Dit is Donald Trumps grote gok met Venezolaanse olie

Illustratiebeeld. © Jose Bula Urrutia/UCG/Universal Images Group via Getty Images

Trumps arrestatie van de Venezolaanse president Nicolás Maduro verliep spectaculair en snel. De economische opbrengst ervan zal dat allerminst zijn. Het land beschikt over de grootste oliereserves ter wereld, maar die rijkdom uit de grond halen wordt een martelgang.

Enkele uren nadat de Verenigde Staten op 3 januari in een nachtelijke operatie de Venezolaanse dictator Nicolás Maduro hadden opgepakt, verduidelijkte president Donald Trump zijn drijfveren. “De olie-industrie in Venezuela is al lange tijd een complete mislukking”, zei hij. “We gaan onze zeer grote Amerikaanse oliebedrijven daar miljarden laten investeren, de zwaar beschadigde infrastructuur herstellen en opnieuw geld laten verdienen voor het land.”

Die verklaring smaakte naar wraak. Achttien jaar geleden, onder Hugo Chávez, nationaliseerde Venezuela activa van Amerikaanse en andere westerse bedrijven. Die stap leidde tot schadeclaims ter waarde van samen 60 miljard dollar tegen het land en tegen PDVSA, het staatsoliebedrijf, bij Amerikaanse en internationale rechtbanken. Op 16 december had Trump geëist dat Venezuela “alle olie, grond en andere bezittingen die ze van ons hebben gestolen” zou teruggeven.

Maar de president wil meer dan vergelding. Jaren van onderinvestering en wanbeheer deden de Venezolaanse olieproductie sinds het einde van de jaren 2000 met twee derde kelderen, tot ongeveer 1 miljoen vaten per dag. Wie de stilgevallen capaciteit opnieuw op gang brengt, zo luidt de redenering, maakt Venezuela weer rijk en vult tegelijk Amerikaanse zakken. Bovendien rust er onder de Venezolaanse bodem zo’n 300 miljard vaten olie – een vijfde van de wereldreserves. Dat wijst op een potentieel voor verdere aanhoudende productiestijging. De zware, zwavelrijke olie die Venezuela bezit, past perfect bij Amerikaanse raffinaderijen, die daar een chronisch tekort aan hebben, zeker nu de relaties met Canada – een belangrijke leverancier – onder druk staan.

Nood aan investeringen

Waarom zou Trumps greep naar Venezolaanse olie dan geen goed idee zijn? Om te beginnen: op korte termijn dreigt de productie eerder verder te dalen dan te herstellen. In december kondigden de Verenigde Staten een blokkade af tegen Venezolaanse leveringen die plaatsvinden via tankers die op een zwarte lijst staan. Vervolgens namen ze zelfs een van die schepen in beslag. Sindsdien zijn de exportvolumes ingestort en dobbert er meer Venezolaanse olie dan in jaren ongebruikt op zee. Daarbovenop kampt het land met een tekort aan nafta, een verdunningsmiddel dat nodig is om de extreem stroperige olie te vervoeren. Die aanvoer uit Rusland viel weg. Zonder opheffing van de blokkade – wat afhangt van politieke en militaire ontwikkelingen – moet Venezuela de productie verder terugschroeven, mogelijk tot minder dan 700.000 vaten per dag.

Lees ook: ‘Venezuela pompt geen olie meer op’

Bij een vlotte politieke overgang en het opheffen van de Amerikaanse sancties, inclusief de blokkade (een grote ‘als’), kan de productie binnen enkele maanden herstellen. Met basisonderhoud en herstellingen zou de output tegen eind 2026 kunnen oplopen tot 1,2 miljoen vaten per dag, schat de dataleverancier Kpler. Zelfs dan blijft Venezuela ver onder zijn maximale potentieel en hinkt het nog altijd achterop bij Libië, de achttiende grootste olieproducent ter wereld. Wie meer wil pompen, botst op drie obstakels: een nijpend geldtekort, een gebrek aan arbeidskrachten en een oververzadigde wereldmarkt.

Het consultancybedrijf Rystad Energy becijfert dat Venezuela alleen al voor exploratie en productie 110 miljard dollar aan investeringen nodig heeft om het productieniveau van vijftien jaar geleden te evenaren. Dat is dubbel zoveel als de leidende Amerikaanse oliebedrijven samen wereldwijd investeerden in 2024. Trump lijkt te denken dat die bedrijven maar wat graag grote cheques zullen uitschrijven. Chevron, dat al actief is in Venezuela en dankzij een sanctievrijstelling zo’n 200.000 vaten per dag naar de VS uitvoert, zal zijn activiteiten wellicht uitbreiden. Andere spelers herinneren zich echter nog al te goed de problemen uit het verleden. Het succes van Trumps plannen staat allesbehalve vast. Over iets meer dan drie jaar verlaat hij het Witte Huis, en hij kan zijn interesse hierin zelfs eerder verliezen. Tot nu toe lieten de Amerikaanse oliereuzen weinig van zich horen na Trumps oproep. Ook internationale grondstoffenhandelaars staan nog niet “in de startblokken”, zegt de consultant Jean-François Lambert. Banken en verzekeraars, onmisbaar om transporten te financieren en te verzekeren, zullen nog minder enthousiast reageren.

Zelfs als Trump genoeg oliebedrijven kan overtuigen om te investeren, rijst de vraag of de Venezolaanse olie-industrie dat tempo aankan. De sector kreeg de voorbije jaren een zware braindrain te verwerken. Tienduizenden geschoolde krachten, van ingenieurs tot geologen, verlieten het land. Vandaag leidt het leger het staatsoliebedrijf PDVSA grotendeels. Als PDVSA levensvatbare joint ventures aangaat met westerse partners, dan moet het bedrijf met zijn 70.000 werknemers van boven tot onder hervormen. Dat proces kan jaren duren.

Moeilijke marktomstandigheden

Elk extra vat Venezolaanse olie komt bovendien terecht op een markt die al verzadigd is. Het Internationaal Energieagentschap verwacht dat het wereldwijde aanbod de vraag minstens tot het einde van dit decennium zal overtreffen. Sterke productie in landen als Brazilië, Guyana en de Verenigde Staten zelf, gecombineerd met een zwakke toename van de vraag, zorgt voor structurele overschotten. Veel analisten rekenen daarom op olieprijzen die dit en volgend jaar richting 50 dollar per vat zakken, mogelijk zelfs lager. Dat niveau ligt onder de rentabiliteitsdrempel van de meeste bestaande Venezolaanse olievelden met degelijke reserves. Nieuwe projecten zijn vaak nog minder competitief.

Lees ook: In Venezuela zijn alle stoppen doorgeslagen

In het meest optimistische scenario voorspelt Kpler dat de Venezolaanse olieproductie tegen 2028 kan stijgen tot 1,7 à 1,8 miljoen vaten per dag. Dat zou de wereldwijde handelsstromen wel degelijk herschikken. Amerikaanse raffinaderijen zullen waarschijnlijk extra volumes opnemen: begin jaren 2010 importeerden ze al eens 500.000 vaten per dag meer. Cuba, dat jarenlang olie kreeg van Venezuela tegen gunstige voorwaarden, zal aankloppen bij Mexico en Rusland. Ze zogenaamde Chinese teapot-raffinaderijen, de kleine onafhankelijke Chinese spelers die vroeger het gros van de Venezolaanse olie met korting kochten, dreigen uit de markt te vallen. Mogelijk schroeven ook Chinese staatsoliemaatschappijen hun aanwezigheid in het land terug.

Dat alles kan de Verenigde Staten commercieel en geopolitiek enig voordeel opleveren, maar slechts in beperkte mate. Veel ingrijpender scenario’s, zoals een terugkeer naar een productie van 2,5 tot 3 miljoen vaten per dag zijn een langetermijnverhaal. Dat zou een terugkeer betekenen naar het niveau van eind jaren 2010. Het is ook vergelijkbaar met wat Koeweit, de achtste grootste producent ter wereld, vandaag oppompt, zegt Jorge León van Rystad Energy.

Bekijk hieronder de toelichting van Danny Reweghs over de marktreactie in het beursgesprek op Trends Z.

Lees ook: hier kan het branden in 2026

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise