Nog geen grote doorbraak voor obligatie-ETF’s

Actief beheer kan bij obligaties nog vaker het verschil maken.

In 2024 stroomde meer dan 1.000 miljard dollar richting obligatiefondsen, volgens de dataleverancier Morningstar. Daarvan ging 603 miljard dollar richting actief beheerde fondsen.

Wereldwijd zijn passieve fondsen, die de prestaties van een referentie-index nabootsen, goed op weg om actieve fondsen in te halen, in termen van vermogen in beheer. De Verenigde Staten zijn dat kantelpunt al gepasseerd in 2023.

Tot over enkele jaren wisten maar weinig mensen dat er een alternatief was voor actieve fondsen. Vroeger vertrouwden beleggers hun centen aan de bank toe, die het in handen gaf van een vermogensbeheerder die het geld investeerde in aandelen of obligaties. De bank rekent eenmalig instapkosten aan en de beheerder haalt regelmatig zijn deel uit het fonds. Die hoge kosten maken dat actief beheerde fondsen met een achterstand starten ten opzichte van passieve beursgenoteerde indexfondsen (ETF’s), waar minder kosten aan verbonden zijn.

Daarnaast slagen maar weinig fondsbeheerders erin de indexen op duurzame wijze te kloppen. Er zijn overigens ook actieve ETF’s. Zo zijn er vermogensbeheerders die een ETF-structuur lanceren, waar beleggers gemakkelijk via de beurs in en uit kunnen stappen, met onderliggend een actief beheerd fonds met de bijbehorende beheerskosten.

Minder efficiënt

Voor obligaties doen beleggers vaker een beroep op actief dan op passief beheer. Volgens de fondsenspecialist Morningstar houden actief beheerde obligatiefondsen beter stand, omdat de obligatiemarkt inherent complexer is dan de aandelenmarkt.

Zo heeft de overgrote meerderheid van de bedrijven slechts één categorie van aandelen, terwijl een bedrijf vaak verschillende types van obligaties uitgeeft. Sommige obligaties komen na enkele maanden op vervaldag, andere lopen vele jaren of zelfs decennia. De obligaties kunnen ook verschillen op het gebied van de kans op terugbetaling. De obligatiehouders kunnen vooraan of achteraan in de rij van de schuldeisers staan bij een faillissement, naargelang de senioriteit. Er kunnen meer of minder garanties zijn. De modaliteiten voor de betaling van rente of de terugbetaling van het kapitaal kunnen verschillen.

De obligatiehandel verloopt grotendeels over the counter. Dat wil zeggen dat tussenpersonen elkaar moeten contacteren op zoek naar kopers of verkopers voor bepaalde obligaties. De aandelenhandel is bijna volledig geautomatiseerd. Daardoor is de obligatiemarkt mogelijk wat minder efficiënt dan de aandelenmarkt, en duiken er meer opportuniteiten op waar actieve beheerders op kunnen inspelen.

Verschil in kosten

Volgens Morningstar rekent het gemiddelde actieve aandelenfonds 1,17 procent beheerskosten aan, terwijl het gemiddelde passieve aandelenfonds slechts 0,19 procent kosten aanrekent. Bij obligatiefondsen is het kostenverschil tussen actief (0,68%) en passief (0,15%) veel kleiner, waardoor het argument van de kosten minder zwaar weegt in de keuze voor actief of passief.

De instapkosten voor bancaire fondsen worden daarbij nog niet in rekening gebracht. Die kunnen oplopen tot 3 procent, of zelfs meer, wat niet te verwaarlozen is voor obligatiefondsen die relatief weinig rendement opbrengen. Voor obligatie-ETF’s betaalt u transactiekosten bij de aan- en de verkoop, die variëren van 0 tot 6 euro voor een transactie van 1.000 euro bij de onlinebrokers.

Actief beheerde obligatiefondsen zouden beter standhouden, omdat de obligatiemarkt inherent complexer is dan de aandelenmarkt.

Daarnaast is op elke aan- en verkoop van deelbewijzen van ETF’s ook de taks op beursverrichtingen (TOB) verschuldigd. Die verschilt naargelang het land van registratie. Uit fiscaal oogpunt is een obligatie-ETF die niet in België, maar wel in een ander Europees land geregistreerd is, het interessantste. Daarvoor betaalt u 0,12 procent TOB bij de aan- en de verkoop.

Bij de verkoop van de deelbewijzen is zowel bij obligatiefondsen als bij obligatie-ETF’s roerende voorheffing (30%) verschuldigd. Die wordt ook de Reynders-taks genoemd. Wanneer het gaat om fondsen die de rente van de obligaties als dividend uitkeren, dan betaalt u geen Reynders-taks, maar wel 30 procent belasting op de dividenden. De belastingdruk is daardoor ongeveer even hoog voor distribuerende en accumulerende obligatiefondsen.

Het is lang niet zeker dat beleggers meer rendement halen met een actief beheerd obligatiefonds dan met een passieve obligatie-ETF. Ongeveer 53 procent van de traditionele obligatiefondsen doet het beter dan de indexen over een periode van drie jaar. Over langere periodes ligt dat percentage lager. Bij aandelenfondsen ligt het percentage dat beter presteert dan de aandelenindexen zowel op de korte als op de lange termijn lager.

Criteria

Er zijn meer dan duizend obligatie-ETF’s beschikbaar op de markt. Om uw keuze te maken, kunt u gebruikmaken van een website als justETF.com. Criteria als de kredietscore van de obligaties of de looptijden (en dus ook de rentegevoeligheid) kunnen een rol spelen bij uw keuze. U kunt er ook zoeken op de munt waarin de ETF noteert. Beleggen in andere munten levert soms meer rendement op, maar door de omrekening naar euro kan een deel daarvan verloren gaan en in het slechtste geval kan winst verlies worden.

De iShares USD Treasury Bond 0-1 year is de obligatie-ETF waar het meeste geld van Europese beleggers in zit. Die noteert op de beurs van Frankfurt en investeert het geld van beleggers in heel kortlopende Amerikaanse overheidsobligaties. Sommige beleggers zien de ETF als een alternatief voor cash op een rekening bij de bank. De jaarlijkse beheerskosten bedragen 0,07 procent.

De Amundi Core Global Government Bond EUR Hedged noteert op de beurs van Parijs en investeert wat breder, in overheidsobligaties van de belangrijkste landen ter wereld. De wisselkoersrisico’s worden bij deze ETF afgedekt. De jaarlijkse beheerskosten liggen wat hoger: 0,22 procent.

Met de iShares Core Global Aggregate Bond kunnen beleggers nog meer spreiden. De ETF repliceert de prestaties van de Bloomberg Global Aggregate Bond-index en investeert in maar liefst 20.000 obligaties. De jaarlijkse beheerskosten bedragen 0,10 procent.

Voor alle segmenten

Er zijn ETF’s om alle mogelijke segmenten van de obligatiemarkt te bespelen. Hoogrentende of rommelobligaties, inflatiegelinkte obligaties die de koopkracht van de beleggers beter beschermen, converteerbare obligaties die in aandelen omgezet kunnen worden.

Er zijn zelfs obligatie-ETF’s die op vervaldag komen. Alle obligaties in de portefeuille lopen in hetzelfde jaar af. Zo kent u op voorhand uw brutorendement en bent u niet afhankelijk van de marktomstandigheden. De koersen van obligaties kunnen fluctueren, waardoor de houders van deelbewijzen van een obligatiefonds verschillende jaren op verlies kunnen zitten. z

Partner Expertise