In 1993 ontdekten studenten van de VUB per toeval de unieke eigenschappen van antilichamen van kameelachtigen – de basis van de nanobody®-technologie. “Nanobody-technologie is Vlaams en wereldtop. Wij hebben in Vlaanderen een toepassing gebouwd die wereldwijd wordt gebruikt”, zegt Jan Steyaert, een van de architecten van het succes van bedrijven als Ablynx, Biotalys en Confo Therapeutics.
“Nanobody-technologie is Vlaams en wereldtop. Wij hebben in Vlaanderen een toepassing gebouwd die wereldwijd wordt gebruikt, maar we onderschatten in al onze bescheidenheid nog altijd de globale impact ervan”, zegt Jan Steyaert. Als moleculair bioloog aan de VUB sleutelt Jan Steyaert al dertig jaar aan de nanobody-technologie, waarvan hij een van de grondleggers is. De toepassingen zijn legio en de maatschappelijke impact navenant, zoals voor nieuwe geneesmiddelen en gewasbescherming. Met een stevige portie ondernemersbloed in de aderen valoriseert Jan Steyaert de kennis door spin-offs op te richten. In Vlaanderen alleen al heeft het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), waar Carla Snoeck sinds 2023 senior new ventures manager is, negen spin-offs op touw gezet die gebruikmaken van de technologie, waarvan er drie – Ablynx, Biotalys en Confo Therapeutics – stoelen op het onderzoek van Jan Steyaert.
Als wetenschappelijk directeur van het VIB-VUB Centrum voor Structurele Biologie onderstreept Jan Steyaert de cruciale rol van het VIB in dat succes. “Excellent fundamenteel onderzoek op een slimme, consequente manier combineren met technologietransfers is de basis van het VIB-model, dat in heel Europa dient als rolmodel”, zegt Steyaert.
Hoe ging de bal ruim dertig jaar geleden aan het rollen?
JAN STEYAERT. “Studenten botsten tijdens een practicum op vreemde resultaten bij een bloedstaal van kamelen. Wijlen professor Raymond Hamers zette het onderzoek verder en ontdekte dat antilichamen van kamelen, lama’s en dromedarissen veel eenvoudiger en kleiner zijn dan conventionele antilichamen – vandaar de term nanobody’s. Hij zag meteen het potentieel. Vergelijk het met de overstap van de gloeilamp naar ledverlichting. Vandaag is de helft van alle nieuwe geneesmiddelen gebaseerd op antilichamen. Dat zijn nog vooral conventionele antilichamen, maar er zijn ook al vier therapeutische nanobody’s op de markt. Ik maak me sterk dat nanobody’s over tien jaar alomtegenwoordig zullen zijn als geneesmiddel. Onze technologie wordt nu al als basistechniek gebruikt in biotechnologisch onderzoek.”
‘Ik maak me sterk dat nanobody’s over tien jaar alomtegenwoordig zullen zijn als geneesmiddel’
Wat is nog het potentieel van die technologie voor Vlaanderen?
STEYAERT. “We hebben in Vlaanderen al een vruchtbaar ecosysteem gecreëerd dat succesvolle spelers heeft voortgebracht, grote en kleine. Het is nu een kwestie om dat verder uit te bouwen. Kijk naar de Verenigde Staten. Daar heb je met Boston en San Francisco twee centra in biotechnologie. In Europa is Vlaanderen ook zo’n topregio, maar we moeten onze positie minstens behouden en het liefst nog verder uitbouwen als speerpunt van de Vlaamse economie.
“Biotech is een toekomstgerichte sector met een grote economische en maatschappelijke toegevoegde waarde, goed voor duizenden goedbetaalde banen. Zelf werken wij aan een nieuw platformbedrijf om nieuwe therapeutische toepassingen te ontwikkelen. Die nieuwe spin-off staat al vijf jaar op onze radar, maar het vraagt tijd én specifieke middelen om dat project klaar te stomen.”
Is biotech nog altijd heel binair? Ofwel wordt het een groot succes, of wel flopt het helemaal?
CARLA SNOECK. “Wij bekijken elke kans, maar wegen telkens heel goed af. Is de technologie voldoende baanbrekend en onderscheidend? Twijfelen we, dan zetten we extra middelen in om het potentieel te onderzoeken en het risico te verminderen. Die aanpak verklaart deels het succes van het VIB als katalysator om waarde te creëren. We hebben een pak ervaring opgebouwd. We hebben ruim veertig spin-offs op de teller staan. We zijn een geoliede machine.
“We hebben ook veel ervaring met het oprichten van platformbedrijven die zich op basis van een innovatieve technologie op verschillende toepassingen focussen. Zo kun je een bedrijf bouwen met een waaier aan potentiële producten en is het niet afgelopen als één ontwikkelingstraject faalt. Maar ook met platformbedrijven moet je heel gericht je doelen kiezen. Daarom proberen wij altijd te vertrekken van heel innovatief onderzoek in welomlijnde niches waarin weinig andere spelers actief zijn.
“We streven ook naar maatschappelijke impact. Zo ondersteunen we onderzoek op basis van nanobody’s voor de behandeling van infectieziektes. Oudere mensen of mensen met een gecompromitteerd immuunsysteem zijn vaak niet gebaat met vaccins. Nieuwe medicatie is broodnodig, maar er is een gebrek aan investeringen in dat domein, omdat er in het huidige economische model geen hoge winsten mee te rapen vallen. Tijdens de covidpandemie is wél massaal geld naar infectieziekten gegaan, maar dat was grotendeels dankzij publieke investeringen en een tijdelijke urgentie.”
‘Blijven wij al onze onderzoeksresultaten delen met de Verenigde Staten, Rusland of China, om hun AI-modellen te trainen en hen daarna te betalen voor de resultaten?’
Ablynx werd in 2018 voor 3,9 miljard euro verkocht aan het Franse farmabedrijf Sanofi. Kunt u als een van de oprichters van Ablynx rentenieren?
STEYAERT. (Lacht) “Ik krijg die vraag vaak. Mensen denken dat ik op een berg geld zit na de verkoop van Ablynx. Het spreekt voor zich dat ook ik daar iets aan overgehouden heb, maar ik ben geen miljonair. Van de 3,9 miljard euro die Sanofi heeft betaald, vloeide minder dan 1 procent naar de oprichtende instituten, het VIB en de VUB. Daar kregen meerdere personen die betrokken waren bij de oprichting een fractie van.
“Noteer dat professoren vandaag geen intellectuele eigendom meer mogen claimen ten persoonlijke titel. Wij staan al onze rechten af aan de universiteit of aan het VIB, en zijn dus geen eigenaar van onze kennis. Logisch ook, want ons onderzoek wordt bekostigd met belastinggeld. Het gros van de return vloeide terug naar ons labo. Wij gebruiken die middelen voor strategische investeringen. Zo financieren wij de aankoop van zware infrastructuur en we hebben samen met de VUB en het VIB een nieuwe bio-incubator gebouwd.”
Waarom vloeit de meerwaarde amper naar de stichters?
STEYAERT. “Het is bijzonder moeilijk om voldoende middelen te vinden om de pre-spin-offfase te financieren – de periode die volgt op een goed idee en de eerste patenten. Voor investeerders is het risicoprofiel in die fase vaak te groot, waardoor ze afhaken. Of stichters moeten hun kindje grotendeels gratis afgeven om het eerste startkapitaal op te halen. Ik ben een uitzondering. Het geld van de verkoop van Ablynx geeft mij de middelen en de vrijheid om die cruciale opstartfase van een spin-off deels zelf te financieren. Voor onze nieuwe spin-off kan ik, geholpen door het VIB, de VUB, Vlaio en Innoviris, al twee jaar een team van twaalf ervaren mensen aan het werk zetten om het bedrijf van een vliegende start te verzekeren. Zo kunnen we met een beter uitgewerkt project naar investeerders stappen en een betere waardering afdwingen, maar ik ben dus de uitzondering.”

SNOECK. “Er is in Vlaanderen geen gebrek aan innovatie, maar er is inderdaad nood aan kapitaal. We hebben daarom een aantal investeringsfondsen opgericht, zoals onlangs Biotope Ventures, een pre-seedfonds dat prille bedrijven en ondernemers adviseert en financieel steunt. Zij investeren vooral in duurzame landbouwtoepassingen, maar ook in duurzame voedingssystemen. Het gaat om kleine tickets die ondernemers helpen een innovatief dossier klaar te stomen voor investeerders. Ze kunnen dan vanuit een sterkere positie kapitaal ophalen. Eerder hadden we V-Bio Ventures opgericht, dat investeert in beloftevolle seed- tot mid-stagebiotechbedrijven. Met Avante Biocapital werken we aan een nieuw investeringsfonds met voornamelijk Belgisch en Europees kapitaal dat kan investeren in bedrijven die al verder staan en geld zoeken om de klinische onderzoeksfase te financieren. Dat is heel kapitaalintensief. Het kapitaal kan helpen om die biotechbedrijven de kans te geven om door te groeien tot wereldspelers. Met die tickets spreken we echt over grote bedragen.”
Is fundamenteel onderzoek moeilijker geworden de laatste jaren?
STEYAERT. “Ik heb niet die ervaring. Maar de strikte GDPR-regels zadelen vorsers die met stalen van menselijke oorsprong werken op met een gigantische administratieve rompslomp. Daarnaast maak ik me grote zorgen over de regels inzake open innovatie die Europa ons oplegt. Ik ben een absoluut voorstander van open innovatie, maar blijven wij al onze onderzoeksresultaten in de huidige geopolitieke context delen met de Verenigde Staten, Rusland of China, om hun AI-modellen te trainen met onze data en hen daarna te betalen voor de resultaten? Wij stockeren ook nog altijd het merendeel van onze data bij Amerikaanse cloudbedrijven. Ze zeggen wel dat ze niet meelezen, maar zijn wij daar zo zeker van?”
‘Technologie is één ding, maar je hebt ook een sterk team van ondernemers en managers nodig om van een spin-off een succes te maken’
De initiële patenten op de nanobody-technologie zijn intussen vervallen. Hoe gaat u om met de wereldwijde concurrentie?
SNOECK. “We zijn slim omgegaan met onze initiële patentportefeuille door die toe te passen in verschillende domeinen. Daardoor konden we een mooie voorsprong uitbouwen, waardoor onze spin-offs meteen goed van start konden gaan. En vooral, we hebben hier de knowhow. Als je goede nanobody’s wilt ontwikkelen, moet je in Vlaanderen zijn. Die knowhow zit niet in patenten. Die technologie zit verankerd in het lokale ecosysteem. De grote bedrijven komen naar hier om toegang te krijgen tot die technologie. We proberen ook bedrijven te overtuigen om hier onderzoek- en ontwikkelingssites uit te bouwen. Het past allemaal in een strategie om talent hier te houden of terug te halen.
“Technologie is één ding, maar je hebt ook een sterk team van ondernemers en managers nodig om van een spin-off een succes te maken. We nemen bij het VIB heel wat initiatieven om jonge mensen de kans te geven vaardigheden als ondernemer te kweken.”
Wat kan Vlaanderen nog meer doen?
STEYAERT. “Vlaanderen zou trotser mogen zijn op zijn eigen kunnen. Ik kreeg prijzen in Boston en San Francisco, maar in Vlaanderen kent men ons amper. Of neem Serge Muyldermans. Hij is wereldwijd gelauwerd als dé grondlegger van de nanobody-technologie. En welke erkenning kreeg hij in Vlaanderen? Hij werd ereburger van Hoeilaart, en dan nog vooral omdat hij ook een excellent voetbaltrainer is. Ik maak er misschien een karikatuur van, maar waarom zet Vlaanderen zijn excellentie in onderzoek en innovatie niet beter in de verf? Onze successen zullen in elk geval meer jongeren motiveren voor een wetenschappelijke of technologische studie. En die zullen we hard nodig hebben als we onze welvaart in stand willen houden.”
Bio Carla Snoeck
• 54 jaar
• 1989-1993: industrieel ingenieur KU Leuven technologiecampus Gent
• 1993-1996: bio-ingenieur KU Leuven
• 1996-2001: doctoraat toegepaste biologische wetenschappen
• 2002-2005: postdoctoraal researcher KU Leuven
• 2005-2008: patent counsel bij Innogenetics (nu Fujirebio)
• Sinds 2008: VIB, sinds 2023 senior new ventures manager
• Bestuurder bij Animab en Tanai Therapeutics
Bio Jan Steyaert
• 61 jaar
• 1982-1987: doctoraat bio-ingenieur VUB
• 1998-1992: doctoraatsstudent VUB en Plant Genetics Systems
• Sinds 1995: gewoon hoogleraar VUB aan de faculteit Wetenschappen en Bio-ingenieurswetenschappen
• Sinds 2010: directeur departement Structural Biology VUB
• 2000-2003: medestichter Ablynx (2000-2003)
• Sinds 1998: groepsleider VIB
• Sinds 2015: stichter en senior adviser van Confo Therapeutics
• 2013: Medeoprichter AgroSavfe (nu Biotalys)
• Sinds 2017: directeur VIB-VUB Center of Structural Biology