“Sommige werkzoekenden zullen waarschijnlijk geïrriteerd en boos zijn omdat ze hun uitkering verliezen. Maar ik hoop dat iedereen beleefd blijft tegen onze VDAB-medewerkers”, zegt Zuhal Demir (N-VA). De Vlaamse minister van Werk staat voor een grote werf. Door de federale beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd zullen volgend jaar ruim 57.000 Vlamingen hun uitkering verliezen. Het gaat om mensen die vandaag al door de VDAB worden begeleid. Op die jobbemiddeling zit nu meer dan ooit tijdsdruk.
“Wat een federale besparingsronde op uitkeringen is, moet een Vlaamse activeringsronde worden. We willen uitkeringen omzetten in lonen”, zegt de minister. “We gaan al die mensen persoonlijk contacteren vooraleer ze in januari een brief van de RVA krijgen over de stopzetting van hun uitkering. Elk van hen zal een gepersonaliseerd voorstel ontvangen. Dat kan een vacature zijn, maar ook een opleiding die op korte termijn tot werk kan leiden. En we gaan dat aanklampend doen. Vroeger duurde het negen maanden vooraleer een dossier werd doorgegeven aan de controledienst. We hebben die termijn verkort tot twee maanden.”
Lukt dat wel met een VDAB die jaarlijks 20 miljoen euro moet besparen, oplopend tot 80 miljoen in 2028? Dat is een knip van 10 procent in de werkingsmiddelen.
ZUHAL DEMIR. “De VDAB wordt gereorganiseerd. We zetten maximaal in op de kerntaken: bemiddeling, matching en controle. Het aandeel bemiddelaars in het personeelsbestand gaat omhoog. We hebben beknibbeld op overhead. En er wordt bespaard op externe consultancy-opdrachten. Voor de VDAB breekt een nieuw tijdperk aan. Maar de werkzoekende zal ook zijn best moeten doen.”
VDAB’ers die meer aanklampend te werk gaan, een-op-een-contacten, sneller controleren: dat kan bij een werkzoekende vrij confronterend overkomen.
DEMIR. “Er is in het algemeen een verruwing, vind ik. Ook naar maatschappelijke hulpverleners toe. Onze mensen doen ook maar hun baan. Dus ik hoop dat mensen niet agressief worden. We verwachten medewerking van de werkzoekenden. En voor mensen die lang geen baan hebben gehad, zal dat een pittige zaak zijn. Maar als we de samenleving draaiend willen houden, moet iedereen zijn verantwoordelijkheid nemen. Je ziet andere mensen die hard werken en zich wat uitgeperst voelen. We moeten zorgen voor wie het nodig heeft en opleidingen geven, maar op een bepaald punt vragen we solidariteit. Het feit dat de uitkering wegvalt, zet daar urgentie op. In die zin denk ik dat men wel welwillend zal zijn.”
Er zijn 213.000 werkzoekenden zonder baan. 60.000 van hen geven aan dat hun kennis van het Nederlands tekortschiet. En 90.000 hebben allochtone roots. Dat is bijna de helft.
DEMIR. “Het aandeel van allochtone werklozen is bij ons groter dan in andere Europese landen. Daarom heb ik een halfjaar geleden beslist dat zij verplicht Nederlands moeten leren. Je moet een mondje Nederlands spreken om elkaar te begrijpen. En ook omwille van het veiligheidsaspect. En nadien kun je op de werkvloer je Nederlands verfijnen.”
Slechts 54 procent van de vrouwen met een migratieachtergrond is aan de slag, tegenover 76 procent van de vrouwen geboren in België. Ook meer allochtone vrouwen blijven vrijwillig thuis en zijn niet ingeschreven bij de VDAB. Ze hebben gewoonweg geen arbeidswens. Is daar iets mis mee?
DEMIR. “Uiteraard vind ik dat vrouwen zelf mogen kiezen of ze al dan niet gaan werken. Ook dat is emancipatie. Maar het cijfer is wel frappant. Ik denk dat ook een cultureel gegeven speelt. We moeten binnen raken in die cultuur. We moeten naar een emancipatiegolf die er destijds ook bij Vlaamse vrouwen was.”
Er zijn ook sociale drempels. Ze kiezen ervoor voltijds te zorgen voor het gezin. Vaak komen slechts precaire, lagekwaliteitsbanen in aanmerking. En er is soms ook wantrouwen tegenover buitenshuis werken.
DEMIR. “We moeten met de VDAB die drempels en hindernissen wegwerken. We gaan daar extra partners bij inzetten, zoals de lokale besturen, welzijn en inburgeringsinstanties. We hebben die vrouwen nodig, onder meer wegens de vele vacatures in het onderwijs en de zorg. Voor hen kan werk veel meer betekenen dan enkel een loon. Het betekent ook financieel onafhankelijk zijn en sociale contacten hebben. Ook werkgevers zullen zich soepeler moeten opstellen.”
‘We gaan niet meer aanwerven uit verre landen. Punt aan de lijn’
Werkgevers zijn de klant van de VDAB. Zij zijn toch vragende partij voor een effectievere jobmatching?
DEMIR. “Ze zullen met een open blik moeten rekruteren. Als een 55-plusser solliciteert, moeten ze niet meteen denken: ‘Oei, dat is een oudere mens.’ Ze moeten redeneren: ‘Aha, die man heeft ervaring.’ Of bij een jongere niet zeggen: ‘Oei, die komt pas van de schoolbanken.’ Bij jongeren moet je kijken naar het potentieel. Anders zullen veel vacatures niet ingevuld raken. Want we beperken tegelijk de arbeidsmigratie van buiten de Europese Unie.”
Het beperken van die economische migratie treft bij uitstek Vlaamse kmo’s, berekende Unizo. Die bedrijven zitten nu met de handen in het haar.
DEMIR. “Het is natuurlijk gemakkelijk mensen vanuit Turkije of Marokko naar hier te halen, maar we hebben hier ook veel werkzoekenden. Kijk naar Wallonië of aanwervingen in Europa, vanuit Italië en Portugal. We gaan dus niet meer aanwerven uit verre landen. Punt aan de lijn. Het is onze taak, maar ook die van werkgevers, om eenieder die hier al aanwezig is, op te leiden en aan de slag te krijgen.”
Om schooluitval en jongerenwerkloosheid tegen te gaan, is het duaal leren ingevoerd. Dat heeft niet het verhoopte succes. Slechts 6,6 procent van de leerlingen die potentieel zo’n duaal traject kunnen volgen, heeft dat ook gedaan. En ook bedrijven haken af.
DEMIR. “Het systeem zit al jaren fout. We hebben het nu hervormd. Ten eerste geldt vanaf dit schooljaar nog maar één vorm van werkplekleren. Je had daarnaast nog andere systemen van stages en werkplekervaringen, en dat veroorzaakte verwarring. Nu is er enkel nog duaal leren. Ten tweede verminderen we de administratie rompslomp voor bedrijven. We gaan vanuit de scholen die leerlingen ook meer begeleiden, want daar klaagden de bedrijven over. Ten derde is het ook heel belangrijk dat we leerlingen die na een aantal maanden al afhaken, toch een gedeeltelijke erkenning geven. Dat we een certificaat uitreiken voor het deeltraject dat ze hebben afgelegd, zodat ze dat desnoods nadien opnieuw kunnen oppikken.”