16/05/12 om 11:51 - Bijgewerkt om 11:51

Eurobanken: de illusie van de schuldketting

De banken in de eurozone kreunen, zeker nu de alsmaar waarschijnlijker wordende exit van Griekenland uit de eurozone gegarandeerd voor nieuwe spanningen zal zorgen.

Eurobanken: de illusie van de schuldketting

© AFP

Van Trends-hoofdredacteur Johan Van Overtveldt in Toronto
De banken in de eurozone kreunen, zeker nu de alsmaar waarschijnlijker wordende exit van Griekenland uit de eurozone gegarandeerd voor nieuwe spanningen zal zorgen. De meeste banken van de eurozone hebben behoefte aan beduidend meer kapitaal dan waar ze vandaag over beschikken. Zonder meer omvangrijke kapitaalbuffers zal de toegang van vele eurobanken tot de internationale geldmarkten voortdurend een precaire zaak blijven. Onstabiele banken hangen als een dreigende onweerswolk boven de euro-economie.

Er gaan nu blijkbaar steeds meer stemmen op om 500 miljard euro voorzien in het Europees stabiliteitsfonds (ESM) te gebruiken om het kapitaal van de behoeftige eurobanken aan te dikken. Alhoewel de statuten van het ESM expliciet voorzien dat de middelen van dit fonds inderdaad kunnen gebruikt worden voor herkapitalisering van de banken, roept deze optie toch minstens twee problemen op. Ten eerste is er het politieke probleem rond gebruik van, bijvoorbeeld, Duits belastingsgeld om via de tussenstop langs het ESM de kapitalen van, bijvoorbeeld, Spaanse, Ierse en Griekse banken aan te dikken. Om het zacht uit te drukken: kanselier Merkel staat niet bepaald te trappelen van ongeduld om dergelijke geldbewegingen aan het Duitse publiek te gaan uitleggen. Hetzelfde geldt trouwens ook voor de nieuwbakken Franse president François Hollande.

Het tweede probleem met ESM-geld voor herkapitalisatie van de banken is meer fundamenteel. De vraag rijst immers in hoeverre kapitaal aangereikt via het ESM door de markten ook als reëel kapitaal zal beschouwd worden. Het ESM wordt immers gespijsd op twee manieren, namelijk door inbreng van effectief kapitaal door de eurolidstaten enerzijds en door ontleend geld op basis van garanties verleend door diezelfde lidstaten anderzijds. De directe inbreng is veel kleiner dan de inbreng via garanties. In beide gevallen staat of valt alles echter met de kredietwaardigheid van de individuele lidstaten. En daar knelt het schoentje.

De voortdurende afwaardering van de kredietwaardigheid van nagenoeg alle eurolidstaten op Duitsland, Nederland, Finland en Luxemburg na geeft aan dat er terzake een ernstig probleem is. Alle ernstige studies, zoals onder meer die gedaan door IMF, BIB (Bank voor Internationale Betalingen) en diverse academici, geven aan dat op termijn alle eurolidstaten naar onhoudbare schuldniveaus evolueren als het beleid niet drastisch (en alvast veel drastischer dan tot nu toe gebeurde) omgegooid wordt. Aan kapitalen gegeneerd via het ESM zit dus heel duidelijk een schuldproblematiek vast die de intrinsieke waarde van die kapitalen nu al stevig aantast. Het ESM is in die zin de zoveelste schakel in de schuldketting die de Europese instanties creëeren om de eurotrein op het gammele spoor te houden.

Een economisch veel meer voor de hand liggende manier om de nodige kapitalen voor de banken op een realistische en geloofwaardige manier te verzamelen, bestaat erin echt langs de markten te passeren met het oog op mobilisering van reële kapitalen. Om kapitaalkrachtige investeerders echt aan te trekken, zal in vele gevallen de beurskoers van de betrokken banken nog verder naar beneden moeten waardoor, uiteraard, bestaande aandeelhouders een verdere verwatering van hun aandeel zien tot stand komen. Dit is een spijtige zaak voor de betrokken aandeelhouders maar zo werkt dat nu eenmaal in een markteconomie. In vele landen staat het bestaande aandeelhoudersschap van grootbanken vaak echter heel dicht bij de politieke besluitvorming. Zodoende ontstaat er heel wat druk om over te gaan op de voor bestaande aandeelhouders veelal veel attractievere optie van de inzet van belastingsgeld om het kapitaal van de banken te verhogen (bijvoorbeeld via het ESM). Wat goed is voor de banken (en hun grote aandeelhouders) is niet altijd goed voor de rest van de maatschappij.

Onze partners