Professor emeritus Luc Soete over innovatie en AI: ‘Europa heeft zijn digitale voorsprong eigenhandig de nek omgedraaid’

LUC SOETE
"Laat AI zich eerst bewijzen. De regelgeving is voor later."
Daan Killemaes
Daan Killemaes Hoofdeconoom Trends

België kan enkel dromen van productiviteitswinsten die nodig zijn om de vergrijzing te betalen, maar in de Verenigde Staten neemt de productiviteit nog relatief snel toe. De productiviteitskloof tussen de VS en Europa is gigantisch en neemt verder toe. “Dat heeft Europa zichzelf aangedaan. We zijn vergeten de eenheidsmarkt uit te bouwen, waardoor we schaal missen om in het spoor van de VS te blijven”, zegt professor emeritus Luc Soete.

Ook op zijn 75ste is Luc Soete een autoriteit in technologie en innovatie. De professor emeritus maakte naam als hoogleraar aan de Universiteit Maastricht en als een van de stichters en bezielers van Merit, een denktank met internationale faam. Op een kantoortje in de hoofdzetel van Merit in het knusse Maastricht volgt Luc Soete het wetenschappelijk onderzoek nog onbezoldigd op de voet. Voor de Europese Commissie zetelt de Belg in een expertengroep die beleidsaanbevelingen doet. Vorige week was Soete nog de topspreker op een studiedag over productiviteit, georganiseerd door Ecoom, het expertisecentrum van de Vlaamse overheid dat indicatoren ontwikkelt om onderzoek en innovatie in Vlaanderen in kaart te brengen.

Net als in de rest van Europa zit in België de toename van de productiviteit al decennia in een dalende trend. De arbeidsproductiviteit neemt nog met amper 1 procent per jaar toe. Hoe komt dat?

LUC SOETE. “Je moet een slag om de arm houden als je productiviteit meet. De berekening wordt moeilijker naarmate het aandeel van de dienstensector in het bruto binnenlands product (bbp) toeneemt. Hoe meet je bijvoorbeeld de toegevoegde waarde van digitale diensten? Wat heb je eraan als mensen urenlang filmpjes scrollen op hun telefoon? De verkochte waarde van die diensten tellen we mee in het bbp, maar het enorme tijdverlies kan een negatief effect hebben op de output of de productiviteit van een werknemer. Er zijn maar 24 uren in een dag.
“In België is er ook een grote overheidssector. Het is heel moeilijk de toegevoegde waarde van de publieke sector te berekenen. In de private sector kun je productiviteitswinsten nog meten via de gerealiseerde omzet, maar voor de overheid is die oefening uitermate complex. Je moet dus geweldig oppassen met die cijfers, maar het is logisch dat de arbeidsproductiviteit minder snel toeneemt naarmate de dienstensector aan belang wint.”

Maar toch, sinds 1995 is de productiviteit per gewerkt uur in de Verenigde Staten met ruim 80 procent gestegen, tegenover ongeveer 20 procent in Europa.

SOETE. “Die kloof met de VS is een digitale kloof. Vooral in de kapitaalintensieve technologiesector is de innovatiekloof groot. In andere sectoren, zoals de landbouw of de industrie, zijn de verschillen in productiviteit tussen de VS en Europa veel kleiner.”

Wat ligt aan de basis van die digitale kloof?

SOETE. “Europa heeft dat aan zichzelf te wijten. We hebben onze digitale voorsprong eigenhandig de nek omgedraaid. In de jaren negentig liep de Europese telecomsector nog voorop. We waren pioniers in mobiele telefonie, maar we verloren die voorsprong, omdat Europa nooit een eengemaakte telecommarkt heeft gebouwd. De privatisering van de nationale telecombedrijven is binnen de grenzen van elk land georganiseerd. Dat was totaal onzinnig. We hebben daar een enorme kans gemist om telecombedrijven met een Europese schaal te bouwen. We verloren onze voorsprong omdat we in de digitale wereld die schaal nooit gerealiseerd hebben. Uiteindelijk hebben de VS de leidende rol overgenomen omdat ze wel over een grote interne markt beschikken. De VS, en straks wellicht ook China, genieten van enorme schaalvoordelen die het Europa van 27 kleinere lidstaten niet heeft. In zijn vaak geciteerde rapport over de Europese concurrentiekracht pleit Mario Draghi voor het concept van het 28ste regime, waarbij een Europese regelgeving de nationale regelgeving in de 27 EU-lidstaten vervangt. Dat is toegeven dat we in de jaren negentig de verkeerde afrit genomen hebben.”

U wijst daarbij met een kritische vinger naar de invoering van de euro.

SOETE. “Regeringen gaven de voorkeur aan het behalen van de Maastrichtnormen, om het toetredingsticket tot de eurozone veilig te stellen. Door de druk op de begrotingen in de aanloop naar de invoering van de euro, wilden de lidstaten de controle behouden op de inkomsten uit strategische sectoren als telecom en energie, en is de eenheidsmarkt in de startblokken blijven steken. Europa vergat de interne Europese eenheidsmarkt uit te bouwen. De invoering van de euro heeft zeer negatief uitgepakt voor de Europese integratie in sectoren waar schaal belangrijk is. Europa heeft op die manier de trein in de digitale economie gemist. De kostprijs van niet-geïntegreerde markten in die sectoren is veel hoger dan het voordeel van de eenheidsmunt. De grote Amerikaanse technologiebedrijven zijn succesvol dankzij hun schaal- en netwerkeffecten. We hebben géén Europese tegenhangers, hoewel we ooit vooropliepen met opensource-softwareplatformen als Linux. Maar vandaag draaien we allemaal op Microsoft, ook hier aan de universiteit. Het IMF hekelde onlangs nog de enorme barrières die bestaan tussen de markten van de 27 Europese lidstaten.”

‘In de hele overheidssector zijn gigantische efficiëntiewinsten te rapen dankzij AI. De miljarden liggen voor het oprapen’

Artificiële intelligentie (AI) is de nieuwe frontlijn. Zal Europa ook hier het pleit verliezen door dat gebrek aan schaal, want investeren in AI is kapitaalintensief?

SOETE. “Ik vrees ervoor. AI is natuurlijk nog in volle ontwikkeling. En de technologie is zo breed toepasbaar dat je heel wat AI-bedrijven kunt oprichten die in niches succesvol kunnen zijn. Maar voor andere toepassingen heb je schaal nodig, wat sterk in het nadeel van Europa speelt. De VS kunnen ook inzetten op AI omdat ze geen schroom hebben om fossiele brandstoffen in te schakelen. ‘Drill, baby, drill’, zoals president Trump het zegt. Ze trekken ook de kaart van kernenergie om de energiehonger van datacenters te stillen. Daar komt opnieuw die schaal bij kijken.”

De VS investeren 0,8 procent van het bbp in durfkapitaal, in Europa is dat slechts 0,2 procent. Is dat een kwestie van meer durf in de VS of een gevolg van een ander institutioneel kader?

SOETE. “Een ander kader. De financiering van bedrijven passeert in Europa nog grotendeels via de banken, die pas lenen als ze over een voldoende veiligheidsmarge beschikken. Die risicoschuwe houding is na de financiële crisis nog erger geworden. Europa heeft geen financiële sector die ondernemerschap financiert en risico’s durft te nemen. Europa heeft dringend een kapitaalunie nodig, om durfkapitaal op schaal te brengen. We hebben amper grote technologiebedrijven en onze beloftevolle bedrijven groeien relatief traag, omdat we over onvoldoende durfkapitaal beschikken.”

Kan AI ook in Europa de productiviteit een boost geven?

SOETE. “Ironisch genoeg liggen er voor Europa kansen in onze overregulering en onze bureaucratie, die bijzonder omvangrijk en complex is geworden. Je zou met behulp van AI die hele administratieve rompslomp veel beter en efficiënter de baas kunnen. Laat de bureaucratie over aan AI. In de hele overheidssector zijn gigantische efficiëntiewinsten te rapen dankzij AI. Het is heel vreemd dat dit thema niet besproken wordt tijdens begrotingsonderhandelingen. De miljarden liggen nochtans voor het oprapen. Ook in het onderwijs kan AI de administratieve druk sterk verlichten. De vrijgekomen tijd kun je spenderen aan de eigenlijke onderwijstaken en aan de kinderen zelf. Vooral in het kleuter- en lager onderwijs is het van cruciaal belang dat kinderen goed onderwijs krijgen. Dan worden ze gevormd. Ik ben er daarom altijd voorstander geweest kinderjuffen en -meesters beter te betalen dan universiteitsprofessoren. Maar wie durft AI in te zetten om de overheid af te slanken? Je zult ongetwijfeld een tegenbeweging krijgen, met discussies over de veiligheid van data en de kwaliteit van het afgeleverde werk. Maar AI is een heel nuttige tool in een Europa dat heel bureaucratisch is en een groot overheidsapparaat heeft.”

AI belooft de arbeidsmarkt flink op te schudden.

SOETE. “AI zal een grote impact hebben op de arbeidsmarkt. Iedereen die de meeste werkuren op een scherm werkt, zal geraakt worden door AI. Bijna iedereen die voor de overheid werkt, zit de hele dag voor een scherm. Door AI zullen veel mensen hun werk verliezen, maar de impact van AI is helemaal anders dan de impact van de vorige technologische golven. Vroeger ging het om automatisering, nu gaat het om de introductie van extra kennis. Vroeger waren vooral de minst geschoolden het kind van de rekening, maar nu worden vooral de beter geschoolden bedreigd. Voor de eerste keer komen de intellectuelen in de vuurlinie van technologie. Ze dreigen vervangen te worden door AI, terwijl de lager geschoolden hun kennisachterstand kunnen goedmaken dankzij AI. Een creatieve toplaag blijft buiten schot, maar de routineuze hightechjobs staan onder druk. En die jobs vind je proportioneel veel bij de overheid. AI maakt grote productiviteitswinsten mogelijk bij de overheid en een pak andere sectoren die draaien op hooggeschoolden, zoals accountants, advocaten, informatici of journalisten.”

‘Europa heeft geen financiële sector die ondernemerschap financiert en risico’s durft te nemen’

Zal Europa de uitrol van artificiële intelligentie bemoeilijken door vooraf de technologie al in een regelgevend keurslijf te stoppen?

SOETE. “Europa is vooral bezig met de technische veiligheidsaspecten of milieu-impact van nieuwe technologie. Dat technologisch ‘aspectenonderzoek’ hanteert per definitie het voorzorgsprincipe. Het voert op voorhand regelgeving in om de consument te beschermen, maar op die manier geef je aan een innovatieve technologie niet de kans zich te ontwikkelen. De nodige of wenselijke regelgeving voer je beter achteraf in. Laat de innovatie zich eerst bewijzen en ontwikkelen in het enorme laboratorium dat de maatschappij is. Laat via de markt en via het proces van creatieve destructie ontdekken wat de waarde van een nieuw product of een nieuwe dienst is, en welke diensten overeind blijven. Je kunt op basis van die ervaringen dan wenselijke regelgeving maken.”

Kunnen de hogere uitgaven voor defensie op termijn de productiviteit een zetje geven?

SOETE. “De hogere lopende uitgaven voor defensie stimuleren de economie, maar gegeven de grote begrotingstekorten wordt dit keynesiaanse beleid al overmatig toegepast. Meer militairen betekenen nog grotere tekorten op de arbeidsmarkt en de hogere uitgaven vergroten het begrotingstekort verder. Hogere defensie-uitgaven zijn daarom niet per definitie goed voor de economie. De return kan wél hoog zijn, als meer geïnvesteerd wordt in onderzoek en ontwikkeling voor zaken met zowel militaire als burgerlijke toepassingen. Denk aan de ontwikkeling van dronetechnologie, wat je niet alleen op het slagveld, maar bijvoorbeeld ook in de landbouw kunt gebruiken. Het is opvallend dat het productiviteitsverschil tussen de VS en Europa begon op te lopen na het einde van de Koude Oorlog. In Europa ging dat gepaard met een sterke daling van de defensie-uitgaven, ook voor onderzoek en ontwikkeling. De Europese onderzoeksfondsen mochten zelfs niet vloeien naar defensie.”

Is AI ook voor u een ongeziene technologische doorbraak?

SOETE. “Ja. AI bestaat al sinds de jaren vijftig, maar pas nu beschikken we over voldoende rekenkracht die heel snel voor fenomenale doorbraken zorgt. Ik ben positief over de technologie, niet het minst omdat we in Europa in een bureaucratie beland zijn die we met menselijke kracht niet meer aankunnen. AI kan ons helpen de regelgeving sterk te vereenvoudigen door de risico’s beter in te schatten. AI kan ons begeleiden bij het nemen van beslissingen. We hoeven daar niet bang voor te zijn, zolang de controle in menselijke handen blijft.”

Bio

• Master Economie en Development Studies, UGent

DPhil Economics, University of Sussex

• Onderzoeker Centre for Development Studies, Universiteit Antwerpen (1973-1979)

• Onderzoeker Science Policy Research Unit, University of Sussex (1979-1986)

• Research fellow Stanford Institute for Economic Policy Research (1984-1985)

• Stichter en directeur van Merit, Maastricht Economic Research Centre on Innovation and Technology (1988-2005)

• Directeur UNU-Merit (2005-2012)

• Professor Internationale Economische Relaties, Universiteit Maastricht (1986-2016)

Rector magnificus, Universiteit Maastricht (2012-2016)

Professor emeritus, Universiteit Maastricht (2016-)

Eredoctoraten aan de UGent (2010), Universiteit van Luik (2014) en University of Sussex (2016)

• Lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschapppen

Partner Expertise