Bernard Gustin, CEO van Elia Group: ‘De kapitaalverhoging was een race tegen de tijd’


De zucht van opluchting was op 7 maart bijzonder diep bij Elia Group. Met een sluitend kapitaalplan kon het de financiering van zijn toekomst veiligstellen en de neerwaartse spiraal van de aandelenkoers breken. “Het was een race tegen de tijd. Zonder dit plan dreigde een kapitaalverhoging onmogelijk te worden na 7 maart”, zegt Bernard Gustin, de CEO van Elia Group.
Wie gaat dat betalen? Die vraag had ook Elia Group de voorbije maanden in een wurggreep gekregen. De beheerder van het hoogspanningsnet in België en een deel van het Duitse net (via het dochterbedrijf 50Hertz) had in 2023 een gigantisch investeringsprogramma van ruim 31 miljard euro voor de periode 2024-2028 aangekondigd en duidelijk gemaakt dat 4 à 4,5 miljard euro extra kapitaal nodig was, maar er niet bij verteld wie dat kapitaal wanneer zou betalen. Een kapitaaloperatie van 4 miljard euro is geen klein bier op de beurskapitalisatie van Elia Group, die begin maart 5 miljard euro bedroeg. Beleggers begonnen te twijfelen aan de haalbaarheid van de operatie en stuurden het aandeel lager, tot ver onder de boekwaarde.
“De koersdaling was heel frustrerend, omdat beleggers de aanhoudend sterke fundamenten van Elia Group negeerden. De onzekerheid werd ook gevoed door de sterke stijging van de kostprijs van het energie-eiland. Beleggers redeneerden dat als het eiland zoveel duurder wordt, ook andere investeringsprojecten duurder kunnen worden. Dan zou Elia Group nog meer kapitaal moeten ophalen. We waren voor beleggers een zorgenkind geworden”, zegt Bernard Gustin, die op 15 januari de pet van voorzitter inruilde voor die van CEO van het bedrijf, als opvolger van interim-CEO Cathérine Vandenborre.
Het was meteen alle hens aan dek om de koersval te stoppen
BERNARD GUSTIN. “Het is vaak een crisissignaal als de voorzitter van een bedrijf de CEO wordt, maar in ons geval is de continuïteit heel belangrijk. Ik kon meteen schakelen. Het was een race tegen de tijd om tegen 7 maart, de dag van publicatie van onze jaarresultaten, een sluitende kapitaaloperatie op tafel te leggen. We zouden op 7 maart ons investeringsplan van ruim 30 miljard euro bevestigen. Als we dat deden zonder financieringsplan, dreigde onze beurskoers verder onderuit te gaan. Op zeker ogenblik zou het voor ons onmogelijk zijn geworden kapitaal op te halen. Mijn eerste prioriteit was aantonen dat we wél de capaciteit hadden om onze plannen te financieren.”
Na de presentatie van het plan op 7 maart herstelde de beurskoers met ruim 20 procent. Operatie geslaagd?
GUSTIN. “Dit is een unieke kapitaaloperatie die misschien later aan de universiteit als case kan worden gedoceerd. In een eerste fase wisten we met BlackRock, CCP en Atlas infrastructuurfondsen van Champions-League-niveau aan boord te halen. Zij tekenden in zonder korting op de beurskoers, omdat ze begrepen dat ze door de gedaalde beurskoers al voldoende korting kregen. Hun instap was een krachtig signaal van vertrouwen in onze strategie. Ook onze referentieaandeelhouder Publi-T, de holding van de Belgische gemeenten, kon de private plaatsing volgen door de krachten te bundelen met Fluxys en de FPIM, de investeringsmaatschappij van de federale overheid. In die eerste fase haalden we 850 miljoen vers kapitaal op.
“In de tweede fase, die nu loopt, kunnen alle eerdere aandeelhouders intekenen op de kapitaalverhoging, om de verwatering van hun belang te beperken. We zijn heel tevreden dat ze dat kunnen tegen ongeveer de koers die de nieuwe aandeelhouders betaalden. Die tweede fase moet 1,35 miljard euro opleveren.
“In de derde fase kunnen we ons kapitaal versterken via hybride obligaties. Dat zijn achtergestelde leningen waarop we een hogere rente betalen, maar die we voor 50 procent kunnen meetellen als kapitaal – een handig instrument om verdere verwatering te voorkomen. We kunnen straks voor bijna 4 miljard euro hybride obligaties uitgeven. Daarnaast hebben we nog een eigen financieringscapaciteit uit de 1,5 miljard euro operationele cashflow per jaar. Een optie is ook partners te zoeken voor bepaalde activa. Als meerderheidsaandeelhouder van het Duitse 50Hertz zitten we in een 80-20-verhouding met de Duitse investeringsbank KfW. Dankzij de uitstekende samenwerking kun je ons beschouwen als het Airbus van de energiesector. Als de kapitaalronde lukt, is onze kapitaalbehoefte afgedekt tot en met 2028.”
‘Dit is een unieke kapitaaloperatie die misschien later aan de universiteit als case kan worden gedoceerd’
Bernard Gustin, CEO Elia
Veel kleine beleggers vragen zich af of ze moeten intekenen op de kapitaalverhoging. Wat antwoordt u hen?
GUSTIN. “Ons groeiverhaal is nog altijd intact. Op termijn kan onze bedrijfswinst ruim verdubbelen van 500 miljoen naar meer dan 1 miljard euro, dankzij ons investeringsplan. Als gereguleerd bedrijf mogen we een faire vergoeding verdienen op onze activabasis. In België is dat een rendement op eigen vermogen van ongeveer 7 procent, in Duitsland ongeveer 10 procent. Als we dat faire rendement kunnen verdienen op een hoger gereguleerd actief, stijgt onze winst. Ons investeringsplan van ruim 30 miljard euro, waarvan 9 miljard euro in België, is een stevige dobber om te financieren, maar geeft onze groepswinst een boost, zodat we verder kunnen uitgroeien tot een internationaal energiebedrijf.”
Blijft de winstverwatering daarbij beperkt? Door de kapitaalverhoging bij de private plaatsing zien de andere aandeelhouders hun belang verwateren tot 84 procent. En de aandeelhouder die zijn voorkeurrechten niet uitoefent, ziet zijn belang verder verwateren tot 67 procent.
GUSTIN. “De stijgende winst zal de winstverwatering meer dan compenseren. Onze winst per aandeel, voor beleggers de ultieme maatstaf, zal de volgende jaren met minstens 10 procent per jaar stijgen. We kijken ook al verder vooruit. Vandaag investeren we veel in België en Duitsland, maar op de lange termijn, eenmaal de grote investeringen achter de rug zijn, zal de groei hier afnemen. Daarom ontwikkelen we nieuwe activiteiten die later groeimotoren kunnen worden. Denk aan onze instap in de Verenigde Staten, waar we minstens 250 miljoen dollar investeren in infrastructuurprojecten. Zie dat als een optie die we betalen om aanwezig te zijn op de Amerikaanse markt, als het potentieel zich manifesteert. In het slechtste geval verliezen we 250 miljoen dollar. Daar gaan we niet van dood. Maar we geloven in het potentieel op de Amerikaanse markt. Op termijn kunnen we er een mooie meerwaarde verdienen door projecten te ontwikkelen en te verkopen. Met of zonder Donald Trump, de Verenigde Staten hebben een grote behoefte aan elektriciteit. Onze Amerikaanse partner heeft voor ons gekozen omwille van onze unieke competentie in transmissietechnologie.”
Ziet u nog andere nieuwe, beloftevolle markten?
GUSTIN. “We mikken op regio’s waar potentieel en geld is, maar met een tekort aan kennis. Vandaar onze eerste investering in Verenigde Staten. Ook op de Baltische Zee liggen nog veel mogelijkheden. En op de korte termijn willen we onze consultancydivisie uitbouwen. We kunnen onze kennis internationaal verzilveren. Zie ons dus niet louter als uitbaters van gereguleerde netwerken. We zijn ook ondernemers.”
Het groeiverhaal van Elia Group is gebaseerd op een verdubbeling van het elektriciteitsverbruik op de lange termijn. Blijft dat intact, nu de concurrentiekracht van de industrie onder druk staat, onder meer doordat de transmissietarieven sterk stijgen?
GUSTIN. “Een verdubbeling in 25 jaar lijkt een lange termijn, maar voor een transmissienetbeheerder is dat morgen. De elektrificatie van onze economie is niet alleen een must om tegen 2050 klimaatneutraal te worden, maar is ook nodig om energieonafhankelijker te worden. De elektriciteitsfactuur bestaat voor 60 procent uit de elektriciteit en voor 10 procent uit de transportkosten die wij aanrekenen. Onze nettarieven stijgen om onze investeringen te financieren. Maar als we niet investeren in onze netten en in hernieuwbare energie, kan de prijs van die 60 procent opnieuw de hoogte inschieten. Dan heeft de industrie een veel groter probleem. Deze generatie betaalt de investeringskosten voor grote infrastructuurprojecten, zoals het energie-eiland, waarvan de baten vooral voor haar kinderen en kleinkinderen zal zijn.”
Het energie-eiland is in zijn originele design op termijn de beste oplossing om België te verbinden met nieuwe offshore windparken én met andere landen met een overschot aan groene stroom, zoals Denemarken. Waarom ging u niet door met dat design, hoewel de kostprijs vorig jaar met ruim 3 miljard euro steeg?
GUSTIN. “Het geniale van het eiland in het originele design is dat we de benutting ervan kunnen opvoeren naar 50 naar 90 procent door het derde windpark te koppelen aan een nieuwe interconnector uit het Verenigd Koninkrijk. Als het waait, wordt de infrastructuur gebruikt om de windenergie aan land brengen. Als het niet waait, kunnen we via het eiland elektriciteit invoeren uit het Verenigd Koninkrijk. Die oplossing vergt een extra wisselstroomstation. De kostprijs van die infrastructuur is vorig jaar fors gestegen. De vraag is wereldwijd groot en er zijn maar drie leveranciers – Hitachi, General Electric en Siemens Energy – die aan de schaarste op de markt goed verdienen, om het zacht uit te drukken.
“Intussen merken we al enige verandering. Door het uitstel van nieuwe offshore projecten in de Verenigde Staten en de afkoelende vraag elders, moeten die leveranciers hun toon matigen. Ik had als nieuwe CEO met de scepter kunnen zwaaien en kunnen doorduwen voor dat originele design. Maar door de onzekerheid over de fors gestegen kostprijs en de impact op onze beurskoers was die optie niet houdbaar. Het is ook belangrijk voor onze geloofwaardi‘Zie ons niet louter als uitbaters van gereguleerde netwerken. We zijn ook ondernemers’gheid en onze reputatie dat we rekening houden met forse budgetoverschrijdingen. Misschien missen we een kans door de pauzeknop in te duwen, maar goed, het eiland is er voor honderd jaar. We kunnen het later nog ontwikkelen als een energiehub in de Noordzee.”
‘Zie ons niet louter als uitbaters van gereguleerde netwerken. We zijn ook ondernemers’
Bernard Gustin, CEO Elia
In het voorjaar van 2024 was duidelijk dat de kostprijs steeg naar 7 à 8 miljard euro. Waarom is zo lang gewacht om die informatie publiek te maken? Pas in najaar lekte ze naar buiten via een parlementaire vraag.
GUSTIN. “Zolang de aanbesteding liep, konden we niet openlijk communiceren. Niettemin zijn er heel wat informele contacten geweest met alle betrokkenen. Iedereen trok de paraplu open, toen de kostenstijging gelekt werd. Misschien hadden we op een meer formele manier met iedereen moeten communiceren. We willen in elk geval onze relatie met de CREG, de toezichthouder, versterken en werk maken van betere controleprocessen bij zulke grote infrastructuurprojecten.”
Mogen we nog consolidatie in de sector verwachten? De Nederlandse hoogspanningsnetbeheerder Tennet verkoopt zijn Duitse dochter, die een deel van het Duitse hoogspanningsnetwerk beheert. Interesse?
GUSTIN. “Met ons belang van 80 procent in ons Duitse dochterbedrijf 50Hertz worden we in Duitsland gezien als een betrouwbare partner, die grote investeringen kan waarmaken. Ons grootste actief in Duitsland is onze geloofwaardigheid. Dus als Tennet zijn Duitse activiteiten te koop zet, zullen we dat bekijken en meedenken. Maar willen we dat bedrijf en de bijbehorende investeringsplannen overnemen? Nee, daar zitten we op dit ogenblik echt niet op te wachten.”
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier