Hoe het Westen achteropraakte in de race om hernieuwbare-energietechnologie

CHINA. Het land is uitgegroeid tot de wereldwijde grootmacht in hernieuwbare energie. © Getty Images

Europese bedrijven waren pioniers in veel technologie die wordt gebruikt voor hernieuwbare energiebronnen. Maar is het nu te laat om te concurreren met China?

Eind jaren tachtig had de baanbrekende windenergiesector in Denemarken een potentiële nieuwe klant. Ingenieurs van Bonus Energy voltooiden een order voor dertien turbines van een bedrijf in de Chinese regio Xinjiang. De turbines waren een proof of concept, om Chinese functionarissen te laten zien dat het “haalbaar was en dat het, als je de technologie onder de knie had, betrouwbaar was”, herinnert Henrik Stiesdal zich, die vanwege zijn invloedrijke turbine-uitvindingen ook wel de godfather van de windindustrie wordt genoemd. Hij werkte destijds voor Bonus. Denemarken gaf zelfs financiële prikkels: het Chinese Xinjiang Wind Energy Corporation ontving financiering van Danida, het ontwikkelingsagentschap van het land, voor de turbines.

Bijna vier decennia later is de situatie volledig omgekeerd. China is uitgegroeid tot de wereldwijde grootmacht in technologie voor hernieuwbare energie. Het levert meer dan 90 procent van de zonnepanelen wereldwijd en domineert de toeleveringsketens voor batterijen en de verwerking van zeldzame aardmetalen, die cruciaal zijn voor de industrie.

China’s enorme productiecapaciteit heeft de kosten van zonne-energie verlaagd tot onder de meest ambitieuze prognoses van leidinggevenden in de industrie, wat wereldwijd tot een stormloop op de technologie heeft geleid. Maar mede door de Chinese concurrentie zijn ook grote delen van de Amerikaanse en Europese industrie failliet gegaan. “We hebben de markt voor zonne-energie gecreëerd en interessant gemaakt voor investeerders”, zegt Eicke Weber, een veteraan in de zonne-energie-industrie en voormalig medevoorzitter van de European Solar Manufacturing Council. “Maar we zijn vergeten een industriebeleid te ontwikkelen.”

Nu Europa en de Verenigde Staten allebei naarstig op zoek zijn naar manieren om te reageren op het industriële concurrentievermogen van China, is de manier waarop de groenetechnologie-industrie haar vroege voorsprong verloor, een belangrijke les.

Voor westerse regeringen en ambtenaren zijn er drie belangrijke vragen. Hoe komt het dat zoveel van de belangrijkste technologieën voor de opkomende industrie aanvankelijk in het Westen zijn ontwikkeld, maar in China zijn gecommercialiseerd? Hoe heeft China zijn industrie kunnen opschalen in een tijd waarin het Westen inzette op open markten en globalisering? Heeft de verschuiving naar een industriebeleid in de afgelopen vijf jaar geholpen om het verloren terrein enigszins goed te maken?

‘We hebben de markt voor zonne-energie gecreëerd en interessant gemaakt voor investeerders.Maar we zijn vergeten een industriebeleid te ontwikkelen’

“We hebben allemaal zitten slapen toen de Chinese regering besloot van de schone-energietechnologie een prioriteit te maken, als onderdeel van haar nationale industriestrategie”, zegt de diplomaat Geoffrey Pyatt, voormalig adjunct-secretaris van Energie en nu werkzaam bij het adviesbureau McLarty Associates.
Nu Europa in zonne-energie achterloopt op China, vrezen Europese beleidsmakers dat hun bedrijven ook op andere gebieden van hernieuwbare energie niet kunnen bijblijven. Hoewel Europese fabrikanten van windturbines buiten China nog steeds toonaangevend zijn, wordt de concurrentie van Chinese bedrijven als Goldwind, de opvolger van Xinjiang Wind, steeds heviger.

“Zowel in de windsector als in de autosector heeft Europa nog altijd een industrie die het zou kunnen beschermen”, zegt Michal Meidan van het Oxford Institute for Energy Studies. “Op het gebied van zonne-energie is het te laat.”

Te beperkt, te laat

In een poging het initiatief terug te winnen, heeft Brussel het gebruik van handelsonderzoeken en invoerheffingen opgevoerd, om de toestroom van gesubsidieerde Chinese goederen naar de Europese Unie te vertragen. Europa zet zich in de toeleveringsketens te diversifiëren en minder afhankelijk te maken van China. Het werkt ook aan plannen om Made in Europe-doelstellingen in te voeren.

In de Verenigde Staten heeft de regering-Biden een krachtiger industriebeleid voor schone technologie omarmd, terwijl de huidige president, Donald Trump, focust op de ontwikkeling van alternatieve bronnen van zeldzame aardmetalen.

Sommigen menen dat die maatregelen te beperkt zijn en te laat komen. De ineenstorting van de Zweedse batterijkampioen Northvolt eind 2024 en het faillissement van dochterondernemingen van de Zwitserse zonnepanelenfabrikant Meyer Burger in 2025 suggereren dat Europa meer moet doen om zijn eigen bedrijven te ondersteunen, als het wil concurreren met China.

Gunter Erfurt, tot september 2024 de CEO van Meyer Burger, zegt dat de overcapaciteit in China Europese bedrijven nog steeds ondermijnt. “Europa zit meer dan ooit in de greep van China”, zegt hij. Fatih Birol, directeur van het Internationaal Energieagentschap (IEA), zegt dat het ontwikkelen van technologie als het lopen van een marathon is. “Europa liep de eerste 10 kilometer voorop, maar China haalde als eerste de finish.”

Studenten

China controleert meer dan 80 procent van de productie voor elke belangrijke fase van de fabricage van zonnepanelen, van polysiliciumstaven tot wafers, cellen en modules. Om die dominante positie te bereiken, leunde het aanvankelijk op hulp van buitenaf. Een van de eerste contacten was Martin Green, een professor aan de Universiteit van New South Wales in Australië. Hij vond de PERC-technologie (Passivated Emitter Rear Cell) uit, die later in ongeveer 90 procent van de zonnepanelen zou worden gebruikt. Studenten van over de hele wereld volgden zijn cursussen.

Een van die studenten was Shi Zhenrong, de geadopteerde zoon van een arm Chinees gezin. Hij behaalde in 1992 zijn doctoraat bij Green. Shi keerde in 2001 terug naar China om een bedrijf in zonnepanelen op te richten, met financiële steun van de stad Wuxi, in het oosten van China. Suntech Power zou uitgroeien tot ’s werelds grootste fabrikant van zonnepanelen. In 2005 kreeg het als eerste Chinese particuliere bedrijf een notering aan de New York Stock Exchange.

Het was het startschot voor een golf van beursintroducties in de groeiende Chinese zonnepanelenindustrie, die miljarden dollars opleverde en ervoor zorgde dat verschillende leden van Greens team werden aangesteld als chief technology officers, om te voldoen aan de Amerikaanse due-diligenceregels. “Er is een sterke band met Australië”, zegt Green. Hij merkt op dat Shi niet de enige van zijn studenten was die terugkeerde naar China om een zonnepanelenfabrikant op te richten. “We hebben een grote rol gespeeld in de technische ontwikkeling van de industrie.”

De ervaring van Green is slechts één voorbeeld van hoe onderzoek, technische kennis en apparatuur zich in de jaren tachtig tot 2000 van het Westen naar China verspreidden. In die periode verkochten Amerikaanse en Europese bedrijven regelmatig productielijnen of andere apparatuur aan China, en gaven ze licenties of deelden ze hun technologie in ruil voor toegang tot de Chinese markt.

‘We realiseerden ons onvoldoende dat China mogelijk de overhand aan het krijgen was’

Weinig voorzichtigheid

Jarenlang was Duitsland een belangrijke exporteur van apparatuur voor de productie van zonne-energie naar China. Michael Carr, uitvoerend directeur van de Amerikaanse sectororganisatie Solar Energy Manufacturers for America Coalition, herinnert zich dat hem tijdens een rondleiding bij toonaangevende fabrikanten in China in 2008 werd verteld dat de productielijnen allemaal Duits waren. “Maar we hebben ze 20 procent beter gemaakt”, zou hij te horen hebben gekregen.

Op dezelfde manier heeft Poly Engineering, een Italiaanse fabrikant van polysilicium – het belangrijkste onderdeel in zonnepanelen – in 2008 belangrijke productiekennis overgedragen aan het Chinese Daqo New Energy, waardoor China de dominantie van de Verenigde Staten, Europa en Japan in de levering van polysilicium kon doorbreken.

In datzelfde jaar kocht Goldwind, nu ’s werelds grootste fabrikant van windturbines, een belang van 70 procent in Vensys, een Duitse pionier in tandwielloze windturbines. Goldwind had vijf jaar eerder een licentie verkregen voor de technologie van Vensys voor productie in China. “Vensys had een slim ontwerp voor de gondel (het brein van de turbine, nvdr) en dat werd de basis voor de eerste machines van Goldwind”, herinnert Henrik Stiesdal zich.

In de begintijd van de zonne-energie-industrie in de jaren tachtig was er “weinig voorzichtigheid”. “Niemand had de fantasie te geloven dat China over vijftien jaar op gelijke voet zou concurreren”, zegt Rasmus Lema, een expert in de verspreiding van groene technologie aan de Universiteit van Johannesburg in Zuid-Afrika. Maar naarmate de Chinese zonne-energiesector concurrentiëler werd, werden bedrijven voorzichtiger met de verkoop van hun apparatuur. “Meyer Burger leverde apparatuur, maar werd steeds nerveuzer over hoe snel de Chinezen die konden kopiëren”, zegt Weber, de zonne-energieveteraan die tussen 2007 en 2010 ook in het bestuur van Meyer Burger zat.

Brute consolidatiegolf

Een keerpunt kwam eind jaren 2000, toen de snelle ontwikkeling van fabrieken in China, gestimuleerd door de cruciale ontwikkeling van de eigen polysiliciumindustrie, de sector in een overcapaciteit duwde.
Fabrikanten van zonnepanelen in Duitsland kampten met dalende prijzen, een moeilijke toegang tot financiering en Chinese concurrenten die agressief lager boden, maar ook betalingstermijnen van meer dan honderd dagen aanboden. “Europeanen konden echt niet concurreren”, zegt Anton Milner, de medeoprichter van Q-Cells, een toonaangevende fabrikant van zonnepanelen.

De industrie lobbyde bij de Europese Unie om in te grijpen, met het argument dat Chinese bedrijven oneerlijke subsidies kregen. Maar de antidumpingheffingen die de Europese Unie in 2013 aan China oplegde, waren “te beperkt en te laat”, stelt Michael Schmela, uitvoerend adviseur bij Solar Power Europe.
Anton Milners bedrijf Q-Cells vroeg in 2012 het faillissement aan en werd overgenomen door het Zuid-Koreaanse Hanwha. Het was een van de vele bedrijven die ten prooi vielen aan een brute consolidatiegolf, die ook terugsloeg op de Chinese zonne-energiesector, die kampte met zware schulden.

Suntech van Shi Zhenrong ging in 2013 failliet. Maar China, dat aanzienlijke vooruitgang had geboekt in automatisering, efficiëntie en schaalgrootte, kwam sterker uit de strijd. In 2018 werd ongeveer 60 procent van de zonnepanelen wereldwijd in China geproduceerd.

Ideologie

Westerse regeringen realiseerden zich maar langzaam de implicaties van de opkomst van hernieuwbare energie in China. Jos Delbeke, tussen 2010 en 2018 de hoogste EU-klimaatfunctionaris, herinnert zich hoe de Europese Unie aanvankelijk profiteerde van de kostenbesparingen dankzij Chinese technologie, en de groeiende handel met China niet als een bedreiging zag. “We realiseerden ons onvoldoende dat China mogelijk de overhand aan het krijgen was”, zegt hij.

Geoffrey Pyatt van McLarty Associates zegt dat toeleveringsketens als vanzelfsprekend werden beschouwd. “En China bood zo’n aantrekkelijke kostenstructuur – evenwel met veel verborgen kosten, waaronder vaak erbarmelijke arbeids- en milieunormen”, voegt hij eraan toe. Mensenrechtenorganisaties beschuldigen China van het gebruik van dwangarbeid bij de productie van polysilicium.

Isabel Hilton, de oprichter van de non-profitorganisatie China Dialogue, zegt dat westerse bedrijven werden gehinderd door een relatief gebrek aan steun van hun regeringen. “Er was een ideologische toewijding aan de globalisering, die diep verankerd was in het westerse bedrijfsecosysteem, en een ideologische vijandigheid tegenover een industriebeleid”, zegt ze. “Toen China eenmaal lid was van de Wereldhandelsorganisatie, vanaf 2001, ontstond een botsing van systemen, en China won.”

Kai Wu, vicevoorzitter van Goldwind, zegt dat China bij zijn intrede in de sector gebruik kon maken van nieuwere technologieën. Door de snelle uitbreiding van de infrastructuur en de sterke toename van het aantal afgestudeerde ingenieurs konden projecten in hernieuwbare energie goedkoper en sneller worden uitgevoerd dan in veel westerse landen.

De eerste regering-Obama erkende het belang van schone-energie-industrieën en voerde wetgeving in met maatregelen om de productie van schone energie en de werkgelegenheid in de installatiesector te stimuleren, evenals een aantal belastingvoordelen voor de productiesector.

Maar zelfs daar “was het grootste deel van het handelsbeleid gericht op het stimuleren van de productie van zonne-energie-apparatuur in het buitenland”, zegt Kate Gordon, directeur van de non-profitorganisatie California Forward en voormalig energieadviseur van de Amerikaanse regering. “Het was gewoon een onderdeel van een normale, neoliberale benadering van handel in die tijd.”

Late pogingen om protectionisme in te zetten ter ondersteuning van hernieuwbare energie hadden soms een averechts effect. Nadat de Verenigde Staten in 2012 invoerheffingen op Chinese zonnepanelen hadden ingesteld, reageerde China in 2014 met hogere invoerheffingen op polysilicium, waardoor Amerikaanse bedrijven onder druk kwamen. Toen SunEdison in de Verenigde Staten in 2016 het faillissement aanvroeg, werden zijn patenten verkocht aan het Chinese GLC-Poly Energy Holdings. De invoerheffingen waren ook moeilijk te handhaven, omdat China de toeleveringsketens omleidde.


NORTHVOLT. De ineenstorting van de Zweedse batterijkampioen suggereert dat Europa meer moet doen als het wil concurreren met China.

Politieke consensus

Om te beschermen wat nog over is, hebben de Amerikaanse en Europese regeringen geleidelijk een veel krachtdadiger aanpak gekozen om groene industrieën te ondersteunen. Onder de huidige voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, heeft Europa maatregelen genomen, zoals een snellere toegang tot EU-fondsen, eenvoudigere regelgeving en de verlaging van de energiekosten.

Volgens ambtenaren zijn sommige resultaten bemoedigend. Chinese fabrikanten van windturbines hebben niet, zoals gevreesd, een significante doorbraak in Europa gerealiseerd. Het Deense Vestas blijft de grootste fabrikant van windturbines buiten China. “De daadkrachtige maatregelen van de Europese Unie lijken effectief te zijn geweest in het versterken van het gebruik van turbines Made in Europe”, zegt Christoph Zipf, de woordvoerder van de sectororganisatie WindEurope.

Maar zelfs na de ondergang van Northvolt moeten de inspanningen om Made in Europe-regels in te voeren, worden uitgesteld vanwege verzet van EU-lidstaten als Tsjechië. Dat benadrukt hoe moeilijk het is een politieke consensus te bereiken in zo’n divers, democratisch systeem.

In Washington draait de regering-Trump veel van de maatregelen uit de wet van zijn voorganger Joe Biden, de Inflation Reduction Act, terug. Dat leidt tot bezorgdheid dat de positie van de Verenigde Staten verder wordt uitgehold, nu China meer schone technologie over de hele wereld exporteert. Trump heeft ook nieuwe leases voor offshore windprojecten opgeschort en verschillende projecten geblokkeerd, waardoor een industrie wordt bedreigd waarin de Verenigde Staten in theorie een voorsprong zouden kunnen ontwikkelen, zegt Kate Gordon van California Forward. “Offshore windparken bestaan uit extreem grote onderdelen en moeten worden gebouwd en onderhouden in de buurt van de plaats waar ze worden geïnstalleerd. Er is dus een inherent voordeel te kiezen voor lokaal geproduceerde windparken. Nu laten we dat varen.”

Ernest Moniz, voormalig Amerikaans minister van Energie, zegt echter dat Trumps beslissing aandelen te nemen in de zeldzame-aardmetalenbedrijven Vulcan Elements en ReElement Technologies een stap is die “veel te weinig aandacht” heeft gekregen, en wel degelijk bijdraagt aan de gestage vooruitgang van het industriebeleid. Andrew Light zegt dat de Verenigde Staten nog steeds het voortouw kunnen nemen op gebieden als geavanceerde nucleaire technologie en geothermische energie.

Kansen voor Europa

Fatih Birol van het IEA zegt dat Europa zich nu moet richten op domeinen waar het een voorsprong kan behalen in plaats van op domeinen die China heeft gewonnen, zoals elektriciteitsnetapparatuur als elektrische transformatoren en transmissieapparatuur. “Europa moet zijn strijd kiezen”, zegt hij.

Gunter Erfurt van Meyer Burger stelt dat Europa nog steeds kansen heeft op het gebied van de volgende generatie perovskiettechnologie voor zonne-energie. Maar zelfs daar staan de Europese koplopers onder druk. Chris Case, de hoofdwetenschapper bij de perovskietspecialist Oxford Photovoltaics, dat zijn hoofdkantoor in Groot-Brittannië heeft en produceert in Berlijn, zegt dat hij ruimschoots wordt overtroffen door de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling van concurrenten in China. Bovendien vond Oxford Photovoltaics, gezien de moeilijkheden om toegang te krijgen tot de Chinese markt, dat het beste was zijn technologie voor verkoop in China in licentie te geven aan TrinaSolar, een van de grootste fabrikanten van zonnepanelen in China.

Jos Delbeke, de voormalige EU-klimaatfunctionaris, stelt voor dat de Europese Unie een deel van haar defensie-uitgaven zou besteden aan hernieuwbare energie, gezien het dubbele civiele en militaire gebruik van technologie als zonnepanelen, die ook worden gebruikt op militaire satellieten. De erkenning van de toenemende dominantie van China, voegt hij eraan toe, was een “bittere ontnuchtering”.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise