Trends van deze week. Tegelijk kan dit land niet om zijn economische ruggengraat heen. Tot spijt van wie het benijdt: dat is en blijft de industrie. 15 procent van onze toegevoegde waarde vertegenwoordigt die. Neem die 15 procent weg, en het hele kaartenhuis stort in elkaar. Een wijdvertakt netwerk van kmo's, familiebedrijven en zelfstandigen zou zwaar in de problemen komen. De lagere middenklasse van hierboven zou massaal werkloos worden. En onze economie zou letterlijk stilstaan. Een pure diensteneconomie heeft het immers veel lastiger om de productiviteitsgraad te verhogen. Daar worstelt bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk mee. De industrie vertegenwoordigt er geen 10 procent meer van de economie. De productiviteit staat er al jaren stil en dus ook de welvaart. Dat wil je in België écht niet zien gebeuren. Sommigen zouden het om ideologische redenen nog niet zo'n ramp vinden dat de industriële, vaak energie-intensieve, sectoren kreunen. Ze dwalen. Structurele, blijvende schade aan het industriële weefsel van dit land is zowat het ergste wat onze economie kan overkomen. Als het stof straks hopelijk gaat liggen, zullen we met z'n allen tot het besluit komen dat hernieuwbare en goedkopere energiebronnen meer dan ooit de topprioriteit zijn. Maar we moeten ook begrijpen dat sommige productieprocessen, waar extreem hoge temperaturen voor nodig zijn, allicht nog tien of vijftien jaar nodig hebben om te verduurzamen. De technologie of de capaciteit is er doodgewoon niet om het anders te doen. In afwachting houden we die bedrijven beter hier dan elders, waar niemand verduurzaming kan garanderen. Redenen genoeg om ervoor te zorgen dat onze industrie zich niet nog meer uit de markt laat prijzen. De allerbelangrijkste les is heel eenvoudig. Bezwijkt de industrie, vergeet dan al de rest. De komende weken zal dat heel duidelijk worden in Trends. Telkens zullen wij inzoomen op één extreem belangrijke industriële sector. Zo is er deze week de getuigenis van Luc Leunis, productiedirecteur bij Vynova in Tessenderlo, een van de grootste Europese spelers in onder meer pvc. Zonder paniek te zaaien maakt hij het allemaal heel erg tastbaar. Zouden de bonte kleuren van Vivaldi elkaar kunnen vinden in dit verhaal? Een helpende hand voor de lagere middenklasse en een flinke hijskraan om de industrie boven water te houden? Allebei zijn ze even hard nodig.