Content of malcontent ?

Bruno Leijnse Redacteur bij Trends

De grootste Amerikaanse Internet providers richten zich op hun aanbod van “content” zeg maar nieuws, handel, brood en spelen. Bedrijven kijken beter naar de technische kwaliteit van hun leverancier. Wat maakt het verschil tussen ergernis en enthousiasme ? Waarom is één provider niet automatisch geschikt voor alle bedrijven ? We overlopen de criteria die uw keuze kunnen bepalen.

In België zijn er momenteel zo’n 90 Internet-toegangsleveranciers en elke week probeert er wel een nieuwkomer een plek te veroveren. Sommigen richten zich uitsluitend tot particulieren of zelfstandigen, zoals pionier Ping of Belgacom Skynet. Anderen profileren zich uitsluitend naar bedrijven toe, zoals Belgacom Interpac of EUnet (een zusterbedrijf van Ping). Een buitenbeentje in België is Planet Internet waarachter de Nederlandse telefoonmaatschappij KPN en VUM-moeder Gevaert huizen die toegang en een on line publicatie levert.

Een deel van de providers zijn franchisenemers en doorverkopers voor grotere providers. EUnet, UUnet (de internet-divisie van WorldCom), Belgacom en Telecom Finland International (TFI), onder meer, doen aan reselling. Tornado werkt met doorverkopers die met eigen materiaal onder het Tornado-label opereren.

Van een ander formaat zijn de backbone-leveranciers, die volgens verschillende formules capaciteit verhuren op hun langeafstandsverbindingen : WorldCom, MCI, BT, Unisource (Nederlandse en Zwitserse PTT’s), Global One ( Sprint, France Telecom, Deutsche Telekom) en MCI. Bij hen kunnen toegangsleveranciers naakte capaciteit huren of zogenaamd IP-verkeer, dat alle Internet-faciliteiten al omvat, ook het gebruik van de overeenkomsten met andere providers waarover de backbone-leverancier beschikt.

In België zelf moeten alle providers nog ergens bij Belgacom aankloppen voor huurlijnen om hun toegangspunten te verbinden. Hoewel marketing directeur Marc Van Aken van UUnet in dit verband zegt : “Overal waar capaciteit is, wordt die gedeeld.” UUnet gebruikt naast Belgacom ook de Brusselse glasvezelkabels van moeder WorldCom en huurt voorlopig ook capaciteit op de lijnen van Hermes, het private netwerk van de Spoorwegen. De bedrijfsgerichte providers koppelen een reeks diensten aan hun basisservice, die de Internettoegang is. Belgacom Multimedia volgt daarvoor een strategie van overnames, zoals van communicatiefirma Digital Age Design. EUnet heeft een departement business solutions, dat in samenwerking met een twintigtal partners Internet-projecten uitvoert, waarbij het zelf garant staat voor projectmanagement, budgetcontrole en coördinatie met de klant. De Leuvenaars, deel van een wereldwijd netwerk, doen aan hosting (voor database-intensieve sites in samenwerking met Net7), aan webbouw (in samenwerking met InterSight), aan hardwareverkoop en zelfs, via het jongste Proton-proefproject (waarbij hun klant Belgium Ad Valvas en partner NetVision betrokken zijn), aan diensten voor elektronische handel en aan research. Fax via het Internet is bij groepen als EUnet en UUnet in test, telefoon wordt onderzocht.

Volgens schattingen van het maandblad Inside Internet in september waren er deze zomer op de Belgische markt voor particulieren vier providers met minstens 10 % marktaandeel (Skynet-Belgacom, CompuServe, Ping en UUnet, in die volgorde). Het samengaan van Globe, United Callers (Unicall) en Belgium Online, voegde daar sindsdien een vijfde speler aan toe en maakt dat de top vijf nu ongeveer twee derden van de particuliere abonnees heeft (waaronder ook veel zelfstandigen en bedrijven met een particuliere aansluiting). De rest zit verspreid over wel tachtig providers.

Een verdere concentratie is waarschijnlijk. Zegt CEO Jean Zurstrassen van Belgacom Skynet : “Uiteindelijk zulen er vijf, zes of zeven overblijven. Waarschijnlijk zullen we nog America Online/CompuServe zien komen en misschien nog BT en France Telecom. Wie als belangrijkste actoren overblijven, hangt af van de evolutie van de techniek kabel of telefoon en van de “content” (inhoud) die providers kunnen bieden.”

Hoe kiest een klant uit die constellatie zijn leverancier ? Wat maakt het verschil tussen ergernis en enthousiasme ? Waarom is één provider niet automatisch geschikt voor alle bedrijven ?

We overlopen hieronder met u een lijst van criteria die uw keuze kunnen bepalen.

Nabijheid

Het is evident dat u een provider kiest die een toegangspunt in uw buurt heeft. Dat vermindert telecommunicatiekosten en verbetert de verbinding. Goed om weten is dat huurlijnen door Belgacom worden getarifeerd volgens het aantal centrales dat tussen uw lokale centrale en die van uw toegangsleverancier ligt, met een minimum van 7936 frank per maand plus BTW en 60.000 frank installatiekosten (de huurtarieven gaan op 1 december 15 % omlaag). Het juiste bedrag kan u zelf on line berekenen op www. belgacom. be/cor. Hoewel providers sinds de jongste herschikking met vijf inbelpunten heel het land aan zonaal tarief kunnen laten surfen, blijven zij toch nog altijd meer toegangspunten (zogenaamde POP’s) openen. Eén van de redenen is dat zij hun grote klanten speciale verbindingen kunnen leveren als die dichtbij een POP liggen. EUnet biedt zo bijvoorbeeld WaveLan aan een compleet private verbinding via microgolven, waardoor u Belgacom helemaal omzeilt. En op voorwaarde dat er maximum één Belgacom-centrale in de verbinding zit, kunnen megabit-snelle breedbandmodems over een zogenaamde galvanische koperdraad worden gebruikt (die in feite die éne centrale ontwijkt). Brusselse bedrijven moeten ook kijken of ze niet in aanmerking komen voor een rechtstreekse lokale aansluiting op het Metropolitan Area Network (MAN) van WorldCom, dat scherpe tarieven hanteert. Ook de teledistributie is op sommige plaatsen een alternatief (zie blz. 19).

Toegangspunten

Internet-toegangsleveranciers schermen graag met hun prijzen, maar niets zegt zo weinig over de prijs/kwaliteitverhouding van hun dienst als juist dat. Want wat koopt u ? De mogelijkheid om een toegangspunt van een provider te bellen of om een bericht naar een router te sturen. Er is gewoonlijk geen garantie dat u dat met nuttig gevolg kan doen het inbelnummer kan voortdurend bezet zijn, of de router overbelast. En een toegangsleverancier kan zijn winstmarge (tijdelijk) aanzienlijk verhogen door minder modems en/of minder capaciteit te installeren dan zijn concurrenten. Zelden wordt hierover klare wijn geschonken. “Typisch is dat u een 64 kbps verbinding wordt beloofd, zoveel frank goedkoper en met de verzekering dat u de volledige bandbreedte kan benutten,” zegt marketingdirecteur Marc Van Aken van UUnet Belgium. “In feite heeft men het dan over de bandbreedte naar de lokale Belgacom-centrale (de local loop), die altijd 64 kbps is, en niet over de throughput door het netwerk.” UUnet zelf garandeert bedrijven alvast een minimum throughput van 12,5 % voor zijn “basic” dienstverlening van 18.500 frank per maand, 25 % voor zijn “standard” service van 28.500 frank per maand en 50 % throughput voor zijn “quality” dienst, die 48.000 frank per maand kost. Kwaliteit wordt dus betaald.

Ook de kwaliteit van de toegangspunten (gebruikte modems en software) verdient aandacht. Sommige modellen van modems geven robuustere connecties en minder compatibiliteitsproblemen dan andere. Het belang van de toegangssnelheid is evident. Een ietwat degelijke leverancier voorziet tegenwoordig zonder meerprijs toegang voor de zogenaamde 56K modems, soms voor zowel de X2- als de FlexCom-varianten daarvan. Ook ISDN is een plus. ISDN-toegang is betrouwbaarder en sneller de verbinding moet niet worden opgebouwd zoals met een modem, maar is er onmiddellijk al blijft hij moeilijk te configureren en is hij gewoonlijk ook een stuk duurder.

Servers

Daar houdt het niet mee op. Achter de toegangsinfrastructuur ligt het netwerk van de provider met zijn routers, mail en nieuws servers, proxy servers (die veel gevraagde informatie lokaal bijhouden en het netwerk aanzienlijk versnellen), DNS servers (die de Internet-adressen die u intikt op uw pc omzetten naar de echte, interne Internet-adressen), etcetera. Om enig gevoel te krijgen van wat daarmee mis kan gaan, moet u naar de support-pagina’s van de serieuzere toegangsleveranciers kijken, bijvoorbeeld naar www. skynet. be/status (zie kader : Kwaliteit ?). Marc Van Aken pleit ervoor om Internet service providers duchtig aan de tand te voelen, alvorens een keuze te maken. “Weet hij hoe een schaalbaar systeem te maken (zodat zijn netwerk pijnloos kan meegroeien met het gebruik) ? Wat doet hij als zijn mail server vastloopt ? Hoe solide is zijn DNS-systeem ? Op hoeveel machines draait het ? Staat het op dezelfde server als de post ? Voor hij het weet, heeft een provider een hele reeks specialisten nodig en dat vergt een zekere schaalgrootte.” Een competente, snel reagerende helpdesk behoort eveneens tot de punten op de shortlist van de meeste bedrijven.

Via peering of gewoon ?

Mogelijk nog vager dan over de kwaliteit van hun infrastructuur doen providers over de capaciteit van hun netwerk. De zuivere kost van de telecommunicatieverbindingen vormen de grootste hap in het kostenplaatje van de providers. Bij UUnet wereldwijd gaat het om 54 % van de uitgaven, maar in België, gezien de hoge telecomkosten, waarschijnlijk om nog wel enkele procenten meer. Marc Van Aken : “De transatlantische verbindingen kosten ruwweg één miljoen frank per megabit/seconde per maand. Daarbovenop komen de huurlijnen van Belgacom die de inbelpunten verbinden, de telefoonabonnementen zoveel als het aantal modems en de kosten van de vaste lijnen naar grotere klanten.” Precies de dure transatlantische verbindingen zijn zeer belangrijk. Niet alleen liggen de drukst bezochte Internet sites in de VS, daar bevinden zich ook nog altijd de grootste knooppunten van het Internet. Veel Europees verkeer blijft via de VS transiteren en zelfs veel verkeer tussen Belgische Internet-service providers.

Internet providers worden in die context wel eens gezien als een clubje van gentlemen altruïsten zelfs die elkaars trafiek in het kader van peering-overeenkomsten voor noppes vervoeren en zo de wereld bijna gratis van telecommunicatie voorzien. Een misverstand, zegt sales & marketing directeur Eric Pieters van EUnet. “Met peering-akkoorden worden eigenlijk vaak transit-akkoorden bedoeld. Als een kleine ISP via UUnet verkeer naar MCI doorsluist, dan is dat geen peering, maar transit. En het is nogal logisch dat daar geld voor wordt gevraagd, want UUnet moet zijn netwerk daarvoor uitbreiden, terwijl het verkeer niet voor hen is bestemd.” Wat er in de praktijk gebeurt is de opkomst van private peerings, een akkoord tussen twee partijen die zonder tarifering verkeer tussen elkaars netwerken uitwisselen. In België heeft EUnet een peering overeenkomst met UUnet en met het interuniversitaire netwerk Belnet. Verkeer met de andere providers loopt in afwachting van nieuwe akkoorden nog altijd via internationale omwegen. Was er dan geen Belgisch knooppunt bij Belnet om dat te vermijden ? Pieters : “In België meent men dat er zoiets bestaat als Bnix, de Belgian Network Internet Exchange, maar officieel bestaat dat niet. Bnix is een router ( de X-router) bij Belnet en normaal gezien is iedereen die op dat interconnectiepunt is aangesloten, ook aangesloten op alle andere die zich op dat punt bevinden. Wij sluiten daar ook op aan, maar wij peeren daar enkel met Belnet, niet met de anderen.”

Het probleem is dat een bedrijf als EUnet, “dat één van de weinige is die elke site in de wereld kan bereiken zonder zijn verkeer ergens in transit te geven” (dixit Pieters), geen voordeel haalt uit peering met de overige, kleinere Belgische providers. “Wij hebben veel meer informatie op onze servers staan dan alle anderen. Wij hebben meer bedrijven als klant, wij hebben een stuk geïnvesteerd om een mirror site te zijn voor Microsoft en de Tucows softwarecollectie en in Amsterdam voor onder meer Cisco en Silicon Graphics. Wij verzorgen de RealAudio nieuwsdienst van de BRTN (www. brtn. be/real). Als anderen met ons zouden peeren voor bijvoorbeeld 128 kilobit/seconde, zouden de anderen direct hun transatlantische link met 128 kbps kunnen verminderen. Maar wat spaart EUnet uit ?”

Zolang die quid pro quo niet is uitgeklaard blijft het verkeer tussen Belgische providers de vreemdste omwegen maken. Trafiek tussen EUnet en Globe, bijvoorbeeld, loopt via een Metropolitan Area Exchange (MAE) in de Verenigde Staten, waar beide op aangesloten zijn. United Callers (intussen met Globe gefuseerd) communiceert met EUnet via Helsinki, omdat Telecom Finland International (TFI) de zogenaamde backbone is voor United Callers en omdat EUnet en TFI in Helsinki een peering overeenkomst hebben. Met Planet Internet praat EUnet via Parijs omdat Unisource (PTT Telekom e.a.) de backbone levert aan Planet Internet en in Parijs een peering akkoord heeft met EUnet. Ingewikkelde toestanden. “Hoe meer tussenwegen, hoe hoger de kans op bottlenecks en hoe lager, over het algemeen, de kwaliteit van de verbinding,” zegt Eric Pieters. Al is ook dat relatief : peering kan rechtstreeks via een huurlijn gebeuren (private peering) of via een knooppunt (waar de trafiek van meerdere providers wordt gerouteerd zoals via Bnix). Het laatste type geeft meer kansen op problemen dan het eerste omdat men geen controle heeft over de trafiek die anderen door het knooppunt jagen. Peering gebeurt trouwens in de regel ook voor afgesproken volumes. Als die te klein zijn, lijdt de kwaliteit even goed. En uiteraard wordt een internationale lijn niet wijder als ze in het kader van peering akkoorden door meerdere partners wordt gebruikt.

Dat alles betekent dat bedrijven met specifieke behoeften (veel verkeer met bepaalde landen of sites bijvoorbeeld) er goed aan doen om te kijken of hun provider wel de optimale overeenkomsten heeft om daaraan te beantwoorden.

Professioneel of particulier ?

En dan is er de prijs, die een belangrijk verkoopsargument blijft, zeker op de particuliere markt. Vorige maand heeft UUnet een nieuwe aanval ingezet, met een ongezien “daluren”-tarief van 2995 frank per jaar (omgerekend 250 frank per maand) voor onbeperkt surfen tussen 19 en 7 uur en 3 frank per minuut daarbuiten (altijd zonder Belgacom-kosten). Daarmee wil UUnet marktaandeel veroveren en de verhoogde capaciteit van zijn nu volledig digitale netwerk beter benutten. “Ons netwerk kost evenveel ‘s nachts als overdag,” becommentarieert marketing directeur Marc Van Aken. Bedrijfsgerichte providers koppelen graag de tarifering aan de eigenlijke trafiek (het aantal pakketten dat over de lijn gaat), maar bij abonnementen voor particulieren en zelfstandigen durft niemand zich daaraan wagen. Klassieke tarificatiemodellen zijn daar nog altijd het onbeperkte vaste abonnement (de zogenaamde flat fee tussen 8500 en 26.000 frank per jaar), het vaste abonnement voor de avond en de nacht en het beperkte tarief dat een aantal uren gebruik omvat en daarna een prijs per minuut aanrekent. In die tarieven is altijd minstens één e-mail-adres en een beperkte schijfruimte voor een home page inbegrepen. Gewoonlijk is er een installatiebijdrage, die de installatiekosten aan de kant van de provider niet bij de particulier vergoedt. De prijs voor ISDN-verbindingen ligt bijna altijd hoger dan voor modemverbindingen, op enkele uitzonderingen na.

Vele bedrijven gaan nog altijd naar het Internet via een dial-up-(inbel) verbinding. CompuServe, bijvoorbeeld, heeft volgens Inside Internet 15 % van de markt, allemaal met een beperkt abonnement. Toch zijn een groot deel ervan verkapte bedrijfsaansluitingen, onder meer omdat CompuServe inbelpunten over de hele wereld heeft. CompuServe biedt in Brussel ook ISDN en wel zonder meerprijs.

Specifiek voor bedrijven zijn de verschillende oplossingen om lokale netwerken aan het Internet te koppelen. Dat vergt niet automatisch een huurlijn, maar wel altijd een router (een “verkeersagent” die de juiste pakketten van het lokale netwerk naar het Internet afleidt en vice versa, de inkomende pakketten naar de juiste werkstations stuurt). De tarieven nemen hier direct een sprong, met bijvoorbeeld 8000 frank per maand voor de flat fee mini-LAN dial-up formule van Belgacom Interpac, die een netwerk van maximum vier pc’s aansluit via een ISDN-lijn en een eigen domeinnaam en maximum tien e-mail-adressen omvat. Permanente verbindingen via een 64 kbps of grotere huurlijn (18.000 frank per maand in de Web Permanent formule van Belgacom) maken u tot een integraal deel van het Internet (geen opbouwtijden meer), maar zadelen u ook op met de kostprijs van het opzetten en onderhoud van eigen mail- en andere servers, al kan Belgacom u natuurlijk voor een extraatje van die last verlossen.

Stabiel ?

Last but not least moet een provider financieel stabiel zijn. Faillissementen of overnames kunnen puinhopen veroorzaken, zoals het Belgium Online debacle heeft aangetoond. Ook dat pleit voor een keuze voor een provider met een stevige financiële ruggengraat.

BRUNO LEIJNSE

ERIC PIETERS (EUNET) Nog geen akkoord over uitwisseling van verkeer.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content