Jan Smets maakte in 1972 zijn thesis over de Belgische staatsschuld. “Die schuld en de Belgische concurrentiekracht zijn me heel mijn carrière gevolgd”, zegt Jan Smets, die als voormalige luitenant van Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene, en als voormalige gouverneur van de Nationale Bank de ideale gids is langs vijftig jaar Belgische economie.
Als de muren van het Kasteel Hertoginnedal konden spreken, zouden ze een stukje Belgische economische geschiedenis vertellen. In de zalen en kamers van het statige pand is over menig begrotingsakkoord en saneringsplan onderhandeld. “Ik herinner me hoe minister van Sociale Zaken Magda De Galan (PS) na het afkloppen van het Globaal Plan op 17 november 1993 om 3 uur ’s nachts mij en premier Jean-Luc Dehaene (CVP) een kus gaf”, zegt Jan Smets, toen de kabinetschef van Dehaene. Het Globaal Plan van de rooms-rode regering van Jean-Luc Dehaene moest België klaarstomen voor de deelname aan de euro.
“Jean-Luc Dehaene organiseerde hier systematisch de ministerraden”, haalt Jan Smets herinneringen op in Hertoginnedal. “In de Wetstraat konden ministers te veel weglopen om informatie te lekken. Hier kon dat niet. De rustige omgeving bevorderde de sfeer en nodigde uit tot grondige gedachtewisselingen en serene discussies. De ministers werden niet opgejaagd. Dehaene hechtte veel belang aan een goede cohesie van zijn regering. Er waren toen nog geen sociale media.”
Als iemand kan terugblikken op het parcours dat de Belgische economie de afgelopen vijftig jaar heeft afgelegd, dan is het Jan Smets. De Gentenaar werkte 45 jaar voor de Nationale Bank, van 2015 tot 2019 als gouverneur. In de jaren negentig werd hij gedetacheerd naar het kabinet van premier Jean-Luc Dehaene. Als sociaal-economisch kabinetschef van Dehaene is Smets een van de architecten van het Globaal Plan.
“Het Globaal Plan was een sanering in een recessieperiode. De timing was dus slecht”, blikt Jan Smets terug. “De focus lag op extra werkgelegenheid, het herstellen van de concurrentiekracht en de gezondmaking van de begroting, ook met het oog op een deelname aan de euro. De lonen werden geblokkeerd en de gezondheidsindex werd ingevoerd. Het begrotingstekort werd aangepakt door de uitgavengroei af te remmen en de belastingen te verhogen. Vergeet niet dat de Belgische frank nog bestond. De Nationale Bank moest veel deviezenreserves verkopen om de koers te ondersteunen. Pas na het afkloppen van het Globaal Plan keerde het vertrouwen in de frank terug. Dankzij die inspanning bouwden we een groot primair overschot op en leverden we, geholpen door de daling van de intrestlasten, eind jaren negentig een begroting in evenwicht af.”
Voor het Globaal Plan was er de sanering in de jaren tachtig. Na het Globaal Plan diende de begroting ook regelmatig bijgestuurd te worden. Nu staat de regering-De Wever voor een grote inspanning. Waarom is het bewaken van gezonde overheidsfinanciën een eeuwig herbeginnen in dit land?
JAN SMETS. “De geschiedenis herhaalt zich als het over de Belgische begroting gaat. Ik schreef in 1972 mijn thesis al over de hoge staatsschuld. Die schuld heeft mij tot vandaag nooit losgelaten. In de jaren tachtig hebben de regeringen-Martens een beleidsinspanning van 7 procentpunt van het bruto binnenlands product (bbp) geleverd. Het Globaal Plan hield een inspanning van 4 procentpunt in. Tussen 2011 en 2017 was er een bescheiden inspanning van 2 procentpunt. Nu is een oefening van bijna 4 procentpunt nodig. Hadden we het primaire begrotingsoverschot van eind jaren negentig vastgehouden, of toch minstens voor de helft, dan zou de staatsschuld vandaag veel lager zijn.”
Waarom vervalt België elke keer opnieuw in begrotingstekorten?
SMETS. “Dit land heeft druk van buitenaf of een crisis nodig om de begroting op orde te zetten. En we hebben geen gebruik gemaakt van goede economische periodes om buffers aan te leggen. Wij hebben nooit het dak gerepareerd als de zon scheen. We hebben niet de begrotingsdiscipline die andere noordelijke eurolanden wel hebben. En begin deze eeuw dachten veel economen dat ons niets meer kon overkomen. We dachten de heilige graal gevonden te hebben. De combinatie van een beleid van prijsstabiliteit en voldoende begrotingsdiscipline zou voor een stabiele groei zorgen. We zijn naïef geweest. We waren de financiële stabiliteit uit het oog verloren. Dat brak ons zuur op. De financiële crisis van 2008 luidde een instabiele periode in met de eurocrisis, de schuldencrisis, de coronacrisis en de energiecrisis in een almaar moeilijkere geopolitieke context.
‘We hebben de vruchten geplukt van de globalisering, maar de financiële crisis was een kantelpunt. We hebben de politieke reactie op de globalisering onderschat’
“Het verleden leert dat je begrotingsbuffers moet bouwen om crisisbestendig te zijn. In België hebben we na saneringsperiodes de buikriem te veel gelost, maar toch zijn we er altijd in geslaagd een crisis het hoofd te bieden. We kozen daarbij niet altijd voor de beste oplossingen, om het eufemistisch te zeggen. Maar er is een brede politieke consensus dat de begroting op de rails moet blijven. Na ontsporingen wordt bijgestuurd. Ook een aangetaste concurrentiekracht wordt bijgespijkerd. Dat wekt vertrouwen bij de financiële markten. Gelukkig zijn we nu weer op de goede weg. De regering-De Wever levert een grote inspanning, maar zo’n inspanning hebben we in het verleden nog gedaan.”
Het bewaken van de concurrentiekracht is ook zo’n Belgische processie van Echternach.
SMETS. “Het bewaken van de concurrentiekracht heeft zich de voorbije vijftig jaar verplaatst naar het internationale toneel. Ik behoor tot de generatie die opgroeide met de globalisering van de economie. De globalisering duwde de beleidsrespons richting het Europese en het mondiale niveau. De globalisering was het walhalla voor economen. Vrij verkeer van arbeid en kapitaal zorgde voor meer efficiëntie, groei en koopkracht. De goedkope import uit China was fantastisch voor de consument. De focus lag op efficiëntie, maar we verloren de stabiliteit uit het oog. We hebben de vruchten geplukt van de globalisering, maar de financiële crisis was een kantelpunt. We hebben de politieke reactie op de globalisering onderschat. De verliezers gaven voeding aan het opkomend populisme.
“Europa heeft het moeilijk met die nieuwe realiteit. We waren voor onze energie afhankelijk van Rusland, voor onze export van China en voor onze veiligheid van de Verenigde Staten, zoals Mario Draghi het ooit krachtig stelde. We moeten leren op eigen benen te staan. Dat kan enkel op Europees niveau aangepakt worden. De Europese integratie moet dus beter. We benutten nog lang niet alle potentiële voordelen van een doorgedreven Europese integratie.”
Helpt de euro die integratie, want tijdens de eurocrisis was de eenheidsmunt eerder een splijtzwam?
SMETS. “In 2012 leken de euro en de Europese Unie uit elkaar te vallen. De Europese Centrale Bank (ECB) reageerde echter snel en krachtig. Dat is de kracht van een echt federale instelling als de ECB. De raad van bestuur neemt op basis van een meerderheid de beslissingen, zoals een bedrijf doet. Op andere vlakken ligt die federale aanpak nog moeilijk in Europa, maar we hebben in 2008-2009 wel een implosie van de economie vermeden.”
‘Ik herinner me vrijdagavond 26 september 2008 nog levendig. Fortis had een noodlening van zo’n 50 miljard euro nodig, of het zou maandag failliet gaan’
Was dat de grootste crisis in uw carrière?
SMETS. “Veruit. Ook de economie implodeert als het financiële systeem in elkaar stuikt. We werden ook verrast dat de Belgische banken zo zwaar getroffen werden. De Nationale Bank was toen nog niet verantwoordelijk voor het toezicht op de banken en ook de toezichthouder (toen nog de Commissie voor Bank- en Financiewezen) had zijn werk gedaan in de toenmalige context. Geen enkele instelling hield de financiële stabiliteit in de gaten. Niemand evalueerde de systeemrisico’s. Toen de Amerikaanse vastgoedmarkt kelderde, kon niemand de gevolgen voor het internationale financiële systeem inschatten.
“Ik herinner me vrijdagavond 26 september 2008 nog levendig. Fortis had een noodlening van zo’n 50 miljard euro nodig, goed voor 15 procent van het Belgische bbp toen, of het zou maandag failliet gaan. Natuurlijk komt de centrale bank dan in actie. De crisis was hallucinant, maar de beleidsrespons van de centrale banken en de overheden was correct. Ik wil geen pleidooi pro domo houden, maar ook de ECB is creatief geweest. Kwantitatieve versoepeling, negatieve rentevoeten, alles is uit de kast gehaald. Ik ben geen pessimist. Ik denk dat onze instituties de moeilijke uitdagingen aankunnen.”

JAN SMETS. “De euro is een onvoltooide symfonie.”
U was in België verantwoordelijk voor de invoering van de euro. Was dat een kantelpunt in het beleid, want devalueren als gemakkelijkheidsoplossing kon niet meer?
SMETS. “Absoluut. België was ook het rente-instrument kwijt aan de ECB. Niet iedereen had dat goed door. Let op, devalueren was voor een open economie als de Belgische nooit een structurele oplossing. En de voordelen van deelname aan de euro zijn legio. Minder wisselrisico’s betekent minder zand in het radarwerk. De euro zorgt ook voor stabiliteit, want de munt werd beheerd door de ECB die, naar het voorbeeld van de Duitse Bundesbank, een grondwettelijk mandaat kreeg voor prijsstabiliteit. We dachten ook dat de euro als locomotief zou fungeren voor verdere Europese integratie, maar dat is niet genoeg gebeurd. De euro is een onvoltooide symfonie. Er is nog geen kapitaalunie of nog geen begrotingsunie. Vroeg of laat moet de monetaire unie afgewerkt worden. Dat lukt wellicht niet zonder nieuwe crisis. Intussen overleeft de euro toch al een kwarteeuw, maar het is nuttig om het voortbestaan te garanderen en de politieke consensus daarover te verankeren. We moeten vermijden dat middelpuntvliedende krachten tot desintegratie kunnen leiden.”
Een andere rode draad door de afgelopen vijftig jaar is de systematische daling van de economische groei. Is dat tij te keren?
SMETS. “Het beleid legt de focus nog altijd op de inzet van arbeid, maar in de toekomst wordt een toename van de productiviteit de belangrijkste, om niet te zeggen de enige bron van welvaartswinst. Als we onze geweldige sociale zekerheid en onze kwalitatief hoogstaande gezondheidszorg willen behouden, hebben we meer groei via een hogere productiviteitswinst nodig. We mogen ons niet vastrijden in een economie die amper 1 procent per jaar groeit. In België kan de interne dynamiek beter. Te veel mensen en kapitaal blijven vastzitten in bedrijven of sectoren die niet meer groeien. We zijn goed in innovatie, maar die innovatie sijpelt heel moeilijk door naar de talrijke kleine bedrijven. We zullen ook artificiële intelligentie moeten omarmen.”
Een soort van pessimisme heeft zich meester gemaakt van de jongere generaties. Is dat pessimisme terecht?
SMETS. “Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is het bbp per capita met een factor zes gestegen. En onze gezondheidszorg is sterk verbeterd. Je hoeft daarvoor geen vijftig jaar terug te gaan in de tijd. Ik spreek uit ervaring. Aan het einde van mijn loopbaan kreeg ik ernstige gezondheidsproblemen. Had ik die aandoening twintig jaar eerder gehad, dan zat ik hier niet meer. De toename van de welvaart is vertraagd, maar het vasthouden van de welvaart is ook al een prestatie op zich. Toch moeten we blijven mikken op groei, omdat er nieuwe behoeften zijn die we nog onvoldoende invullen. De jongste tijd is de klimaatuitdaging wat naar de achtergrond verdwenen. Dat is jammer. We moeten ons echt voorbereiden op een klimaatverandering die de economie om de haverklap zal bestoken met kleine aanbodschokken door overstromingen, hitte of stormen. De Verenigde Staten hebben kennelijk afgehaakt, maar ook Europa versoepelt de klimaatdoelstellingen. Ik heb het daar moeilijk mee.”
‘We dachten dat de euro als locomotief zou fungeren voor verdere Europese integratie, maar dat is niet genoeg gebeurd’
Wat is uw advies aan de jonge generaties?
SMETS. “Lever een bijdrage aan de economie en de maatschappij door je te engageren in een baan die je graag doet. Zo leveren de jonge generaties een bijdrage aan de economische groei die meer dan vroeger besteed moet worden aan collectieve uitdagingen, zoals veiligheid en klimaat. We zullen een paar procenten van onze koopkracht moeten opgeven voor de versterking van collectieve goederen. Dat heeft ook zijn waarde. Ik heb er veel vertrouwen in dat de volgende generaties de uitdagingen aankunnen.”
‘We hebben de Koninklijke Schenking gemoderniseerd’
Jan Smets zwaait eind januari af als voorzitter van de Koninklijke Schenking, omdat hij dan de leeftijdsgrens van 75 jaar heeft bereikt. De Schenking beheert de activa die koning Leopold II in 1900 bij testament schonk aan de Belgische staat. Het gaat om diverse panden en domeinen, kastelen, boerderijen, landerijen, parken en bossen. Het Koninklijk Paleis in Brussel en het Kasteel van Laken behoren niet tot het patrimonium van de Koninklijke Schenking. Die gebouwen worden door de Regie der Gebouwen onderhouden. “De Schenking is de rentmeester van een ongelooflijk interessant erfgoed. Wij moeten die erfenis in goede staat aan de volgende generaties overdragen. Heel wat gebouwen, waaronder Hertoginnedal, zijn historisch erfgoed”, zegt Jan Smets.
De Schenking heeft een balanstotaal van ongeveer 400 miljoen euro, telt een honderdtal medewerkers en werkt met een jaarbudget van ongeveer 10 miljoen euro. “We hebben de jongste jaren de interne werking van de Koninklijke Schenking gemoderniseerd en transparanter gemaakt”, zegt Jan Smets. “We hebben de samenstelling van de beheerraad geprofessionaliseerd, een communicatiemedewerker aangeworven, een website gelanceerd, nieuwe personeelsleden aangetrokken, en de jaarrekening wordt volgens internationale normen opgemaakt. Onze jaarrekening wordt gecontroleerd door het Rekenhof. We zijn financieel gezond. Onze belangrijkste ontvangsten bestaan uit huurgelden, houtverkoop en jacht- en visrechten. Met die inkomsten betalen we ons personeel en onderhouden we ons patrimonium. U ziet, ik ben in mijn carrière van goud- naar houtverkoop gegaan”, zegt Jan Smets.
De Schenking doet geen beroep op een federale begrotingsdotatie om rond te komen, zegt Jan Smets: “De Schenking mag dat volgens de statuten niet. Wat wel mogelijk is, is dat de Schenking een park ter beschikking stelt van een gemeente, die eigen middelen gebruikt om dat park te onderhouden en publiek toegankelijk te houden.”
Bio Jan Smets
• 1951: geboren in Gent
• 1972: licentiaat economie, UGent
• 1973-2019: carrière bij de Nationale Bank, onder meer als hoofd van de studiedienst, directeur en gouverneur
• 2015-2019: als gouverneur van de Nationale Bank lid van de raad van bestuur van de ECB
• 1991: detachering naar kabinet van premier Wilfried Martens
• 1991-1994: detachering naar kabinet van premier Jean-Luc Dehaene
• Talrijke andere mandaten en functies, waaronder commissaris voor de euro (1999-2002), voorzitter van de budgettaire afdeling van de Hoge Raad voor Financiën (2012-2019), vicevoorzitter Hoge Raad voor de Werkgelegenheid (1999-2015), lid van de Vergrijzingscommissie (2002-2012), lid van de raad van bestuur van de KU Leuven (2006-2015), voorzitter van AZ Sint-Lucas Gent (sinds 2017), voorzitter van de Koninklijke Schenking (2020-2026)