Alle deuren openhouden voelt als vrijheid, maar is soms een vlucht voor de frictie die bij echte keuzes hoort.
Ik zie heel wat leeftijdsgenoten worstelen met een paradox. We zijn hoogopgeleid, hebben meer keuzes dan ooit en leven in een nooit geziene welvaart. En toch voelen velen van ons zich stuurloos. Drie kwart van de 25- tot 35-jarigen ervaart geen midlife- maar een quarterlifecrisis. Ook andere generaties voelen zo’n onrust, zij het in een andere vorm. Centraal staat de vraag: wie ben ik eigenlijk?
Jongeren hebben zich altijd al wat verloren gevoeld. Maar dat mijn generatie zich verloren voelt, heeft ook iets specifieks. We zijn opgegroeid met de belofte dat alles mogelijk was, als we maar de juiste keuzes maakten. Niemand vertelde ons echter hoe we die keuzes moesten maken, noch dat twijfel daar onlosmakelijk deel van uitmaakte. We groeiden ook op met de leuze: wees jezelf, je mag zijn wie je bent. Maar uitzoeken hoe je dat doet, daar was geen pasklaar antwoord op. Misschien is dat zoeken wat we opgroeien noemen. En dus kan je conclusie al snel zijn dat een wie-ben-ik-crisis bij het leven hoort.
Toch is zo’n crisis meer dan een individueel ongemak. We leven in wat terecht een polycrisis wordt genoemd: een tijdperk waarin geopolitieke spanningen, ecologische grenzen en economische instabiliteit elkaar versterken. En precies nu, in een periode die veerkracht, verantwoordelijkheid en richting vergt, lijkt iedereen te worstelen met uitstel en zelfbescherming. De vraag dringt zich dan ook onvermijdelijk op: als we nu al moeite hebben om keuzes te dragen in tijden van overvloed, hoe houden we dan stand wanneer de omstandigheden harder worden? Wanneer comfort niet langer vanzelfsprekend is en verantwoordelijkheid niet meer kan worden doorgeschoven?
Het dominante antwoord op die onzekerheid is hedonistisch. Ons afvragen wie we zijn? Identitaire vragen stellen? We moeten vooral meer leren te genieten van het leven. Alsof genieten alleen de existentiële vragen oplost. “Geniet van je jonge jaren zolang het kan”, klinkt het dan, vaak met een zweem van defaitisme. Dat klinkt mild, maar is misleidend. Het suggereert dat deze levensfase een vrijblijvend intermezzo is, terwijl 80 procent van de meest bepalende levensmomenten plaatsvindt vóór je 35ste. Het narratief legt ook een vreemde druk: wie nu niet geniet, faalt blijkbaar. Terwijl elk seizoen van het leven zijn vreugdes én frustraties kent.
Je twintigerjaren zijn ook de jaren waarin je op je gezicht gaat, zoekt zonder te vinden en leert te incasseren. Dat is eigen aan die levensfase, maar dat betekent niet dat genieten en afwachten een optie is. Identiteit ontstaat niet vóór engagement, maar eruit. Je ontdekt niet eerst wie je bent om dan te kiezen; je wordt wie je bent door te kiezen. Onderzoek bevestigt dat: definitieve beslissingen maken ons tevredener dan omkeerbare. Wie alles optioneel houdt, vindt zelden rust en bouwt geen fundament voor wat komt, ongeacht de leeftijd.
Er zit iets moois in hoe mijn generatie naar het leven kijkt. Meer dan de helft noemt gezondheid de belangrijkste maatstaf voor succes, boven geld en carrière. We verkiezen ervaringen vaak boven bezit, toegang boven eigendom. Dat is een bewuste herwaardering van wat een goed leven betekent. Maar diezelfde flexibiliteit wordt problematisch als ze omslaat in keuzevermijding. Alle deuren openhouden voelt als vrijheid, maar is soms een vlucht voor de frictie die bij echte keuzes hoort. We consumeren zelfontplooiing zoals we Netflix consumeren: eindeloos scrollen en zelden op play drukken. Het antwoord is niet nog meer exploreren. Het is de moed om te kiezen, te wortelen, te bouwen. Niet later, maar nu. Niet perfect, niet definitief, maar bewust. De toekomst is niet voor wie alle deuren openhoudt. Ze is voor wie erdoor durft te stappen.
De auteur is publicist, ondernemer, eigenaar van het strategisch consultingbureau Think Ahead Inc en onderzoeker bij de denktank Itinera. www.juliendewit.be