De Chinese economie, de op één na grootste ter wereld, doet het al een tijd niet goed. Maar een harde landing lijkt nog niet meteen in de maak. In het derde kwartaal was het Chinese bruto binnenlands product met 6,9 procent gegroeid tegenover dezelfde periode een jaar geleden. Dat cijfer klopt de verwachtingen van de analisten, die hadden gemikt op een groei van 6,8 procent. De 7 procent groei die de regering dit jaar verwacht, lijkt daarmee een haalbare kaart.

Li Keqiang-index

"Ik heb er geen flauw idee van waar China het groeicijfer van 6,9 procent vandaan haalt"

Althans, dat is wat we mogen geloven op basis van de officiële cijfers. Een aantal economen heeft zijn twijfels over de betrouwbaarheid van die gegevens. "Ronduit gezegd, wij geloven de Chinese groeicijfers niet", zegt Danny Gabay van Fathom Consulting in een radio-interview, dat wordt geciteerd door de nieuwswebsite Business Insider. "De cijfers zitten niet alleen verdacht dicht bij de officiële doelstelling. Ze komen ook merkwaardig vlug ten tonele, en ze worden zelden herzien."

Gabay beroept zich liever op de fameuze Li Keqiang-index, genoemd naar de huidige premier van China. Toen hij partijchef van de provincie Liaoning was, vond Li Keqiang de groeicijfers van de provinciale administratie onbetrouwbaar, bekende hij ooit aan de Amerikaanse ambassadeur. Om de groeiprestatie van Liaoning te meten, gebruikte Li Keqiang drie indicatoren uit de economische praktijk: het cargovolume op de provinciale spoorwegen, het elektriciteitsverbruik en de leningen verstrekt door de banken.

Het Britse weekblad The Economist pikte dat op. Het creëerde op basis van dezelfde indicatoren de Li Keqiang-index om de prestaties van de hele Chinese economie te meten. Fathom Consulting gebruikt een versie van de Li Keqiang-index, en komt zo uit op een groei van zowat 3 procent. "China zit in een harde landing," besluit Gabay, "en het heeft de bodem nog niet gezien."

Goudlokje en de drie beren

Christopher Balding, docent aan de HSBC Business School in de Chinese stad Shenzhen, gaat de ironische toer op. China gebruikt het sprookje van Goudlokje en de drie beren om zijn groeicijfers te construeren, schrijft Balding in een blogpost. "Een groeicijfer van 7,2 procent is te hoog, niemand zou ons geloven", parafraseert Balding het sprookje. "6,5 procent is te laag. Dat zou zorgen baren over onze economische stabiliteit. 6,9 procent is ideaal: niet te heet en niet te koud."

Balding staat bekend om zijn kritiek op de officiële Chinese data. Zelf zegt hij de cijfers telkens met een open geest te bekijken, maar ook deze keer heeft dat niet geholpen. "Hoewel ik alle onderliggende data heb gecheckt, heb ik er geen flauw idee van waar China het groeicijfer van 6,9 procent vandaan haalt."

In zijn blogpost geeft Balding nog andere voorbeelden van de Chinese cijferkunst. Officieel is de retailverkoop in het derde kwartaal met 10,9 procent gestegen op jaarbasis, maar in de Chinese winkels is daar geen bewijs voor te vinden, aldus Balding. En de snelle groei van Alibaba, de Chinese gigant in e-commerce, kan het verschil onmogelijk verklaren.

De toegevoegde waarde door de Chinese industriële bedrijven is in de eerste drie kwartalen met 6,2 procent geklommen tegenover dezelfde periode vorig jaar, zegt het Chinese Nationaal Statistisch Bureau. Maar op de fabrieksvloeren in Guangdong, het industriële hart van China, zou niemand dat durven te beamen, schrijft Balding.

Schijn ophouden

Hoelang zal de Chinese regering de schijn nog ophouden? Misschien komt er weldra een vleugje realisme. Volgende week houdt het centraal comité van de Chinese communistische partij haar plenaire zitting. Het orgelpunt van zo'n zitting is telkens de bekendmaking van het officieel verwachte groeicijfer. Om de huidige groeiverwachting van 7 procent te halen - of tenminste, die schijn te wekken - moet China alles uit de kast halen, van infrastructuurinvesteringen tot renteverlagingen. Een nieuwe doelstelling van minder dan 7 procent zou al getuigen van meer realiteitszin. Want zelfs in China groeien de bomen allang niet meer tot in de hemel.