Volgens een eerste inschatting is de daling van de economische bedrijvigheid in vergelijking met het voorgaande kwartaal ongeveer even sterk in de industrie, de bouw en de diensten. De toegevoegde waarde daalde er met respectievelijk 13, 13,3 en 11,8 procent.

De Nationale Bank voegt eraan toe dat de groeicijfers 'omgeven zijn door een grotere onzekerheid dan bij de flashraming gebruikelijk is', door het gebrek aan administratieve gegevens voor de maand juni. In het eerste kwartaal kromp de Belgische economie al met 3,5 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. In de flashraming van eind april was er nog sprake van een krimp met 3,9 procent.

De toegevoegde waarde ging er toen in de industrie met 2,4 procent op achteruit, in de bouw met 5,1 procent en in de diensten met 3,1 procent. De binnenlandse vraag nam sterk, want de gezinnen gingen 6,4 procent minder consumeren en bouwden hun investeringen in woningen met 5,4 procent af. De bedrijfsinvesteringen vielen terug met 3,6 procent. De overheid verminderde haar consumptieve bestedingen en haar investeringen met respectievelijk 3,5 en 2,8 procent. De uitvoer viel in het eerste kwartaal terug met 1,7 procent, terwijl de invoer met -2,5 procent een sterkere achteruitgang kende.

Volgens een eerste inschatting is de daling van de economische bedrijvigheid in vergelijking met het voorgaande kwartaal ongeveer even sterk in de industrie, de bouw en de diensten. De toegevoegde waarde daalde er met respectievelijk 13, 13,3 en 11,8 procent. De Nationale Bank voegt eraan toe dat de groeicijfers 'omgeven zijn door een grotere onzekerheid dan bij de flashraming gebruikelijk is', door het gebrek aan administratieve gegevens voor de maand juni. In het eerste kwartaal kromp de Belgische economie al met 3,5 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. In de flashraming van eind april was er nog sprake van een krimp met 3,9 procent. De toegevoegde waarde ging er toen in de industrie met 2,4 procent op achteruit, in de bouw met 5,1 procent en in de diensten met 3,1 procent. De binnenlandse vraag nam sterk, want de gezinnen gingen 6,4 procent minder consumeren en bouwden hun investeringen in woningen met 5,4 procent af. De bedrijfsinvesteringen vielen terug met 3,6 procent. De overheid verminderde haar consumptieve bestedingen en haar investeringen met respectievelijk 3,5 en 2,8 procent. De uitvoer viel in het eerste kwartaal terug met 1,7 procent, terwijl de invoer met -2,5 procent een sterkere achteruitgang kende.