Momenteel rijdt De Lijn nog maar met enkele volledig elektrische bussen rond. Nadat de maatschappij in 2020 nog een megaorder annuleerde wegens een gebrek aan geld en de doelstelling om tegen 2025 emissievrij in stadskernen te rijden van de agenda verdween, plaatste ze vorig jaar opnieuw een bestelling van zestig elektrische bussen bij Van Hool en VDL. Die hoopt de maatschappij eind dit jaar te krijgen, zodat ze die vanaf volgend jaar kan inzetten.

De Lijn blijft dan ook vasthouden aan de ambitie om tegen 2035 volledig emissievrij rond te rijden. Dat zou geleidelijk gebeuren: vanaf 2024 zou de elektrische vloot al uit 140 bussen moeten bestaan en tegen 2026 uit 560, om in 2027 te beginnen met 'een gecontroleerde uitrol met grote bestellingen', zodat de volledige vloot elektrisch rijdt tegen de streefdatum. In de tussentijd zet De Lijn ook in op hybride bussen. De omschakeling gaat daarnaast gepaard met grote kosten voor de ombouw van stelplaatsen en de aanwerving van werknemers met nieuwe profielen.

Ondertussen wacht De Lijn wel nog altijd op duidelijkheid voor de komende jaren. De gesprekken over een nieuw openbaredienstcontract met de Vlaamse regering slepen aan. 'We hopen dat wij tegen de zomer toch ergens kunnen landen', zei Schoubs. Daarbij is het volgens haar belangrijk dat 'een aantal principes verankerd' kunnen worden, zoals 'een stabiele financiering'.

Dat stabiel kader zou overigens niet alleen moeten slaan op de toekomstige investeringen, maar ook over het budget voor de dagelijkse werking en verbeteringen in de dienstverlening. "Een budgettair kader waarbij we niet om het halfjaar met het handje open moeten gaan bedelen", zo verwoordde kersvers voorzitter Johan Sauwens het. 'Het contract moet duidelijk zijn: dit is het budget waar jullie over beschikken en dit is de minimale opdracht, zodat we voor de rest kunnen inspelen op de opportuniteiten.'

Corona kostte De Lijn ruim 113 miljoen euro in 2021

De coronapandemie heeft De Lijn vorig jaar 113,3 miljoen euro gekost. Dat blijkt uit het jaarverslag dat de Vlaamse openbaarvervoermaatschappij dinsdag heeft voorgesteld.

Als gevolg van het coronavirus lag het reizigersaantal in 2021 nog steeds zowat 40 procent lager dan voor de pandemie. Daardoor daalden de inkomsten met 75,5 miljoen euro. Daarnaast liepen ook de kosten op met 37,7 miljoen euro, voor onder meer het extra poetsen van bussen en trams, of het huren van bijkomende autocars.

Net zoals in 2020 ving de Vlaamse regering die impact op met een extra coronatoelage. Daardoor kwam de omzet vorig jaar licht hoger uit op 1,13 miljard euro - waarvan 1 miljard euro dotatie - en kon De Lijn het boekjaar afsluiten met een operationeel overschot van 11.000 euro.

Onder de streep bleef wel een verlies van 6 miljoen euro over. Dat heeft te maken met een boekhoudkundige ingreep van 12,3 miljoen euro: De Lijn moet voortaan een andere regeling hanteren om onder meer de achterstallige verlofdagen in rekening te brengen.

Momenteel rijdt De Lijn nog maar met enkele volledig elektrische bussen rond. Nadat de maatschappij in 2020 nog een megaorder annuleerde wegens een gebrek aan geld en de doelstelling om tegen 2025 emissievrij in stadskernen te rijden van de agenda verdween, plaatste ze vorig jaar opnieuw een bestelling van zestig elektrische bussen bij Van Hool en VDL. Die hoopt de maatschappij eind dit jaar te krijgen, zodat ze die vanaf volgend jaar kan inzetten. De Lijn blijft dan ook vasthouden aan de ambitie om tegen 2035 volledig emissievrij rond te rijden. Dat zou geleidelijk gebeuren: vanaf 2024 zou de elektrische vloot al uit 140 bussen moeten bestaan en tegen 2026 uit 560, om in 2027 te beginnen met 'een gecontroleerde uitrol met grote bestellingen', zodat de volledige vloot elektrisch rijdt tegen de streefdatum. In de tussentijd zet De Lijn ook in op hybride bussen. De omschakeling gaat daarnaast gepaard met grote kosten voor de ombouw van stelplaatsen en de aanwerving van werknemers met nieuwe profielen.Ondertussen wacht De Lijn wel nog altijd op duidelijkheid voor de komende jaren. De gesprekken over een nieuw openbaredienstcontract met de Vlaamse regering slepen aan. 'We hopen dat wij tegen de zomer toch ergens kunnen landen', zei Schoubs. Daarbij is het volgens haar belangrijk dat 'een aantal principes verankerd' kunnen worden, zoals 'een stabiele financiering'. Dat stabiel kader zou overigens niet alleen moeten slaan op de toekomstige investeringen, maar ook over het budget voor de dagelijkse werking en verbeteringen in de dienstverlening. "Een budgettair kader waarbij we niet om het halfjaar met het handje open moeten gaan bedelen", zo verwoordde kersvers voorzitter Johan Sauwens het. 'Het contract moet duidelijk zijn: dit is het budget waar jullie over beschikken en dit is de minimale opdracht, zodat we voor de rest kunnen inspelen op de opportuniteiten.'