Voor een bedrijf van amper tien jaar oud, kan GeoSea mooie referenties voorleggen. Het was betrokken in pakweg drie vierde van de windmolenparken op zee. Soms ging het om kleine deelactiviteiten, zoals grondonderzoek of erosiebescherming. Maar bij C-Power en Northwind in België, Samsø in Denemarken en Baltic 2 voor de Duitse Oostzee nam het bedrijf van topman Luc Vandenbulcke het volledige EPC-pakket (engineering, procurement, construction: ontwerp, aankoop van materialen, en bouw) voor zijn rekening.
...

Voor een bedrijf van amper tien jaar oud, kan GeoSea mooie referenties voorleggen. Het was betrokken in pakweg drie vierde van de windmolenparken op zee. Soms ging het om kleine deelactiviteiten, zoals grondonderzoek of erosiebescherming. Maar bij C-Power en Northwind in België, Samsø in Denemarken en Baltic 2 voor de Duitse Oostzee nam het bedrijf van topman Luc Vandenbulcke het volledige EPC-pakket (engineering, procurement, construction: ontwerp, aankoop van materialen, en bouw) voor zijn rekening. Het Belgische bedrijf, dat zich profileert als een specialist in complexe, offshore marine-engineeringprojecten, zag zijn groei meermaals beloond als winnaar in onze Trends Gazellen-lijsten. GeoSea ontstond door de samenvoeging van de maritieme bouwactiviteiten van de groep DEME. Die was met Hydro Soils Services (HSS) al betrokken geweest bij de bouw van Utgrunden in Zweden in 2000, en Samsø twee jaar later. HSS werkte ook mee aan de berging van de Tricolor, de Noorse autocarrier die in 2002 kapseisde na een botsing. "Het waren wel telkens high-profile projecten, die ons op de kaart zetten."Groei zit er zeker nog in de zeewindparken. Die waren tot nu toe vooral een Europees gebeuren. "Ook in het Verre Oosten en de Verenigde Staten wordt er nu echt naar gekeken, al is dat een proces dat tijd nodig heeft." Hoewel GeoSea het meest bekend is als funderingsspecialist voor offshore-windparken, is het ook actief in de olie- en gassector, vooral als steigerbouwer. Maar door de lage olieprijzen worden veel projecten uitgesteld, waardoor die markt nagenoeg stilligt.Bij de start was Geo@Sea een joint venture met Smet Boringen, maar door de kapitaalsintensiviteit van de activiteiten haakte het bedrijf uit Dessel snel af. Ook de @ verdween uit de naam. Dat had te maken met spraakverwarring in landen waar het apenstaartje anders wordt uitgesproken. Het zijn niet de enige veranderingen die CEO Vandenbulcke zag gebeuren. "In het begin waren onze concurrenten vooral klassieke aannemers: Hochtief, Pihl, Per Aarsleff. Nu zijn het meer maritieme bedrijven, zoals Technip, Seaway Heavy Lifting, Van Oord. Maar in wij zijn de marktleider in jacket-funderingen." Een reuzenstap vooruit deed het bedrijf met de overname van de Hochtief-activiteiten, waaronder de 50 procentparticipatie in het schip Innovation. Dat is, samen met de Neptune en de Apollo (nog in aanbouw), het paradepaardje van het bedrijf. Het is geschikt om in 65 meter diep water turbines te plaatsen. "De kleine hefeilandjes die we gebruikten voor de eerste windmolens, gebruiken we alleen nog voor kaaimuren." De vloot bestaat momenteel uit elf schepen en drie pontons. "Vijf jaar geleden was een windturbine van 5 MW behoorlijk avant-garde. Nu is 7 tot 8 MW niet ongewoon, en over twee jaar zien we wellicht windmolens van 10 MW. Dat is een grote besparing voor de windparkuitbaters, want de logistiek om die turbines te plaatsen weegt zwaar in hun kostenplaatje. Al wordt dat voor een stuk tenietgedaan doordat de sites steeds verder uit de kust liggen en moeilijker bereikbaar zijn."De kosten moeten blijven dalen, als de prijs van de energie nog moet zakken. Want, klinkt de eeuwige kritiek: de subsidies zijn te hoog. Het doet Vandenbulcke steigeren: "Klassiek worden we dan vergeleken met kernenergie. Maar de nieuwe kerncentrale die EDF in het Britse Hinkley Point C wil bouwen, krijgt een gegarandeerde en geïndexeerde afnameprijs van ongeveer 125 euro per megawattuur gedurende 35 jaar. En zelfs dan twijfelt EDF of het die reactor wel wil bouwen. Terwijl de verwerkingskosten van de afbraak en de opslag van het kernafval onvoldoende in de berekening zitten.""Offshorewindenergie wordt ook vergeleken met energie uit afgeschreven centrales. Wel, als de concessies van de parken worden verlengd tot veertig jaar, dan garandeer ik dat wind na de afschrijvingsperiode van twintig jaar veruit de goedkoopste energiebron is. Ach, eigenlijk is dit een antidebat. Het adviesbureau ClimAct heeft berekend dat hernieuwbare energie een positieve impact heeft op de handelsbalans. De 'subsidies' worden gecompenseerd door extra tewerkstelling en minder import van fossiele brandstoffen."Die boodschap dringt echter moeilijk door bij de Belgische beleidsmakers, vindt Vandenbulcke. "Het wetgevend kader is compleet instabiel. De verlenging van de levensduur van de oudste twee kerncentrales doet de indruk ontstaan dat de reglementering altijd kan worden herbekeken. In een dergelijke juridische omgeving zal niemand nog willen investeren."De GeoSea-topman is dan ook niet opgezet met de beslissing van de federale minister van Energie, Marie-Christine Marghem, om de energieregulator CREG te vragen opnieuw te onderzoeken of de kabelsubsidie die de Belgische zeewindparkuitbaters krijgen, niet te hoog is. "Een opeenvolging van studies leidt uiteindelijk tot stilstand. In Duitsland en Nederland legt de netwerkbeheerder die kabels aan. In België is er blijkbaar wel een dialoog met Electrabel, maar niet met de offshore-industrie.""Kijk naar Duitsland. De Energiewende (de afbouw van kernenergie ten voordele van hernieuwbare energie, nvdr) kost elk gezin daar nu een pak extra geld, maar de Duitsers zijn zich bewust van de terugverdieneffecten. Over tien jaar zijn hun windmolens afgeschreven, en hebben zij een industrie opgebouwd. Duitsland zal er sterker uitkomen, terwijl wij ons nog altijd over hetzelfde vraagstuk zullen buigen: hoe gaan we de kerncentrales vervangen?"Want, vindt Vandenbulcke, dat is een uitdaging waar we een opportuniteit van kunnen maken. "Alleen gaat dat niet als dit onstabiele kader onze thuismarkt als industrie telkens weer in twijfel trekt. Dat is nefast. Die thuismarkt is superbelangrijk. Daar leren we complexere projecten te ontwikkelen met nieuwe funderingstypes, andere kabels, golfenergie, onderhoud. Dat zijn nieuwe concepten, die we moeten leren voor we ze kunnen exporteren. En dat kan het best dicht bij huis, om de baten hier te kunnen houden. Maar er is ook een praktische kant aan. Mensen opleiden samen met partners als Fabricom, Nuhma, Elicio, SRIW en Iemants is makkelijker dan met buitenlandse bedrijven.""Ik begrijp de terechte zorgen van de grootverbruikers over de competitiviteit van onze industrie. Maar onze politiek houdt zich bezig met het probleem van kernenergie, en niet met de opportuniteiten van hernieuwbare energie. Kijk naar de discussies rond het Energiepact. Dat moet onze toekomstige energiebevoorrading regelen, maar ik hoor er niets meer van."