De Belgische economie hield zich dit jaar opvallend kranig, ondanks het tarievengeweld van de Amerikaanse president Donald Trump. Maar 2026 belooft geen versnelling. De regering-De Wever zal het moeten rooien met een groei van een magere 1 procent.
Na een manisch-depressieve periode heeft de Belgische economie een opmerkelijke regelmaat gevonden. De coronapandemie maakte de economie in 2020 nog 5 procent lichter, gevolgd door een krachtig herstel in 2021 en 2022. Sinds 2024 en zeker dit jaar tikte de Belgische economie als een metronoom. Het bruto binnenlands product nam kwartaal na kwartaal toe met ongeveer 0,2 tot 0,3 procent, goed voor een groei van ongeveer 1 procent op jaarbasis. De groei voorspellen was bijna nooit gemakkelijker.
Ook in 2026 zal de metronoom in hetzelfde ritme tikken met een groei van 0,2 tot 0,3 procent per jaar, onvoorziene schokken buiten beschouwing gelaten. De Belgische economie zal volgend jaar opnieuw met 1 procent groeien. Een aanslepende onzekerheid – met de Amerikaanse president Trump weet je nooit – staat een sterker herstel in de weg. Bedrijven stellen investeringen uit, de consument loopt niet over van vertrouwen en de federale regering trekt de broeksriem aan. Kortom, er zijn geen hefbomen voor een krachtig herstel in 2026.
De binnenlandse vraag zal ook in 2026 de groei moeten dragen. De consument ziet de koopkracht wat aantrekken, maar de sputterende banencreatie zet een rem op de bestedingen. De arbeidsmarkt overleeft een moeilijk 2025 vrij goed. Het ergste lijkt achter de rug, maar het herstel zal sober zijn. Reken op hooguit enkele tienduizenden banen extra in 2026. De werkloosheid zal eerst nog licht oplopen, ook door de impact van de pensioenhervormingen en de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. Vanaf 2027 kan de werkloosheid opnieuw dalen.
Bij een economische groei van ongeveer 1 procent hoeft de regering op niet te veel terugverdieneffecten te rekenen.
De inspanningen van de regering-De Wever om het begrotingstekort terug te dringen kunnen wat groei kosten, al zal de schade beperkt blijven. Besparingen en extra belastingen eten een deel van de hogere koopkracht op, maar mogelijk put de burger vertrouwen uit het vooruitzicht op iets gezondere overheidsfinanciën. Het hervormingsbeleid zal, zeker op langere tijd, wat vruchten afwerpen, maar bij een economische groei van ongeveer 1 procent hoeft de regering op niet te veel terugverdieneffecten te rekenen. In tijden van vergrijzing is die groei veel te mager om het begrotingstekort te stabiliseren.
Tussen hoop en vrees
De gezinnen kunnen in 2026 wat moed – en centen – putten uit lagere energieprijzen. Het overaanbod op de oliemarkten en extra capaciteit op de aardgasmarkten beperkt de voor België nog altijd heel hoge importfactuur van fossiele brandstoffen. Een mogelijke vredesdeal met Rusland is een extra joker, zeker als Russisch aardgas opnieuw een optie zou worden. Dankzij lagere energieprijzen kan ook de inflatie in België afkoelen tot zelfs minder dan 2 procent in 2026.
Ook de bedrijven zullen de binnenlandse vraag zeker in de eerste helft van 2026 geen zweepslag geven. Het Amerikaanse handelsbeleid echoot nog sterk na, de geopolitieke spanningen blijven hoog en de groeivooruitzichten zijn pover. De onvoorspelbaarheid is te groot om grote investeringsplannen op tafel te leggen. Vooral de energie-intensieve industrie ziet nog zwarte sneeuw door relatief hoge energieprijzen, in combinatie met het strenge Europese klimaatbeleid, de verstikkende regelgeving en de zware concurrentie uit China. De benutting van de capaciteit is laag. Uitbreidingsinvesteringen worden enkel overwogen buiten de Europese Unie, en vooral dan in de Verenigde Staten. De recente daling van de energieprijzen is onvoldoende om een einde te maken aan de structurele crisis van de industrie.
Ook andere sectoren zweven tussen hoop en vrees. De bouwsector klampt zich vast aan een renovatiegolfje en meer infrastructuurprojecten, maar hoge materiaalkosten, de strenge klimaatnormen en het structurele tekort aan bouwgrond wegen op de nieuwbouw. De distributiesector krijgt een twijfelende en prijsgevoelige consument over de vloer, met een toenemende voorkeur voor huismerken. Non-foodwinkels krijgen te maken met toenemende concurrentie van internationale e-commerceplatformen. Vooral de toestroom van Chinese import zet druk op de lokale handel. Ook de dienstverleners aan bedrijven kampen met een haperende vraag. Artificiële intelligentie (AI) zal in 2026 een steeds grotere rol opeisen. AI helpt om efficiënter te werken, maar de afhankelijkheid van buitenlandse AI-leveranciers zal de roep versterken om meer Europese autonomie, ook op digitaal vlak.
Verenigde Staten
Voor een kleine en open economie als de Belgische is ook de export van vitaal belang. Verwacht aan dat front ook geen boost om aan het 1 procent-keurslijf te ontsnappen. De import zal minstens even snel toenemen als de export, en hoewel loonmatiging de loonkostenhandicap ten opzichte van de buurlanden wat afbouwt, blijven de hoge loonkosten wegen op de concurrentiekracht. Ook de naweeën van de verhoging van de Amerikaanse invoertarieven zijn nog niet voorbij, temeer omdat de Verenigde Staten de op drie na grootste exportmarkt zijn voor België.
Mogelijk krijgt de Belgische economie wat rugwind uit het oosten. Het expansievere Duitse budgettaire beleid zal de Duitse economie een boost geven. Als belangrijke handelspartner en toeleverancier van de oosterburen pikt de Belgische economie daar mogelijk een graantje van mee – althans als de Duitse investeringen in defensie en infrastructuur niet te veel resulteren in orders voor bedrijven buiten de Europese Unie. Een beter dan verwacht herstel in het eurogebied kan de positieve verrassing van 2026 worden en zal ook België geen windeieren leggen.
Zelfs als de aangename verrassingen het volgend jaar halen van de even onvermijdelijke tegenvallers, zal de groeiwinst enkel aan het cijfer na de komma te zien zijn. Door beperkte productiviteitswinsten blijft de potentiële groei beperkt tot ongeveer 1 procent. Maatregelen om die groei op te krikken zijn ook de grote afwezige in 2026, zonder dat AI meteen de bakens zal verzetten. De productieve inzet van nieuwe technologie sijpelt moeizaam door in dit verstarde kmo-land. De regering-De Wever zal moeten leven met de 1 procent-economie.