De aanstelling van Boris Johnson als nieuwe premier is hopelijk de wekker die de Belgische bedrijven wakker schudt. In volle zomer is de controversiële politicus duidelijk: de brexit komt er op 31 oktober. Zacht of hard. Daardoor is de vakantiemodus die nu heerst aan onze kant van het kanaal uiterst misleidend. De voorbije dagen meldden verschillende media dat EU-diplomaten en overheden zich hebben voorbereid op een mogelijk harde brexit. Voor onze bedrijven is dat minder het geval. Eerder uitstel heeft hen de kat uit de boom doen kijken, en net die houding is onvoorzichtig.

Nochtans is de dreiging niet min. Wanneer het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie stapt, zullen onvoorbereide bedrijven hun afspraken onmogelijk kunnen nakomen. Ze zullen hun goederen mogelijks niet tijdig ter plaatse krijgen, bederfbare producten kunnen vastlopen aan de grenzen en logistieke kosten zullen fors stijgen.

Niet alleen dreigen verliezen van inkomsten. Bovendien bevinden Britse klanten, zoals grote retailers, zich in een sterke commerciële positie. Ze zullen niet aarzelen om schadeclaims in te dienen, wanneer de rekken niet worden gevuld of fabrieken stilvallen omdat de nodige stukken niet op tijd worden aangeleverd. Verder wordt de behoefte aan cash bij bedrijven groter. Producten die later worden geleverd, worden later gefactureerd en dus later betaald. Het opbouwen van een grotere stock is duur. Bovendien vallen lastminuteoplossingen vaak duurder uit, als ze al bestaan.

De Algemene Administratie Douane en Accijnzen meldde eerder dat in Oost- en West-Vlaanderen, een belangrijke regio met de haven van Zeebrugge, slechts een paar honderd van de 20.000 Belgische bedrijven reageerden toen ze aanboden hen te informeren en te begeleiden. Bedrijven kijken de kat uit de boom. 'We zien wel wanneer de brexit er echt doorkomt', lijken ze te denken.

Belgische bedrijven kunnen winnen bij voorbereiding op brexit.

Opvallend is dat meer Belgische bedrijven zich hadden voorbereid in de aanloop naar de eerdere brexit-deadlines van 29 maart en 12 april. Ze legden stocks aan in eigen land en over het Kanaal waarmee ze leveringen konden garanderen. Ze analyseerden hun lopende contracten en pasten die aan waar nodig. Ze zochten en vonden alternatieve leveringsroutes. Ze vroegen een EORI-nummer aan, wat nodig is om handel te kunnen drijven met een land buiten de Europese Unie, en een btw-nummer om in het Verenigd Koninkrijk te kunnen handelen. Ten slotte maakten ze zich klaar voor het vervullen van douaneformaliteiten.

Die bedrijven merken nu dat de voorbereiding nooit verloren is. Integendeel. Ze ervaren zelfs dat ze erbij winnen. Ze drijven nu kostenefficiënter internationaal handel. Ze zien kansen die ze vroeger niet bespeelden. Sommige zijn beter beschermd dankzij waterdichte contracten die rekening houden met verschillende scenario's. Daarenboven hebben ze een voorsprong uitgebouwd ten opzichte van concurrenten die de voorbereiding op de brexit hebben uitgesteld.

De grootste prioriteit voor bedrijven die handeldrijven met het Verenigd Konkrijk? Schiet in actie. Bel de brexit-hotline van de Algemene Administratie Douane en Accijnzen. Doe de brexit-scan van de federale overheidsdienst Economie. Maar ook: laat het daar niet bij. Check of uw transportpartner klaar is, test alternatieven, leg buffers aan en actualiseer uw contracten met klanten en leveranciers.

Anne-Line Servaes, juridisch expert Deloitte België en Daan De Vlieger, expert wereldhandel Deloitte België