Blijft u met uw bedrijfswagen de files trotseren of bent u vragende partij voor meer cash? Misschien verkiest u wel een kleinere wagen in combinatie met een bedrijfsfiets of een busabonnement? Of u gaat dichter bij uw werkplek wonen? Met de invoering van de mobiliteitsvergoeding - beter bekend als cash-for-car - en de plannen voor een mobiliteitsbudget heeft de regering-Michel een complex compromis in de mobiliteitsmarkt gezet. Voor elk wat wils en alle regeringspartijen tevreden. Er verandert niets aan het regime van de bedrijfswagen (goede punten voor de grootste regeringspartij).
...

Blijft u met uw bedrijfswagen de files trotseren of bent u vragende partij voor meer cash? Misschien verkiest u wel een kleinere wagen in combinatie met een bedrijfsfiets of een busabonnement? Of u gaat dichter bij uw werkplek wonen? Met de invoering van de mobiliteitsvergoeding - beter bekend als cash-for-car - en de plannen voor een mobiliteitsbudget heeft de regering-Michel een complex compromis in de mobiliteitsmarkt gezet. Voor elk wat wils en alle regeringspartijen tevreden. Er verandert niets aan het regime van de bedrijfswagen (goede punten voor de grootste regeringspartij). Voor wie zijn bedrijfswagen fiscaalvriendelijk wil inruilen voor een cashvergoeding is er de mobiliteitsvergoeding (cash-for-car, de liberalen scoren). En ook de christendemocraten halen met de invoering van een meer sturend mobiliteitsbudget een trofee binnen, al moeten de punten en de komma's van die laatste regeling nog in wetteksten worden gegoten. Of de alternatieve systemen de filestress zullen verminderen, moet nog blijken. Om keuzestress te vermijden, zetten we de mogelijkheden op een rij. Met de introductie van de mobiliteitsvergoeding en het mobiliteitsbudget wil de federale regering bedrijfswagens uit de file halen. Er wordt in eerste instantie gemikt op mensen die hun bedrijfswagen hoofdzakelijk gebruiken voor woon-werkverkeer. Werknemers die hun firmawagen functioneel nodig hebben voor hun job worden niet geviseerd, al wordt dat onderscheid in de wetgeving niet gemaakt. De bestaande (para)fiscale regels blijven gelden. Uit cijfers van de hr-dienstverlener Acerta blijkt dat ongeveer 20 procent van de bedienden over een bedrijfswagen beschikt, terwijl 76 procent van alle werknemers zich naar het werk verplaatst met de wagen. Wie zijn bedrijfswagen wil houden tegen de huidige voorwaarden, kan dat. "In de bedrijfsvloot zien we wel een verschuiving van diesel naar benzine", stelt Johan Portier vast, de topman van LeasePlan Belux. "We evolueren naar een rijkere mix. Over vijf tot zeven jaar vermoed ik dat nog een derde van de vloot dieselwagens zullen zijn, een derde benzine - al dan niet hybride - en een derde elektrisch." Tegen 2020 komt ook de implementatie van de nieuwe Europese WLTP-wetgeving ( Worldwide Harmonised Light Vehicle Test Procedure). Dan zal onder meer de CO2-uitstoot van de wagens niet langer worden bepaald in artificiële laboratoriumomstandigheden, maar in realistische rij-omstandigheden. "De nieuwe testen zijn gevoelig strenger dan de huidige procedures en dat kan de CO2-waardes serieus verhogen, dat is belangrijk voor het voordeel alle aard", zegt Donald Niesten, fiscalist bij Deloitte. "Wagens die vandaag 105 gram CO2 per kilometer uitstoten, kunnen met de nieuwe regels aan 150 gram zitten. Er komt wel een verrekeningsfactor in de tussenperiode, waarmee we bijvoorbeeld op 120 gram zullen landen, maar het voordeel alle aard zal sowieso stijgen. Experts rekenen op een verhoging van 5 à 10 procent in vergelijking met de huidige situatie." Als de werkgever de mogelijkheid van een mobiliteitsvergoeding aanbiedt - dat is geen verplichting - kan de werknemer vrij kiezen of hij zijn bedrijfswagen inruilt voor cash of niet. Een van de voorwaarden is dat het bedrijf al drie jaar lang bedrijfswagens aanbiedt. Een bijkomende voorwaarde voor de werknemer is dat hij over een bedrijfswagen beschikte gedurende twaalf maanden in de afgelopen drie jaar, waarvan minstens drie maanden voor de aanvraag tot omruiling. "De mobiliteitsvergoeding wordt berekend op basis van de cataloguswaarde van de ingeleverde wagen", zegt Donald Niesten. De formule is: cataloguswaarde x 20% x 6/7. "Als de werknemer ook een tankkaart ter beschikking krijgt, vermenigvuldigen we met 24 procent." Deloitte rekende uit dat voor een bedrijfswagen met een cataloguswaarde van 26.550 euro, een CO2-uitstoot van 97 gram per kilometer en een leaseprijs van 425 euro per maand, de bruto mobiliteitsvergoeding uitkomt op 4551 euro. Als de werkgever ook nog een tankkaart aanbiedt, stijgt de vergoeding naar 5462 euro. Als de werknemer een persoonlijke nettobijdrage van 50 euro per maand betaalt, wordt de jaarlijkse bruto mobiliteitsvergoeding verminderd tot 4862 euro (zie tabel). De mobiliteitsvergoeding is voor de werkgever en de werknemer zowel sociaal als fiscaal budgetneutraal. De werkgever betaalt een solidariteitsbijdrage op het bedrag van de vergoeding die overeenstemt met de solidariteitsbijdrage op de ingeleverde wagen. De werknemer moet belastingen betalen op een gedeelte van de mobiliteitsvergoeding volgens de formule: cataloguswaarde x 6/7 x 4%. De rest van de vergoeding is vrijgesteld van belastingen. Bij werkgevers en werknemers is er weinig animo voor die cashregeling. "Uit bevragingen blijkt dat tot 80 procent van de betrokken werknemers geen interesse heeft in cash-for-car", weet Sarah Peeters, director Legal & Reward bij Acerta. "Al kan dit systeem interessant zijn voor een tweeverdienersgezin waarin beide partners beschikken over een bedrijfswagen", stelt Donald Niesten. "Zo'n inruil werkt natuurlijk enkel als een van de twee met het openbaar vervoer of de fiets op het werk geraakt. Cash-for-car is geen mirakeloplossing, maar het is aantrekkelijk in een stedelijke context waarin het opgeven van een van de twee bedrijfswagens niet echt een opoffering is. Als er maar één bedrijfswagen is, wordt die auto ook in het weekend gebruikt als gezinswagen. Men gaat ermee op vakantie. Die mensen gaan natuurlijk minder snel afstand doen van dat voordeel." Naast de mobiliteitsvergoeding (cash-for-car) werkt de regering nu ook aan de invoering van een mobiliteitsbudget. Er is een politiek akkoord over het mobiliteitsbudget, maar de wetteksten zijn er nog niet. Dit voorstel is gedragen door de sociale partners. Het VBO is alvast tevreden met de invoering van het concept. Ook de leasingbedrijven pleiten al langer voor zo'n aanpak. De bedoeling is dat de werknemer met een mobiliteitsbudget gemakkelijker kan kiezen voor combinaties van verschillende vervoersmiddelen (auto, fiets, openbaar vervoer, deelauto, enzovoort). Net als bij cash-for-car kan de werkgever zelf beslissen of hij een mobiliteitsbudget invoert of niet. Ook de werknemer heeft de vrije keuze. Een mobiliteitsbudget kan voor werknemers die in de jongste drie jaar al twaalf maanden beschikten over een bedrijfswagen, waarvan minstens drie maanden voor de aanvraag. Ook werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen, maar dat recht niet uitoefenden, kunnen aanspraak maken op een mobiliteitsbudget. Dat recht moet dan wel gedurende minimaal twaalf maanden in de jongste drie jaar bestaan, waarvan minstens drie maanden voor de aanvraag. "We geloven dat het mobiliteitsbudget een grotere impact zal hebben dan de regeling voor cash-for-car", zegt Ellen Lammens, juridisch adviseur bij Acerta. "Er wordt gewerkt met drie pijlers waarbinnen je bestedingen kan doen met het budget dat gecreëerd wordt door de inlevering van de bedrijfswagen." In de eerste pijler van het mobiliteitsbudget kiest de werknemer voor een kleinere - dus milieuvriendelijker - wagen. Die auto wordt (para)fiscaal op dezelfde manier behandeld als de bedrijfswagen. Door voor een schonere wagen te kiezen, komt budget vrij waarmee de werknemer in de tweede pijler kan kiezen voor duurzame vervoersoplossingen. "De sociale partners hebben een hele lijst voorgesteld. De regering moet die nog vastleggen in een koninklijk besluit. Het gaat om abonnementen voor openbaar vervoer, fietsen, deelauto's, enzovoort. Er wordt ook in een mogelijkheid voorzien dichter bij het werk te wonen en de tweede pijler kan ingezet worden om een deel van de hypotheek of de huur te betalen", legt Ellen Lammens uit. Interessant aan de tweede pijler is dat het om nettobedragen gaan. Het budget wordt niet belast en er is geen RSZ op verschuldigd. Als na de tweede pijler nog budget over is, komen we in derde pijler van het mobiliteitsbudget terecht: cash. Dat resterende bedrag wordt dan in één keer uitbetaald aan het einde van het jaar. De derde pijler wordt niet belast, maar is wel onderworpen aan de socialezekerheidsbijdrage (25% voor de werkgever en 13,07% voor de werknemer) die integraal in mindering zal worden gebracht van het resterende bedrag. Het is duidelijk dat het voor de werknemer voordeliger is het mobiliteitsbudget maximaal op te souperen in de tweede pijler. De derde pijler is doorgaans minder aantrekkelijk dan de cash waarin voorzien is bij cash-for-car, al hangt dat af van de concrete situatie.