Geert Noels
Geert Noels
Geert Noels is chief economist van Econopolis.
Opinie

02/11/10 om 15:41 - Bijgewerkt om 15:41

De BigMac-index is junk

Ooit was het fris en goed gevonden. Maar de BigMac-index van The Economist, die de over- of onderwaardering van munten meet, is vandaag over zijn houdbaarheidsdatum. De conclusies zijn belegen, en kunnen zwaar op uw maag liggen.

De BigMac-index van The Economist tracht een faire waarde van verschillende munten tegenover de dollar weer te geven. Het idee achter de index is dat van de koopkrachtpariteit. Een duur woord van economen om te zeggen dat een munt de waarde moet uitdrukken van een aantal goederen of diensten die je in een land kan kopen. Als je met 14,5 Chinese yuan een hamburger bij McDonald's kan kopen, en je diezelfde junk in de VS voor 3,71 dollar kan kopen, dan moet de yuan 0,26 dollar waard zijn (3,71 gedeeld door 14,5). De yuan kost vandaag echter 0,15 dollar, dus is de yuan 40 procent overgewaardeerd. Quod erat demonstrandum.

Een leuk idee, dat in 1986 echt wel creatief en innovatief was. 'Koopkrachtpariteit' was al vroeger een aanvaarde theorie bij economen, maar het ontbrak aan een homogene vergelijkingsbasis in de verschillende landen (zeg maar een mandje goederen en diensten dat in alle landen dezelfde nutswaarde had). De angelsaksische auteurs-economen dachten blijkbaar met de BigMac een eenvoudig product te hebben dat een homogene en wereldwijde norm was.

Als je 25 jaar na elkaar groots uitpakt met de BigMac-index, dan is het geen gimmick meer, dan geloof je erin. The Economist liet in het begin nog twijfel bestaan over het serieux van de BigMac-index, maar de dunne lijn tussen tongue in cheeck-humor en realiteit is ondertussen vervaagd.

Laat we eens de signalen van de BigMac-index evalueren over de tijd. De kleine afwijkingen laten we buiten beschouwing, we nemen de grote onevenwichten tussen de BigMac-pariteit en de reële wisselkoers. In 1986 meldde The Economist dat de Belgische frank (42 voor een dollar) 25% overgewaardeerd was tegenover de Amerikaanse dollar. Een faire waarde voor de frank zou dus 56 voor één dollar geweest zijn. In 1990 stond de frank echter op 34,65 en zag de BigMac-glazen bol de verhouding nog altijd hoger, namelijk op 44. Vandaag staat omgerekend de frank op minder dan 30 tegenover de dollar.

De index staat sinds 1986 bol van de foute signalen. Of het nu gaat over de frank, de mark, de Hongkong-dollar, de aussie, de yen, enzovoort. Toegegeven, occasioneel staan er ook hits bij. We zochten de BigMac-indexen van de afgelopen 25 jaar bij elkaar en maakten een unieke euro-BigMac waardernig, die u kan vergelijken met de euro (teruggerekend via de mark). De voorspellende waarde is alvast ook hier twijfelachtig.

De premisse van de BigMac-index is immers fout. Deze hamburger is geen objectief en homogeen vergelijkingspunt tussen verschillende landen. In de VS is de hamburger een echte commodity. Je hebt MacDonald's, Wendy's, Kentucky Fried Chicken, Hooters en een dozijn andere junkketens die op elke hoek van de straat concurrentie voeren in de strijd om de obese Amerikaan. In Europa is er voorlopig minder concurrentie, en staan de fastfoodrestaurants op dure winkelplaatsen. Er spelen ook strengere voedingsregels. In China en Rusland is McDonald's dan weer het DisneyLand van de armen.

Voorts worden munten ook bepaald door financieringstekorten, gelddrukexperimenten van centrale banken en falingen. De BigMac-index vond in 2000 de Argentijnse peso fair geprijsd, en de Braziliaanse real 35 procent ondergewaardeerd. Er volgde echter een daling van respectievelijk 70 en 50 procent. Een slechte hamburger kan op je maag liggen. Tijd om die junk af te voeren.

Geert Noels

Reacties zijn welkom op trends@econopolis.be

Onze partners