Hoeveel miljoenen belastinggeld moeten we nog over de balk gooien vooraleer een IT-tsaar de verantwoordelijkheid krijgt om grote IT-projecten voor de overheid te doen lukken?
De wakkere burger vernam op tweede kerstdag dat het digitaliseringsproject van de politie is mislukt. Het kostte ons 75,8 miljoen euro en werd al betaald aan de Franse leverancier, zonder tastbare resultaten. Om dat belastinggeld op te hoesten, moesten Belgische bedrijven 303,2 miljoen euro winst maken of een omzet van 3 à 6 miljard euro draaien. Geen peulschil.
Mislukking is een weeskind, dus niemand is verantwoordelijk. Vier jaar eerder mislukte het project om justitie te digitaliseren, wat ons 28 miljoen euro kostte. Ook daarvoor was niemand verantwoordelijk. Je vraagt je misschien af: wie is de ezel die zich andermaal aan dezelfde steen stootte?
Dat in België niemand de verantwoordelijkheid neemt, of zelfs gevraagd wordt die te nemen, voor het verkwisten van meer dan 100 miljoen euro belastinggeld, is wraakroepend. Het betekent ook dat niemand zich verantwoordelijk voelt voor het succes van die grote IT-projecten. Een derde faalt doorgaans, een derde overschrijdt het budget of de tijdslijn en slechts een derde slaagt. Als niemand tot het uiterste gaat, mislukt het project gegarandeerd.
IT-projecten zijn staaltjes van ingewikkelde engineering. Wie zou aan een ingenieursbureau vragen om, van een wit blad papier, een auto te ontwerpen zonder bestaande componenten te kopen? Niemand. Je zou een autoconstructeur zelfs niet durven te vragen om het stuur van een bestaande auto in het midden in plaats van links vooraan te monteren. Toch is dat precies wat we van de meeste IT-projecten verwachten. Het project voor de politie moet leiden tot een uniform informatieplatform dat tachtig bestaande toepassingen en databanken zou vervangen. Daarvoor moeten ingenieurs iets totaal nieuws uitvinden, ontwerpen en bouwen.
Bovendien is de overheid verplicht openbare aanbestedingen te doen. Daarin is de prijs vaak doorslaggevend, met een gunningscriterium tot zelfs 60 procent. Een leverancier moet al bar slecht scoren op kwaliteit om met de laagste prijs niet te winnen. En zo gebeurt het dat reusachtige, buitenlandse, anonieme IT-dienstenbedrijven als wit product uit de overheidsselectie komen om moeilijke opdrachten uit te voeren. Daarvoor kiezen is meestal verliezen. Een IT-project is geen tastbaar product, zoals een vliegtuig of een tank, maar een zogenoemd ervaringsproduct. Je weet pas wat je gekocht hebt op het moment dat je door een ervaring met de leverancier bent gegaan.
Het doet me denken aan SAP-projecten, een notoire software die alle kernprocessen van een organisatie beheert. Weet je waarom SAP-projecten in Duitsland lukken en in Frankrijk mislukken? In Duitsland krijgen ingenieurs op de universiteit industriële bedrijfsmodellen als dogma gedoceerd. Net zoals een Duitse ingenieur een wiskundig axioma moet kennen, moet hij weten wat de processen van een autoconstructeur, een staal- of een chemisch bedrijf zijn. En SAP is de exacte automatisatie van die bedrijfsprocessen. Geen haar op het hoofd van een Duitse ingenieur dat eraan denkt SAP te veranderen. Maar Franse ingenieurs kennen geen dogmatische industriemodellen en leren de bedrijfswerkelijkheid zo goed mogelijk te modelleren. Als zij SAP moeten implementeren in een Frans bedrijf, zetten ze de software op zijn kop om die aan te passen aan hun manier van werken.
Hoeveel miljoenen belastinggeld moeten we nog over de balk gooien vooraleer een IT-tsaar de verantwoordelijkheid krijgt om grote IT-projecten voor de overheid te doen lukken? De schade van tientallen jaren stilstand bij de digitalisering van overheidsdiensten als justitie en politie is tenenkrommend.
Ooit woonde ik een presentatie bij van een collega met een bijzonder gevoel voor humor. Hij sprak over Bullsh-IT-projecten. Ik begreep aanvankelijk niet wat hij bedoelde, nu weet ik beter. Mijn wens voor België? Een laat kerstcadeau: IT-projecten die wél werken, met visie en verantwoordelijkheid.