Als Europa serieus genomen wil worden in een wereld van invloedssferen, moet het werk maken van drie prioriteiten, zegt Hans Diels, expert geopolitiek bij het ondernemersplatform Etion.
De Amerikaanse president Donald Trump beroept zich met toenemende regelmaat op de Monroe-doctrine. In 1823 verklaarde president James Monroe voor het Amerikaanse Congres dat elke Europese bemoeienis op het westelijk halfrond taboe was. Twee eeuwen lang diende die doctrine als rechtvaardiging voor Amerikaanse interventies in Centraal- en Zuid-Amerika. Trump gebruikt haar nu om zijn militaire operatie in Venezuela te legitimeren en dreigt openlijk met interventies in Colombia, Mexico en zelfs Groenland – nota bene een NAVO-bondgenoot.
De doctrine is inmiddels omgedoopt tot de ‘Donroe-doctrine’, maar één cruciaal element uit Monroe’s oorspronkelijke toespraak lijkt Trump te vergeten: de belofte om Europese belangen te respecteren. Van die wederzijdse terughoudendheid is weinig meer te merken. Trump bedreigt Europa met handelstarieven, bemoeit zich met de Europese regelgeving en wil zijn wil opleggen in Oekraïne. De vraag dringt zich op: wat moet Europa hiermee?
Ook ten aanzien van China’s claims over Taiwan zien we dat Trump uitspraken almaar vager worden.
Een wereld van invloedssferen
Trump lijkt terug te verlangen naar een wereld waarin grootmachten onbetwist heersen over hun invloedssferen. In zijn onderhandelingen met Rusland toont hij opvallend veel begrip voor Vladimir Poetins claims op het ‘nabije buitenland’. Terwijl Europa Oekraïne steunt tegen Russische agressie, zoekt Washington naar een deal die Russische belangen erkent. Die logica strekt zich uit tot andere regio’s: overal tekent zich een wereldorde af waarin regionale grootmachten regeren en kleine landen worden herleid tot pionnen in een groter spel. Ook ten aanzien van China’s claims over Taiwan zien we dat Trump uitspraken almaar vager worden.
Voor Europa is dat een fundamentele koerswijziging. Decennialang konden we rekenen op Amerika om veiligheidsproblemen in onze eigen buurregio’s op te lossen, van de Balkanoorlogen tot Libië en Oekraïne. Die zekerheid verdwijnt snel. Als de Monroe-doctrine het nieuwe sjabloon wordt voor internationale verhoudingen, moet Europa zich een (voor ons) lastige vraag stellen: hebben wij ook een invloedssfeer? En zo ja, wat zijn we bereid te doen om die te beschermen?
Europa’s strategische leegte
Hier stuit Europa op een pijnlijke realiteit. We missen niet alleen de militaire slagkracht voor autonome interventies, maar vooral een coherente visie op wat onze vitale belangen zijn. Waar liggen onze grenzen? Wanneer grijpen we in? Welke dreigingen kunnen we niet tolereren? Op die fundamentele vragen heeft Europa geen antwoord.
Wat Europa wel al jaren doet, is landen in onze buurregio’s aan ons binden door economische samenwerkingsakkoorden te sluiten. Het conflict in Oekraïne toont aan hoe gevoelig die strategie ligt: het Europese associatieakkoord vormde mee de aanleiding voor Russische interventie. Maar in een wereld van economische oorlogsvoering en fragiele toeleveringsketenen is het versterken van economische banden met nabijgelegen landen geen luxe, maar een noodzaak. Het is voorlopig ook het enige instrument dat Europa kan inzetten.
Naar een Europese doctrine
Toch volstaat economische integratie niet. Als Europa serieus genomen wil worden in een wereld van invloedssferen, moet het werk maken van drie prioriteiten.
Ten eerste: militaire geloofwaardigheid opbouwen. Niet om interventies overal ter wereld te kunnen uitvoeren, maar om geloofwaardig te kunnen afschrikken en in te grijpen wanneer onze directe belangen op het spel staan. Dat vereist investeringen in onze defensie-industrie, maar vooral politieke wil om gezamenlijk op te treden.
Als Trump de Monroe-doctrine nieuw leven inblaast, moet Europa zich afvragen: durven wij dezelfde zelfverzekerdheid op te brengen over onze eigen rol? En die vraag zou zich wel eens snel kunnen stellen.
Ten tweede: definiëren wat onze vitale belangen zijn. Welke ontwikkelingen in Noord-Afrika, de Sahel, de Balkan of het oosten zijn onaanvaardbaar? Waar trekken we rode lijnen? Europa kan zich niet langer permitteren om reactief te blijven – we hebben een proactieve strategie nodig.
Ten derde: leren van de Amerikaanse fouten. Een staatshoofd afzetten is vrij eenvoudig; een land door een succesvolle transitie leiden is aartsmoeilijk. De debacles in Afghanistan en Irak kostte de Amerikaanse belastingbetaler biljoenen. Elke interventie moet gepaard gaan met een geloofwaardig plan voor de dag erna.
De bal ligt bij Europa
De Donroe-doctrine confronteert Europa met een keuze. We kunnen blijven hopen op Amerikaanse bescherming, met het gevolg dat we onze strategische relevantie verliezen. Of we nemen de logica van invloedssferen serieus en bouwen aan een geloofwaardige Europese macht. Dat betekent niet dat Europa een koloniale grootmacht moet worden, wel dat we bereid moeten zijn om onze belangen – economisch, politiek en desnoods militair – te verdedigen in onze eigen buurregio.
De Monroe-doctrine ontstond uit Amerikaanse zelfverzekerdheid over de eigen rol in de wereld. Als Trump die doctrine nieuw leven inblaast, moet Europa zich afvragen: durven wij dezelfde zelfverzekerdheid op te brengen over onze eigen rol? En die vraag zou zich wel eens snel kunnen stellen als Trump Groenland effectief wil inlijven.