De interneteconomie is levend en wel. Dat heeft de coronapandemie bewezen. En dat laat zich ook voelen in de resultaten van de pakjesleveranciers en de postbedrijven. De explosieve omzetgroei van de afgelopen maanden is echter niet krasvrij. Rechtszaken over sociale fraude en belastingontduiking maken dat duidelijk. Voor de correctionele rechtbank in Mechelen moeten GLS en PostNL zich later deze maand verantwoorden voor belabberde arbeidsomstandigheden, schijnzelfstandigheid en wurgcontracten voor de koeriers in ons land.

Die rechtszaken zijn geen toeval. PostNL liep ook in eigen land al een veroordeling op voor het uitbuiten van zijn pakjesbezorgers. En van Amazon, dat internationaal de toon zet voor de webwinkels, is al jaren bekend dat de arbeidsomstandigheden er abominabel zijn. Het zakelijke model van de e-commercebedrijven flirt bijna per definitie met de grenzen van de uitbuiting. Dat lijkt de perverse keerzijde van hun ontwrichtende zakenmodellen. Vraag dat maar aan Uber-chauffeurs.

Willen we nog betalen voor een dienst waar iemand anders van moet leven?

Het stond in de sterren geschreven dat de competitieve prijszetting en bijbehorende sociale afbraak bij de pakjesbezorgers vroeg of laat tot problemen zouden leiden. Collectief doen alsof een thuislevering gratis en dezelfde dag vanzelfsprekend is, blijft niet eeuwig duren. Die gratis-illusie heeft een prijs. En het is de koerier die hem betaalt.

De uitholling van de sociale rechten van werknemers is trouwens geen fenomeen waar de interneteconomie het monopolie op heeft. In de brede transportsector is de vergoelijking van dumpingprijzen ten koste van de rechten van chauffeurs al langer een tendens. Ook de positie van de werkmieren in de cultuursector en de media blijft al jaren onderbelicht.

De vakbonden en de werkgevers sluiten intussen een compromis over een coronapremie van 500 euro, maar voorlopig heeft niemand het antwoord op de spiraal waarbij altijd wel ergens iemand bereid is om hetzelfde goedkoper te doen. Een rechtszaak zoals die tegen GLS en PostNL is het langzame weerwerk van een welvaartsstaat op leeftijd. De problematiek van de onderbetaalde pakjesbezorgers komt even in de aandacht, maar een afdoend antwoord is het niet. Zelfs als GLS en PostNL nu worden bestraft door de rechtbank, maakt dat geen einde aan de wanpraktijken. Die hangen structureel samen met de logica van de internetconsument die alles wil kunnen kopen met een simpele muisklik en zonder meerkosten voor de thuislevering. Sociale rechtvaardigheid begint nochtans bij elk van ons. Willen we nog betalen voor een dienst waar iemand anders van moet leven? Gratis bestaat immers niet.

De interneteconomie is levend en wel. Dat heeft de coronapandemie bewezen. En dat laat zich ook voelen in de resultaten van de pakjesleveranciers en de postbedrijven. De explosieve omzetgroei van de afgelopen maanden is echter niet krasvrij. Rechtszaken over sociale fraude en belastingontduiking maken dat duidelijk. Voor de correctionele rechtbank in Mechelen moeten GLS en PostNL zich later deze maand verantwoorden voor belabberde arbeidsomstandigheden, schijnzelfstandigheid en wurgcontracten voor de koeriers in ons land.Die rechtszaken zijn geen toeval. PostNL liep ook in eigen land al een veroordeling op voor het uitbuiten van zijn pakjesbezorgers. En van Amazon, dat internationaal de toon zet voor de webwinkels, is al jaren bekend dat de arbeidsomstandigheden er abominabel zijn. Het zakelijke model van de e-commercebedrijven flirt bijna per definitie met de grenzen van de uitbuiting. Dat lijkt de perverse keerzijde van hun ontwrichtende zakenmodellen. Vraag dat maar aan Uber-chauffeurs.Het stond in de sterren geschreven dat de competitieve prijszetting en bijbehorende sociale afbraak bij de pakjesbezorgers vroeg of laat tot problemen zouden leiden. Collectief doen alsof een thuislevering gratis en dezelfde dag vanzelfsprekend is, blijft niet eeuwig duren. Die gratis-illusie heeft een prijs. En het is de koerier die hem betaalt.De uitholling van de sociale rechten van werknemers is trouwens geen fenomeen waar de interneteconomie het monopolie op heeft. In de brede transportsector is de vergoelijking van dumpingprijzen ten koste van de rechten van chauffeurs al langer een tendens. Ook de positie van de werkmieren in de cultuursector en de media blijft al jaren onderbelicht.De vakbonden en de werkgevers sluiten intussen een compromis over een coronapremie van 500 euro, maar voorlopig heeft niemand het antwoord op de spiraal waarbij altijd wel ergens iemand bereid is om hetzelfde goedkoper te doen. Een rechtszaak zoals die tegen GLS en PostNL is het langzame weerwerk van een welvaartsstaat op leeftijd. De problematiek van de onderbetaalde pakjesbezorgers komt even in de aandacht, maar een afdoend antwoord is het niet. Zelfs als GLS en PostNL nu worden bestraft door de rechtbank, maakt dat geen einde aan de wanpraktijken. Die hangen structureel samen met de logica van de internetconsument die alles wil kunnen kopen met een simpele muisklik en zonder meerkosten voor de thuislevering. Sociale rechtvaardigheid begint nochtans bij elk van ons. Willen we nog betalen voor een dienst waar iemand anders van moet leven? Gratis bestaat immers niet.