Bedrijven moeten meer gestimuleerd worden om personeel te delen, stelde Kathelijne Verboomen, director Acerta Kenniscentrum, in een opiniestuk voor Trends. Dat is meer dan nodig in een tijd waarin enerzijds 1,3 miljoen werknemers tijdelijk werkloos zijn en anderzijds sectoren zoals de land- en tuinbouwsector schreeuwen om arbeidskrachten. Uit vroeger onderzoek blijkt dat veel bedrijven daarvoor openstaan en sinds vorig weekend is daarvoor ook een bijkomend draagvlak vanuit de regering, onder meer via versoepelde regels rond detachering.

Met de basis van de redenering zijn we het uiteraard eens. Zeker in tijden van economische ontreddering is het van belang zo veel mogelijk mensen aan het werk te houden of opnieuw aan het werk te krijgen. Het is godgeklaagd dat 1,3 miljoen mensen tijdelijk werkloos thuis zitten en anderzijds sectoren schreeuwen om personeel. Het meer actief delen van personeel kan helpen.

Maar er zijn toch enkele bedenkingen te maken. We beperken ons tot drie.

Uit een analyse van de Universiteit Gent blijkt dat België meer dan overmatig gebruikmaakt van tijdelijke werkloosheid. In België zit 22 procent van de werknemers in het systeem, in Duitsland 6 procent. België maakt nu meer dan tien keer meer gebruik van het systeem dan tijdens de financiële crisis. In Duitsland is dat slechts twee keer (Stijn Baert e.a. 2020). De meest effectieve maatregel om meer mensen aan het werk te houden, is dan ook het systeem in de toekomst selectiever te maken.

Bedrijven delen al personeel, via uitzendarbeid.

Daarnaast maakt Verboomen geen melding van de grote complexiteit die het uitlenen van personeel met zich brengt. Zelfs met de soepeler regels rond detachering blijft het uitlenen van eigen personeel een uiterst complex gegeven met veel valkuilen. Welk loon moet de betrokken werknemer bijvoorbeeld krijgen indien er grote loonverschillen zijn tussen het uitlenende en het inlenende bedrijf? En wat als het gaat om uitlening naar een andere sector? De kennis van een andere sectorale cao maak je je niet in één, twee, drie eigen. Werknemers delen is zo complex dat het zeker voor minder grote bedrijven zeer moeilijk, zo niet onmogelijk, is dat in een redelijke termijn zelfstandig te organiseren. Bedrijven hebben daarvoor simpelweg niet de noodzakelijke tools. Er is nagenoeg altijd externe hulp nodig.

Ten slotte rept Verboomen met geen woord over de uitzendsector. Dat is nochtans de sector die het massaal delen van werknemers nu al mogelijk maakt, en dat juridisch 100 procent gedekt. Een kleine 10 procent van de uitzendkrachten combineert de uitzendopdrachten nu al met een vaste baan of een zelfstandig statuut. Op dagbasis gaat het om vele duizenden mensen.

Daarnaast heeft de uitzendsector een unieke marktkennis. Geen sector kan op het terrein beter de overschotten en de tekorten van de bedrijven en de organisaties in kaart brengen en er juridisch correcte constructies rond opzetten. En ook op het gebied van de selectie en de matching van de betrokken werknemers heeft de sector competenties.

Zo speelde Randstad een actieve rol in het uitlenen van personeel van Decathlon aan Colruyt. Voor alle duidelijkheid: dat betekent niet dat het delen van personeel enkel via uitzendarbeid moet verlopen. Maar ook indien dat niet zo is, is het advies van de uitzendsector zeer nuttig om de reële problemen preventief in kaart te brengen en er gepast op in te spelen. Andere partijen kunnen in deze uiteraard ook een nuttige rol spelen, maar het grote verschil is dat de uitzendsector in deze al een lange staat van verdienste heeft. Het zou fijn en ook correcter zijn indien dat nu en dan ook eens gewoon erkend zou worden.

Bedrijven moeten meer gestimuleerd worden om personeel te delen, stelde Kathelijne Verboomen, director Acerta Kenniscentrum, in een opiniestuk voor Trends. Dat is meer dan nodig in een tijd waarin enerzijds 1,3 miljoen werknemers tijdelijk werkloos zijn en anderzijds sectoren zoals de land- en tuinbouwsector schreeuwen om arbeidskrachten. Uit vroeger onderzoek blijkt dat veel bedrijven daarvoor openstaan en sinds vorig weekend is daarvoor ook een bijkomend draagvlak vanuit de regering, onder meer via versoepelde regels rond detachering.Met de basis van de redenering zijn we het uiteraard eens. Zeker in tijden van economische ontreddering is het van belang zo veel mogelijk mensen aan het werk te houden of opnieuw aan het werk te krijgen. Het is godgeklaagd dat 1,3 miljoen mensen tijdelijk werkloos thuis zitten en anderzijds sectoren schreeuwen om personeel. Het meer actief delen van personeel kan helpen.Maar er zijn toch enkele bedenkingen te maken. We beperken ons tot drie.Uit een analyse van de Universiteit Gent blijkt dat België meer dan overmatig gebruikmaakt van tijdelijke werkloosheid. In België zit 22 procent van de werknemers in het systeem, in Duitsland 6 procent. België maakt nu meer dan tien keer meer gebruik van het systeem dan tijdens de financiële crisis. In Duitsland is dat slechts twee keer (Stijn Baert e.a. 2020). De meest effectieve maatregel om meer mensen aan het werk te houden, is dan ook het systeem in de toekomst selectiever te maken.Daarnaast maakt Verboomen geen melding van de grote complexiteit die het uitlenen van personeel met zich brengt. Zelfs met de soepeler regels rond detachering blijft het uitlenen van eigen personeel een uiterst complex gegeven met veel valkuilen. Welk loon moet de betrokken werknemer bijvoorbeeld krijgen indien er grote loonverschillen zijn tussen het uitlenende en het inlenende bedrijf? En wat als het gaat om uitlening naar een andere sector? De kennis van een andere sectorale cao maak je je niet in één, twee, drie eigen. Werknemers delen is zo complex dat het zeker voor minder grote bedrijven zeer moeilijk, zo niet onmogelijk, is dat in een redelijke termijn zelfstandig te organiseren. Bedrijven hebben daarvoor simpelweg niet de noodzakelijke tools. Er is nagenoeg altijd externe hulp nodig. Ten slotte rept Verboomen met geen woord over de uitzendsector. Dat is nochtans de sector die het massaal delen van werknemers nu al mogelijk maakt, en dat juridisch 100 procent gedekt. Een kleine 10 procent van de uitzendkrachten combineert de uitzendopdrachten nu al met een vaste baan of een zelfstandig statuut. Op dagbasis gaat het om vele duizenden mensen. Daarnaast heeft de uitzendsector een unieke marktkennis. Geen sector kan op het terrein beter de overschotten en de tekorten van de bedrijven en de organisaties in kaart brengen en er juridisch correcte constructies rond opzetten. En ook op het gebied van de selectie en de matching van de betrokken werknemers heeft de sector competenties.Zo speelde Randstad een actieve rol in het uitlenen van personeel van Decathlon aan Colruyt. Voor alle duidelijkheid: dat betekent niet dat het delen van personeel enkel via uitzendarbeid moet verlopen. Maar ook indien dat niet zo is, is het advies van de uitzendsector zeer nuttig om de reële problemen preventief in kaart te brengen en er gepast op in te spelen. Andere partijen kunnen in deze uiteraard ook een nuttige rol spelen, maar het grote verschil is dat de uitzendsector in deze al een lange staat van verdienste heeft. Het zou fijn en ook correcter zijn indien dat nu en dan ook eens gewoon erkend zou worden.