Meer dan een miljoen paar helpende handen kijken in deze coronatijden werkloos toe aan de zijlijn. Minstens een kwart onder hen zou, rekening houdend met de regels rond social distancing, betaald ingezet kunnen worden waar de nood het hoogst is. En die 1,3 miljoen is nog een onderschatting, want dan tel ik enkel de tijdelijke werklozen. Nog meer werknemers zijn vandaag wel doorbetaald, maar werken minder dan voorheen.

En wat te denken van de land- en tuinbouwsector? Die bedrijven zijn essentieel om onze voedselbevoorrading de komende maanden te garanderen. Ze zullen dit jaar niet kunnen rekenen op de meer dan 25.000 seizoenarbeiders om asperges, aardbeien en bloemen te planten en te oogsten. Velen onder hen zijn afkomstig uit Midden- en Oost-Europa en zullen door het sluiten van de Europese binnengrenzen hoogstwaarschijnlijk niet in ons land geraken. Voor die sectoren is extra mankracht van vitaal belang. Ik twijfel er niet aan dat veel landgenoten uit andere sectoren graag mee de handen uit de mouwen steken om die cruciale sectoren te laten draaien. Zeker als ze daar de juiste financiële stimuli voor krijgen.

Dubbel werkgeverschap

Daarom pleit ik ervoor zo veel mogelijk werknemers die nu niet kunnen werken op 'nieuw-actief' te zetten in plaats van op 'non-actief'. Via dubbel werkgeverschap kunnen werknemers die al een arbeidsovereenkomst hebben bij één werkgever, tijdelijk voor een andere werkgever werken. Dat principe biedt twee grote voordelen voor onze arbeidsmarkt: enerzijds krijgen degenen die hun tijdelijke werkloosheid opgeven een volwaardig loon. Anderzijds zorgt het uitlenen van personeel ervoor dat arbeidskrachten verrijkt en mentaal fit terugkeren naar hun oorspronkelijke baan. Ook dat geestelijke effect is niet te onderschatten. De onrust en de onzekerheid die velen ervaren, is moeilijk verteerbaar.

Stimuleer bedrijven om personeel te delen, niet om ze betaald thuis te zetten.

Een draagvlak voor dat nieuwe fenomeen op de Belgische arbeidsmarkt is er al. Zelfs al voor de uitbraak van de coronacrisis. Uit een bevraging van het Acerta Kenniscentrum bleek eind 2019 dat zes op de tien werkgevers er wel voor open staan hun personeel te delen met andere bedrijven, maar dat het in normale omstandigheden niet zo vanzelfsprekend is dat daadwerkelijk te doen. De uitzonderlijke omstandigheden die de coronacrisis ons voorschotelt, kunnen een goed moment zijn om personeel de kans te geven een paar maanden elders van een job te proeven. Werknemes kunnen eens meer met de handen werken dan met het hoofd, een fysieke baan buiten vervullen in plaats van een bureaujob binnen.

Het goede nieuws is dat er sinds het paasweekend ook een draagvlak vanuit de regering is gekomen. Op 11 april trof het kernkabinet nieuwe maatregelen die onze bedrijven de juridische mogelijkheden geven personeel te delen. Zo kunnen tijdelijke werklozen van april tot en met mei, en wellicht langer, zonder inkomensverlies in de tuin- en landbouw gaan werken. De werknemer behoudt 75 procent van zijn of haar werkloosheidsuitkering, en ontvangt daarbovenop een normaal loon per volledige werkdag. Daarnaast werden de regels rond flexibele werktijden, detachering en tijdelijk werk versoepeld.

Maatschappelijke noodzaak

Mijn inziens zijn die wijzigingen een maatschappelijke noodzaak. Als we niet met z'n allen zo veel mogelijk aan het werk blijven, plegen we zo goed als economische zelfmoord. Dus waar wachten we nog op? Laat ons het fenomeen van dubbel werkgeverschap omarmen en het potentieel dat we nu niet benutten, actief inzetten. Daarbij kijk ik niet alleen naar tijdelijke werklozen uit de privésector, maar ook naar leerkrachten en ander overheidspersoneel dat thuis zit.

Ik ben ervan overtuigd dat als bedrijven en hun personeel van het multiwerkgeverschap proeven, het weleens een hoge vlucht kan nemen. Hoe snel zoiets kan gaan, zagen we de afgelopen weken bij de massale invoer van telewerk. Laat ons positief en met een frisse blik naar onze arbeidsmarkt kijken en onze inventiviteit en flexibiliteit gebruiken om de Belgische economie in coronatijden zo goed mogelijk draaiende te houden.

Meer dan een miljoen paar helpende handen kijken in deze coronatijden werkloos toe aan de zijlijn. Minstens een kwart onder hen zou, rekening houdend met de regels rond social distancing, betaald ingezet kunnen worden waar de nood het hoogst is. En die 1,3 miljoen is nog een onderschatting, want dan tel ik enkel de tijdelijke werklozen. Nog meer werknemers zijn vandaag wel doorbetaald, maar werken minder dan voorheen.En wat te denken van de land- en tuinbouwsector? Die bedrijven zijn essentieel om onze voedselbevoorrading de komende maanden te garanderen. Ze zullen dit jaar niet kunnen rekenen op de meer dan 25.000 seizoenarbeiders om asperges, aardbeien en bloemen te planten en te oogsten. Velen onder hen zijn afkomstig uit Midden- en Oost-Europa en zullen door het sluiten van de Europese binnengrenzen hoogstwaarschijnlijk niet in ons land geraken. Voor die sectoren is extra mankracht van vitaal belang. Ik twijfel er niet aan dat veel landgenoten uit andere sectoren graag mee de handen uit de mouwen steken om die cruciale sectoren te laten draaien. Zeker als ze daar de juiste financiële stimuli voor krijgen.Daarom pleit ik ervoor zo veel mogelijk werknemers die nu niet kunnen werken op 'nieuw-actief' te zetten in plaats van op 'non-actief'. Via dubbel werkgeverschap kunnen werknemers die al een arbeidsovereenkomst hebben bij één werkgever, tijdelijk voor een andere werkgever werken. Dat principe biedt twee grote voordelen voor onze arbeidsmarkt: enerzijds krijgen degenen die hun tijdelijke werkloosheid opgeven een volwaardig loon. Anderzijds zorgt het uitlenen van personeel ervoor dat arbeidskrachten verrijkt en mentaal fit terugkeren naar hun oorspronkelijke baan. Ook dat geestelijke effect is niet te onderschatten. De onrust en de onzekerheid die velen ervaren, is moeilijk verteerbaar.Een draagvlak voor dat nieuwe fenomeen op de Belgische arbeidsmarkt is er al. Zelfs al voor de uitbraak van de coronacrisis. Uit een bevraging van het Acerta Kenniscentrum bleek eind 2019 dat zes op de tien werkgevers er wel voor open staan hun personeel te delen met andere bedrijven, maar dat het in normale omstandigheden niet zo vanzelfsprekend is dat daadwerkelijk te doen. De uitzonderlijke omstandigheden die de coronacrisis ons voorschotelt, kunnen een goed moment zijn om personeel de kans te geven een paar maanden elders van een job te proeven. Werknemes kunnen eens meer met de handen werken dan met het hoofd, een fysieke baan buiten vervullen in plaats van een bureaujob binnen.Het goede nieuws is dat er sinds het paasweekend ook een draagvlak vanuit de regering is gekomen. Op 11 april trof het kernkabinet nieuwe maatregelen die onze bedrijven de juridische mogelijkheden geven personeel te delen. Zo kunnen tijdelijke werklozen van april tot en met mei, en wellicht langer, zonder inkomensverlies in de tuin- en landbouw gaan werken. De werknemer behoudt 75 procent van zijn of haar werkloosheidsuitkering, en ontvangt daarbovenop een normaal loon per volledige werkdag. Daarnaast werden de regels rond flexibele werktijden, detachering en tijdelijk werk versoepeld.Mijn inziens zijn die wijzigingen een maatschappelijke noodzaak. Als we niet met z'n allen zo veel mogelijk aan het werk blijven, plegen we zo goed als economische zelfmoord. Dus waar wachten we nog op? Laat ons het fenomeen van dubbel werkgeverschap omarmen en het potentieel dat we nu niet benutten, actief inzetten. Daarbij kijk ik niet alleen naar tijdelijke werklozen uit de privésector, maar ook naar leerkrachten en ander overheidspersoneel dat thuis zit.Ik ben ervan overtuigd dat als bedrijven en hun personeel van het multiwerkgeverschap proeven, het weleens een hoge vlucht kan nemen. Hoe snel zoiets kan gaan, zagen we de afgelopen weken bij de massale invoer van telewerk. Laat ons positief en met een frisse blik naar onze arbeidsmarkt kijken en onze inventiviteit en flexibiliteit gebruiken om de Belgische economie in coronatijden zo goed mogelijk draaiende te houden.