In tegenstelling tot je voetafdruk gaat de handafdruk over de positieve impact die je kan hebben op je omgeving, bijvoorbeeld door een gesprek aan te gaan.
Het valt niet altijd mee een duurzaam belegger te zijn. Zeker niet in deze tijd van het jaar met een schier eindeloze reeks familiefeesten en nieuwjaarsrecepties op het werk. Keer op keer voltrekt zich hetzelfde scenario. Iemand komt bij je staan, er valt een ongemakkelijke stilte en dan komt de vraag die het gesprek op gang moet brengen: “Zeg, jammer voor jou dat goud niet duurzaam is.” Of: “Nog altijd geen defensieaandelen gekocht?” Of de evergreen aller dooddoeners: “Windmolens hebben weer niet veel opgebracht, zeker?”
Vroeger zou ik zo’n opmerking hebben weggelachen. Nu wrijf ik me in de handen; ik ben er klaar voor. Dat houd ik mezelf toch voor. Hier heb ik op getraind. Dit heb ik geoefend. Wacht maar.
Enkele jaren geleden volgde ik een opleiding bij vzw Klimaatcontact. Daarin leerde ik het concept van de handafdruk kennen. In tegenstelling tot je eigen voetafdruk gaat de handafdruk over de positieve impact die je kunt hebben op je omgeving, bijvoorbeeld door een gesprek aan te gaan. Concreet krijg je bij Klimaatcontact handvatten aangereikt om een constructief klimaatgesprek te voeren – geen overbodige luxe in deze gepolariseerde tijden.
Vorige maand was ik uitgenodigd bij Klimaatcontact om zelf een sessie te geven over de handafdruk, de financiële weliswaar: hoe kun je met anderen praten over bewuster omgaan met je geld? Ik ben tot de volgende vijf vuistregels gekomen, die houvast kunnen bieden als u een gesprek wilt voeren over duurzaam beleggen.
1. De wereld is grijs, niet zwart-wit. Veel mensen die duurzaam willen beleggen, zijn op zoek naar perfectie. Anderen verwachten dat wie duurzaam belegt dat ene perfecte bedrijf zou moeten vinden. Natuurlijk zijn er goede en slechte leerlingen en activiteiten die nooit duurzaam kunnen zijn. Maar op elk bedrijf of op elke belegging valt wel iets aan te merken. Geef dat gewoon toe. Streven naar perfectie werkt alleen verlammend.
2. U bepaalt zelf wat er met uw geld gebeurt. Essentieel is dat duurzaam beleggen om persoonlijke keuzes gaat. Ik vind het belangrijk dat ik me goed voel bij die keuzes. U mag daar gerust anders tegenaan kijken. Net zoals je gerust andere meningen mag hebben over wat duurzaam is en wat niet. Daar kunnen we nog meer boeiende gesprekken over houden.
3. Er zijn veel soorten groen. Duurzaam beleggen kan op verschillende manieren. Natuurlijk is de ene vorm al wat duurzamer dan de andere. Maar ook risico en spreiding blijven belangrijk, je hoeft dus niet altijd de ‘donkergroenste’ belegger te zijn. Je hoeft niet met al je geld de wereld te proberen redden. Niet bijdragen aan problemen bijvoorbeeld is ook al een verdienste.
4. Niets doen is de grootste fout. Voor heel wat mensen strookt het idee van duurzaamheid niet met de beurs en het streven naar groei en winst. Ik begrijp die twijfel, maar niets doen is ook niet de oplossing, en wel om twee redenen. Uw geld werkloos aan de kant laten staan is ook niet neutraal. En ook voor wie duurzaamheid belangrijk vindt, is er maar één zekerheid: wie enkel spaart, verarmt door inflatie.
5. Duurzaam beleggen is financieel verstandig. Duurzaam beleggen blijft bovenal financieel een goede keuze. Wie zoals ik spaart voor de kinderen of een beter pensioen, houdt maar beter rekening met duurzaamheid. Om risico’s in te schatten, maar ook om kansen te grijpen. Duurzaam beleggen doet het volgens onderzoek even goed als een klassieke aanpak. Voor mij hoeft duurzaam beleggen het ook niet beter te doen, zolang de noodzakelijke transitie maar gefinancierd wordt.