Staatsholding SFPIM kreeg nog geen instructies om overheidsparticipaties te verkopen


De overheidsholding SFPIM (voluit Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) kreeg nog geen instructies van de regering om overheidsparticipaties te verkopen. Duidelijk is wel dat de verkoop van aandelen van BNP Paribas de makkelijkste en snelste manier is om aan geld te komen.
Het gonst al weken van de geruchten over de overheidsparticipaties die de regering-De Wever wil verkopen om haar defensiefonds te spijzen. Maar over dat fonds blijven nog veel vragen onbeantwoord. Hoe zal het worden gefinancierd? Wie zal het beheren? En waaraan kunnen de middelen besteed worden?
Op een persconferentie over de jaarresultaten lichtte de top van de overheidsholding SFPIM een tipje van de sluier op. De meeste participaties van de federale overheid, op Belfius na, staan op de balans van die maatschappij. De belangrijkste deelnemingen zijn die in de financiële sector: 5,6 procent in BNP Paribas, 31,7 procent in Ethias, 6,4 procent in Ageas en 13 procent in Euroclear. Zij vertegenwoordigen een waarde van 5,7 miljard euro op een portefeuille van 9,9 miljard euro.
Laurence Bovy, de voorzitter van de raad van bestuur van SFPIM, zei dat er onlangs een ontmoeting was met de voogdijminister, minister van Financiën Jan Jambon (N-VA). Daar werd afgesproken dat het federale defensiefonds een filiaal van de SFPIM wordt. Dat fonds moet tegen 1 juli zijn opgericht. Defensie wordt – naast de financiële sector, luchtvaart, gezondheid en energie – een nieuwe strategische investeringspijler voor SFPIM. In de sectoren mobiliteit en impact zal de overheidsholding geen nieuwe investeringen meer doen.
Defensiefonds moet investeren, niet financieren
“Belangrijk is dat het om een investeringsvehikel gaat”, beklemtoonde Bovy. “We zullen dus geen bedrijven of aankopen van defensiemateriaal financieren.” In de praktijk betekent dit dat voor zulke uitgaven de regering rechtstreeks uit de begroting zal moeten putten.
Hoeveel geld er in het defensiefonds terecht komt en vanwaar dat moet komen, blijft koffiedik kijken. De verkoop van overheidsparticipaties is een voor de hand liggend denkspoor. Maar dan moet rekening worden gehouden met een aantal overwegingen. Sommige activa omschrijft SFPIM als strategisch belangrijk voor de Belgische economie, en een aantal participaties – zoals BNP Paribas, Proximus, Euroclear, Ageas en Ethias – leveren een aardig dividend op.
Die dividenden vertegenwoordigen samen met de rente-inkomsten zowat 70 procent van de investeringsmiddelen van SFPIM. Overheidsparticipaties verkopen impliceert met andere woorden minder dividenden en dus minder investeringsmogelijkheden. Bovendien worden de dividenden die SFPIM int geconsolideerd in de federale begroting. Waardoor het plaatje voor de regering nog complexer wordt: minder dividenden betekent eveneens een groter begrotingstekort.
BNP Paribas is niet strategisch en kan snel veel geld opleveren
“Wij hebben tot vandaag nog geen instructies gekregen om overheidsparticipaties te verkopen”, zei Bovy op een persconferentie. “Noch is ons gevraagd suggesties te doen.” Tussen de regels was echter te horen dat de verkoop van BNP Paribas-aandelen wellicht de makkelijkste en snelste manier is om aan geld te komen. Op basis van de beurskoers van eind maart kan SFPIM een meerwaarde van 1,26 miljard op die deelneming realiseren. De keerzijde is dat het dividend van BNP Paribas (291 miljoen euro) bijna de helft van de dividendinkomsten van SFPIM vertegenwoordigt.
“We hebben in het verleden al twee keer onze participatie in BNP Paribas afgebouwd”, legde CEO Koen Van Loo uit. “Er is voor zo’n operatie een draaiboek voorhanden, als we dat opnieuw zouden willen doen. Bovendien is BNP Paribas een Franse bank, terwijl de opdracht van SFPIM is cruciale Belgische bedrijven te verankeren en te investeren in de Belgische economie.”
Van Loo verdedigde daarom de deelnemingen in de Belgische financiële bedrijven Ageas, Ethias en Euroclear als strategische participaties. En hetzelfde geldt volgens hem voor Belfius, dat als een gedelegeerde opdracht eveneens onder het beheer van SFPIM valt. “Bovendien is een eventuele beursgang van Belfius een operatie die al snel een jaar voorbereiding vergt”, aldus Van Loo.
Ageas: beter Fransen dan Chinezen
SFPIM maakte tevens bekend dat de investeringsmaatschappij een zetel in de raad van bestuur van Ageas gevraagd heeft. Dat zal wellicht pas iets voor volgend jaar zijn. De opmars van BNP Paribas in het kapitaal van Ageas wordt met gemengde gevoelens bekeken: “Wij zijn als verankeraar ingestapt om een Chinese overname te voorkomen”, zei Van Loo. “Met een Europese bril op zou ik zeggen: beter Fransen die 15 procent van Ageas bezitten dan Chinezen. Als men wil dat wij onze positie als verankeraar van Ageas verstevigen, hebben we meer middelen nodig.”
Voor het negentiende jaar op rij slaagde SFPIM er in 2024 in het boekjaar met winst af te sluiten. De nettowinst lag met 315 miljoen euro wel een derde lager dan in 2023. Dat had vooral te maken met de uitzonderlijke meerwaarde op de verkoop van een deel van de participatie in BNP Paribas in 2023. Tegelijk moest SFPIM vorig jaar waardeverminderingen nemen op zijn deelnemingen in bpost (-194 miljoen euro) en Umicore (-72 miljoen).
De mandaten van voorzitter Laurence Bovy en CEO Koen van Loo lopen nog tot juni 2027 maar zij hebben respectievelijk een PS- en Open Vld-signatuur. Daarmee liggen ze niet in de bovenste lade van een regering die gedomineerd wordt door MR en N-VA. MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez liet al blijken dat hij Bovy zo snel mogelijk weg wil. In Franstalig België werd ook al verwezen naar de SFPIM-portefeuille als een verzameling ‘brol’. De cijfers lijken dat tegen te spreken. Zowel Bovy als van Loo benadrukten dat SFPIM met een beperkt aantal mensen goed werk levert.
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier