Een jaar van stilstand en verandering in het Midden-Oosten

Om de wederopbouw van Gaza te beginnen, moeten veel dingen goed gaan. © Anadolu via Getty Images
Gregg Carlstrom correspondent Midden-Oosten van The Economist

Sommige landen willen dat het Midden-Oosten een transformatie ondergaat, andere niet.

De oorlogen die het Midden-Oosten de afgelopen twee jaar hebben geteisterd, hebben een transformatie in gang gezet waarvan de uitkomst nog onduidelijk is. Twintig jaar lang legden Iran en zijn bondgenoten hun wil aan de regio op. Maar toen vernietigde Israël het netwerk van door Iran gesteunde milities. Het regime van Assad in Syrië stortte in. Vervolgens brak Israël, met de steun van de Verenigde Staten, het taboe om Iran zelf aan te vallen.

Toch is het netwerk van Iran niet volledig verdwenen. Hamas is verzwakt, maar nog altijd een machtige factor, net als Hezbollah in Libanon. Het regime in Iran heeft twaalf dagen van Israëlische en Amerikaanse bombardementen overleefd. In Syrië heeft Ahmed al-Sharaa slechts een fragiele greep op zijn land. In 2026 zullen we dus een strijd zien tussen verandering en continuïteit. De Amerikaanse president Donald Trump schetst een hoopvol beeld van verandering, met de wederopbouw van Gaza, een akkoord met een Iran dat afstand doet van zijn nucleaire ambities, en meer Arabische staten die hun banden met Israël normaliseren. Maar er zullen krachten aan het werk zijn die de inertie bevorderen.

Praten over vrede

De grootste vraag is wat er in Gaza zal gebeuren. Om de wederopbouw te kunnen beginnen, moeten veel dingen goed gaan. Hamas moet instemmen met ontwapening. Arabische staten moeten vredestroepen inzetten, ondanks de bezorgdheid dat ze in een conflict met de Palestijnen terecht kunnen komen. Israël moet een bepaalde rol voor de Palestijnse Autoriteit accepteren en enige garantie bieden dat de oorlog echt voorbij is. Dat alles lijkt onwaarschijnlijk. Als de wederopbouw traag verloopt, zullen sommige van de 2 miljoen Gazanen misschien proberen te vertrekken. Dat zou de relatie van Israël met Egypte onder druk zetten en Israël een voorwendsel geven om de gevechten in Gaza te hervatten.

Israël zal een kracht voor zowel verandering als status quo zijn.

Een tweede vraag is of Israël en Iran opnieuw met elkaar in conflict zullen komen. De Islamitische Republiek zou dat kunnen voorkomen door een akkoord te sluiten met de Verenigde Staten, maar ayatollah Ali Khamenei, de hoogste Iraanse leider, is niet bereid de concessies te doen die Donald Trump eist. Zijn nucleaire programma ligt na de oorlog in juni in puin, maar hij zal het niet volledig opgeven. Als er een tweede oorlog komt, zal Israël wellicht proberen het regime omver te werpen. Maar als Iran denkt dat Israël vastbesloten is het regime te vernietigen, kan het uithalen naar zijn buren aan de andere kant van de Golf. Dat zou Trump dwingen te kiezen tussen het in toom houden van Israël en het in gevaar brengen van de stabiliteit van de Arabische bondgenoten van de VS.

Ten derde is het de vraag of Trump erin slaagt de Abraham-akkoorden uit te breiden, de overeenkomsten uit 2020 waarin vier Arabische staten hun betrekkingen met Israël normaliseerden. Het is onrealistisch te hopen dat Syrië en Libanon volledige banden met de Joodse staat zullen aanknopen. Maar het is aannemelijk dat Syrië een non-agressiepact zal ondertekenen, om de inbreuken van Israël op zijn grondgebied te beperken. Libanon zal misschien niet zover gaan, zeker met de verkiezingen in het voorjaar in het vooruitzicht. Maar het gesprek over een vredesverdrag – lange tijd een taboeonderwerp – zal steeds meer op gang komen.

Status quo

Het zal nog moeilijker zijn vooruitgang te boeken met Mohammed bin Salman, de Saudische kroonprins. Zijn koninkrijk is de grote prijs: als het de banden met Israël normaliseert, zullen andere Arabische en moslimstaten waarschijnlijk volgen. Maar de Saudi’s hebben al meer dan een jaar duidelijk gemaakt dat ze Israël niet zullen erkennen, tenzij het instemt met een echt vredesproces met de Palestijnen. Ze hebben weinig reden om die belofte te breken. In het verleden hoopten ze dat toetreding tot de Abraham-akkoorden zou leiden tot een formeel defensiepact met de Verenigde Staten. In 2026 krijgen ze dat misschien toch.

Als Trump de meest vocale voorstander van verandering is, is Iran de belangrijkste kracht voor een status quo. De ayatollah heeft decennialang geprobeerd een evenwicht te vinden tussen oorlog en vrede met Israël, en staat op het punt een atoombom te bouwen. Die evenwichtsoefening is mislukt. Maar op 86-jarige leeftijd lijkt hij niet in staat van koers te veranderen. Die taak zal moeten wachten op zijn opvolger.

Israël zal, verwarrend genoeg, een kracht voor zowel verandering als status quo zijn. Het steunt Trumps visie van een getransformeerde regio, maar wie de Israëlische verkiezingen ook wint, het land zal geen concessies willen doen aan de Palestijnen. De droom van regionale integratie zal moeten wachten.
Dat alles betekent een onrustig jaar voor de monarchieën in de Golf. Ze zijn nerveus, omdat ze het doelwit van Iran zijn en opgezadeld worden met de rekening voor de wederopbouw van Gaza. De Saudi’s willen ook ultimatums van Trump over de betrekkingen met Israël vermijden. Ze zullen hem blijven vleien, zelfs als ze de banden met andere mogendheden aanhalen. Dat is misschien wel de meest directe en blijvende verandering ten opzichte van de afgelopen twee jaar: door Israël te omarmen, hebben de Verenigde Staten de Golfstaten nerveuzer dan ooit gemaakt over het vertrouwen in de VS voor regionale stabiliteit.

Lees meer over:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise