Hoe erg staat de onafhankelijkheid van de Fed onder druk?
De oplopende trammelant tussen president Donald Trump en de Amerikaanse centrale bank slaat veel beursanalisten en macro-economen met verstomming. Fed-voorzitter Jerome Powell kreeg een dagvaarding van het Amerikaanse ministerie van Justitie in een dossier over de kostprijs van de renovatie van het Fed-hoofdkantoor in Washington D.C. Powell spreekt van intimidatie en politieke inmenging. Hoe ernstig is de situatie? We vroegen het aan Selien De Schryder, assistent-professor aan de faculteit Economie van de UGent, en Frank Vranken, hoofdstrateeg bij de vermogensbeheerder Edmond de Rothschild.
“De onafhankelijkheid van de Fed staat onder druk, dat valt niet te ontkennen”, zegt Vranken. “Maar ik verwacht niet dat dit juridisch zal standhouden. De argumentatie is bijzonder zwak. Het is vooral een drukkingsmiddel, geen dossier dat kans maakt voor de rechtbank.”
De timing is ongelukkig. Trump maakt deze maand de naam van Powells opvolger bekend, terwijl de markten al nerveus reageren. “Dit vergroot de onzekerheid en oogt bijzonder slecht”, stelt Vranken. “Niet alleen voor de geloofwaardigheid van de Verenigde Staten, maar ook voor het vertrouwen van beleggers.” Toch verwacht hij geen fundamentele koerswijziging. “Dit verandert niets aan het beleid van de Fed. Trump blijft lastigvallen en intimideren, maar daar komt uiteindelijk weinig van.”
Lees verder onder video Trends Z, bevat interview met Trends-hoofdeconoom Daan Killemaes
Republikeinen op de rem
De kritiek op Trump komt niet alleen uit Democratische hoek. Ook in de Republikeinse Partij groeit het ongemak over de druk op de Fed. “Je ziet Republikeinen die zeggen: dit moet stoppen. Sommigen hebben politiek weinig meer te verliezen en spreken zich daardoor vrijer uit. Senator Thom Tillis, bijvoorbeeld, heeft aangekondigd geen enkele Fed-benoeming goed te keuren zolang dit dossier loopt.” Dat wijst erop dat Trumps speelruimte niet onbeperkt is. De institutionele tegenkrachten blijven overeind, merkt ook Selien De Schryder op.
Volgens De Schryder is de situatie uitzonderlijk, maar past ze in een patroon. Trump verwijt de Fed-voorzitter al langer koppigheid en traagheid bij het verlagen van de rente, en noemde hem herhaaldelijk incompetent. Opvallend is de reactie van Powell. “De omfloerste taal die we van centraal bankiers gewend zijn, is volledig verdwenen”, zegt ze. “Powell stelt expliciet dat dit niets te maken heeft met renovaties of zijn getuigenis van afgelopen zomer. Dat is ongezien.”
‘Dit oogt slecht, het verhoogt de onzekerheid en schaadt het vertrouwen. Maar de instellingen houden voorlopig stand’
Frank Vranken (Edmond de Rothschild)
Markten opvallend beheerst
Zowel Vranken als De Schryder wijst erop dat de marktreactie tot dusver relatief beperkt blijft. Dat is opmerkelijk. “Volgens het handboek zou je hogere risicopremies verwachten, vooral voor langetermijnobligaties en Amerikaanse activa”, zegt De Schryder. “Maar eerdere uithalen van Trump naar Powell of andere Fed-bestuurders hebben relatief weinig reactie uitgelokt. Dat maakt het moeilijk te voorspellen.”
Vranken sluit zich daarbij aan. “Als beleggers echt zouden denken dat Trump de Fed kan neutraliseren, zou de reactie veel heviger zijn. De markten gaan ervan uit dat hij geen kans maakt.”
Dat neemt niet weg dat de onzekerheid toeneemt. Aan het begin van de handelsweek staan Amerikaanse aandelen onder druk, verzwakt de dollar en stijgt de goudprijs naar records. Volgens Vranken vergroot de aanhoudende politieke druk de kwetsbaarheid van de markten. “De waarderingen zijn al hoog en de risicopremies laag. Als daar extra onzekerheid bij komt en de dollar verzwakt, werkt dat door in hogere grondstoffenprijzen”, zegt hij. “Dat heeft inflatoire gevolgen, omdat grondstoffen cruciaal zijn voor technologie en infrastructuur. De kostprijs van, bijvoorbeeld, datacenters ligt duidelijk hoger dan een jaar geleden, en dat sijpelt door in het algemene prijspeil.”
Test
Moeten we vrezen voor een scenario waarin de politiek het monetair beleid dicteert, zoals in Turkije? Beide marktkenners temperen dat beeld. “Nog net niet”, zegt De Schryder. “Het geloof in sterke institutionele tegenkrachten houdt de markten voorlopig rustig. Als een Fed-voorzitter zou worden ontslagen om redenen die niets met beleid te maken hebben, dan pas wordt een gevaarlijke grens overschreden. Zover zijn we nog niet.”
Ook Vranken ziet geen directe machtsgreep: “De president kan Powell niet zomaar aan de kant schuiven. Hij zal zijn termijn als voorzitter afronden en kan zelfs tot 2028 aanblijven als bestuurder. Dit is geen scenario waarin één man de Fed naar zijn hand zet.”
Volgens beiden wordt de onafhankelijkheid van de Fed wel degelijk getest. Niet via formele macht, maar via aanhoudende druk en reputatieschade. “Dit oogt slecht, het vergroot de onzekerheid en schaadt het vertrouwen”, besluit Vranken. “Maar de instellingen houden voorlopig stand.”