Is een sterker Europa ook automatisch een sterkere Europese Unie? Betekent een sterkere Europese Unie ook automatisch een sterker Europa?
De Europese Unie telt meer landen dan ooit. Tegelijk boksen we onder ons gewicht op het internationale toneel. We zijn het zwakst groeiende continent ter wereld, er is geen enkele technologie meer waarin we leiden en onze maakindustrie staat onder grote druk. Handelstarieven bemoeilijken onze uitvoer, we zijn militair verzwakt, de hoge energieprijzen en de Chinese technologische dominantie wegen op onze concurrentiekracht. In de jaren tachtig en negentig was de Europese Unie kleiner en telde ze minder landen. Tegelijk waren we internationaal relevanter, hadden we meer wereldbedrijven en groeiden we sneller. Naarmate de Europese Unie groeide, nam de reguleringsdrang toe, bemoeilijkte de besluitvorming en daalde ons groeipotentieel.
We staan op een kruispunt. Iedereen in Europa wil een sterker en welvarender Europa. Iedereen wil een Europa dat in staat is militair, diplomatiek, industrieel en economisch zijn boontjes te doppen in een turbulente wereld. De vraag is wat daarvoor het beste recept is. Moeten we inzetten op meer centralisatie, meer Europese regels en uiteindelijk streven naar een Verenigde Staten van Europa? Of rekenen we op decentralisatie en meer flexibele en vrijwillige samenwerkingen tussen individuele landen? Dit gaat over een keuze tussen twee fundamenteel verschillende modellen van Europa.
Het ene is geïnspireerd op de middeleeuwse structuur van Europa. Denk aan een lappendeken van steden, staten en allianties waar beslissingen op een zo decentraal mogelijk niveau worden genomen. Wat we samen willen doen, doen we samen. Wat we liever alleen doen, doen we alleen. Dat is het Europa van de Benelux, van Schengen en van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Het Europa van de grootste gemene deler tussen gelijkgestemde regeringsleiders. Diametraal daartegenover staat het andere model: een centralistisch beleid, afgekeken van het Romeinse Rijk. Als de centrale overheid – de Europese Commissie – in staat is regels uit te vaardigen over het hele grondgebied, dan is er geen limiet aan hoe groot het gebied is dat ze kan besturen. Denk aan het Europa van Napoleon.
Willen we echt wachten tot alle regels in Europa geharmoniseerd zijn? Dan kunnen we nog heel lang wachten.
De keuze tussen beide modellen is die tussen legitimiteit en efficiëntie. Een centraal bestuurd continent kan heel efficiënt zijn – denk aan het Romeinse Rijk – maar het is minder legitiem. Wetgeving staat verder van de gemiddelde burger. Samenwerkingsverbanden tussen gelijkgestemde landen zijn legitiemer, maar ook minder efficiënt. Kiezen we voor efficiëntie of voor legitimiteit? Bestuur door de Europese Commissie of door 27 regeringsleiders? Vandaag zitten we in een tussenoplossing – een duel tussen centraal bestuur en soevereiniteit. Voor de Europese Commissie zijn de Verenigde Staten van Europa de ultieme droom. Nationale soevereiniteit is een vervelende hinderpaal op de weg daarnaartoe. Dat is niet het geval. Nationale soevereiniteit is geen reliek uit vervlogen tijden, het is wat ons typisch Europees maakt.
Samen zijn we hoe dan ook sterker. Elk Europees land apart zou in de wereld van vandaag geen enkele kans maken. Maar dat betekent niet dat een Verenigde Staten van Europa de enige oplossing is. Willen we echt wachten tot alle regels in Europa geharmoniseerd zijn? Dan kunnen we nog heel lang wachten. Er zijn ook andere oplossingen. Denk bijvoorbeeld aan een Europa waarbij de prioriteit ligt bij groepen van gelijkgestemde landen samen initiatieven nemen. Denk aan Benelux voor economische samenwerking. Denk aan de defensiesamenwerking tussen de Scandinavische en de Baltische landen en Polen. Wat we verliezen aan efficiëntie, winnen we aan snelheid van besluitvorming en legitimiteit.
Vergeet het Romeinse Rijk. Een Europa op meerdere snelheden is de beste manier om het hele continent sterker, relevanter en welvarender te maken.