Het stopzetten van de balansafbouw is een duidelijk signaal dat het Fed-beleid een nieuwe fase ingaat.
De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve (Fed), heeft een belangrijke koerswijziging aangekondigd die de toon zet voor de komende maanden op de financiële markten. De Fed verlaagde haar beleidsrente met 25 basispunten tot 3,75 à 4 procent, het laagste peil in bijna drie jaar, en kondigde aan dat ze op 1 december stopt met de afbouw van haar obligatieportefeuille. Daarmee komt een einde aan de fase van ‘kwantitatieve verkrapping’ die in 2022 van start ging.
De beslissing betekent dat de Fed niet langer vervallen staatsobligaties van haar balans laat verdwijnen. Sinds de piek in 2022 was die balans met ruim 2.200 miljard dollar verkleind, wat hielp om de overtollige liquiditeit af te bouwen en de inflatie te temperen. Dat doel is grotendeels bereikt: de inflatie bedraagt nog steeds 3 procent, maar de arbeidsmarkt koelt af. Voorzitter Jerome Powell benadrukte dat de werkgelegenheid niet langer “oververhit” is. Bedrijven werven minder aan en de loongroei vertraagt. Sommige grote ondernemingen, zoals Amazon, kondigden zelfs ontslagrondes aan.
Tegelijk steeg de rente op de geldmarkt de voorbije weken sterker dan verwacht. Dat is een gevolg van toenemende spanningen in het bankwezen – een paar regionale Amerikaanse banken kwamen in de problemen. Door de balans te stabiliseren wil de Fed vermijden dat nog meer liquiditeit verdwijnt en dat de kredietverlening stokt. Powell noemde de beslissing “een voorzorgsmaatregel om de stabiliteit van de markten te verzekeren”.
Kans op lagere lange rente
De gevolgen voor de obligatiemarkten zijn aanzienlijk. Minder verkoopdruk vanuit de Fed betekent een kleiner aanbod van staatsobligaties. Dat verhoogt de prijzen en doet de langetermijnrente dalen. Voor obligatiebeleggers, die de voorbije jaren verliezen leden door de renteverhogingen, betekent dit een mogelijke kentering. Een daling van de marktrente vertaalt zich in koerswinsten op bestaande obligaties. De renteverlaging van de Fed versterkt dat effect nog: goedkopere financiering maakt schuldpapier aantrekkelijker, zowel voor overheden als voor bedrijven.
Het besluit van de Fed markeert daarmee een symbolisch einde aan de strijd tegen de inflatie met uitsluitend restrictieve middelen. De voorbije twee jaar lag de nadruk op het temperen van de vraag en het indijken van prijsstijgingen. Nu komt de groei weer op de voorgrond. De centrale bank wil vermijden dat de economie in een recessie glijdt. Powell wees erop dat de beleidsruimte opnieuw verruimd kan worden als de inflatie verder onder controle blijft (lees: niet opnieuw begint te stijgen). Volgens de marktverwachtingen volgen de komende maanden nog één of misschien zelfs twee renteverlagingen. De reactie op de financiële markten is positief. De Amerikaanse tienjaarsrente zakte na de aankondiging onder 4 procent. Er komt geen radicaal nieuw beleid, maar wel een duidelijk signaal dat de Fed de verstrakking afrondt.
Ook gunstig voor Europa
In Europa ligt het beleid genuanceerder. De Europese Centrale Bank (ECB) liet haar rente voor de derde keer op rij ongewijzigd op 2 procent. Volgens voorzitter Christine Lagarde blijft de inflatie dicht bij de doelstelling en is de groei in de eurozone veerkrachtig. Ze wees op een reeks stabiliserende factoren: een verbeterde handelsrelatie tussen de Verenigde Staten en China, het tijdelijke staakt-het-vuren in het Midden-Oosten en een nieuw handelsakkoord tussen de Europese Unie en de VS. Die ontwikkelingen verminderen de neerwaartse risico’s voor de Europese economie.
Toch kan de ECB profiteren van de Amerikaanse beslissing. Een dalende Amerikaanse langetermijnrente verlaagt de internationale renteverwachtingen en drukt ook de Europese rendementen. Dat vergroot de manoeuvreerruimte van de ECB: ze kan haar rentebeleid stabiel houden zonder dat de euro te sterk wordt. De laatste ECB-vergadering dit jaar valt op 18 december. De kans dat de rente dan naar beneden gaat, blijft voorlopig klein. We verwachten dat de bank de rente tot ver in 2026 ongewijzigd zal laten.
Keuze voor stabiliteit
Voor beleggers betekent de combinatie van een stabiele ECB en een versoepelende Fed dat het obligatieklimaat gunstiger wordt. De rentepiek lijkt voorbij, waardoor vastrentende waarden opnieuw aantrekkelijker worden als veilige haven. Bovendien blijft de spaarquote in Europa hoog: gemiddeld 15,4 procent van het inkomen. Dat zal wellicht extra vraag naar obligaties genereren. Nu de inflatie afneemt en de spaarrente haar plafond heeft bereikt, zoeken huishoudens en institutionele beleggers opnieuw naar stabiele rendementen.
De Fed speelt daarbij een sleutelrol. Door de balansafbouw te stoppen, stabiliseert ze de wereldwijde liquiditeit. Dat werkt door in de financieringskosten van banken, bedrijven en overheden wereldwijd. De kans op een plotse liquiditeitskrapte neemt af en de volatiliteit op de obligatiemarkten zou moeten verminderen. De beslissing is dus niet enkel van belang voor de VS, maar voor de globale financiële stabiliteit.
De Fed heeft haar strijd tegen inflatie succesvol afgerond en kiest nu voor stabiliteit en ondersteuning van de groei. De renteverlaging en het stopzetten van de balansafbouw zijn een duidelijk signaal dat het beleid een nieuwe fase ingaat. De ECB blijft voorzichtig, maar profiteert mee van het dalende renteklimaat. Er ontstaan daardoor opnieuw kansen op de obligatiemarkt. De vooruitzichten voor rendement en waardestijging verbeteren.
Sterke maand voor obligaties
Oktober 2025 was een sterke maand voor obligatiebeleggers. Zo eindigde 71 procent van de dollarobligaties hoger, exclusief coupons. Vooral het segment van de investmentgrade-obligaties presteerde goed, met 75 procent in het groen tegenover 58 procent bij highyield-obligaties. De maand begon met dalende Amerikaanse rentevoeten door zwakke economische cijfers en de tijdelijke shutdown van de overheid. Maar na een assertieve vergadering van de Federal Reserve veerden de rendementen weer op. Dat heeft de obligatiekoersen enigszins onder druk gezet.
De Amerikaanse rentecurve verschoof licht neerwaarts: de tweejaarsrente daalde met 3 basispunten, de tienjaarsrente met 8 basispunten. Door de shutdown van de regering werden belangrijke economische data, zoals het banenrapport, niet gepubliceerd. De ISM Manufacturing PMI daalde voor de zevende maand op rij, wat de aanhoudende zwakte in de industrie illustreerde. Ook de dienstensector verzwakte.
Binnen het investmentgrade-segment behoorden Israëlische staatsobligaties tot de winnaars (+3% tot +4%) dankzij een poging tot wapenstilstand in Gaza. Roemeense dollarobligaties stegen met 3 procent. Oracle-obligaties daalden met 2 à 3 procent door zware AI-investeringen en oplopende schulden.
In de highyield-markt sprongen Argentijnse en Buenos Aires-obligaties eruit met winsten van 17 à 25 procent, na Amerikaanse steun van 40 miljard dollar en een verkiezingsoverwinning van Javier Milei. Egyptische obligaties klommen 5 à 6 procent na een ratingverhoging door S&P. Bij de verliezers noteerden QVC (-14%), Xerox (-10% tot -13%) en Aston Martin (-9%) forse dalingen door zwakke resultaten en ratingverlagingen.