De geschiedenis waait je tegemoet wanneer je de wankele autoferry neemt van het kleine eiland Islay naar het nog kleinere (11 kilometer breed, 48 kilometer lang) Jura, een zestigtal kilometer voor de westkust van Schotland. Dit is de plaats waar Ierse monniken zich in de 11e eeuw na Christus - of misschien zelfs al vroeger - een weg zochten over de woeste zee en door de verraderlijke branding om zieltjes te winnen voor Onze-Lieve-Heer. In hun knapzak zat naast een kruisbeeld vaak ook een kleine distillatieketel, die ze gebruikten om de Schotten te verblijden met een vroege vorm van whisky - toen nog uisge beatha, Gaelisch voor aquavit of levenswater, een woord dat later zou evolueren naar 'whisky'. Halleluja.

In de knapzak van de monniken zat een kruisbeeld en een kleine distillatieketel om de Schotten te verblijden met een vroege vorm van whisky.

Een pittige westenwind geselt het lange, donkergroene gras van de rotsige kustlijn als we van de ferryplank op de kaai rijden. Donkere wolken pakken zich samen boven de heuvels, af en toe valt een dikke regendruppel. De wereldberoemde auteur George Orwell schreef hier zijn onsterfelijke roman 1984. Hij noemde Jura 'de meest onbereikbare plaats ter wereld'. Maar dit is ook de plek waar Willie Cochranes vrouw, toen ze in juni 1977 over de heuvels reden en de vallei van Craighouse zich voor hen uitstrekte, verliefd werd op Jura. Misschien zag ze een kudde herten aan de horizon, terwijl de zon onderging, maar dat weten we niet zeker. Wat we wel kunnen bevestigen, is dat Willies lot daar en toen werd bezegeld. Hij, een eenvoudige automecanicien uit Glasgow, zou bijna veertig jaar lang whisky maken op dit eiland. En dat terwijl hij er alleen een oude wagen had willen afzetten, bij een ver familielid. "Ik wist niet eens waar Jura lag", vertelt Willie, in sappig Schots. "Maar toen dacht ik: 'Oooh! Leuk, dat wordt een wee trip out!' Nadat ik de auto had afgeleverd, ging ik naar de bar, om een pint te drinken met de locals. Daar ontmoette ik de manager van de stokerij, die al wist wie ik was, en wat ik op het eiland kwam doen. Hij bood me ter plekke een job aan. Ik zei: 'I don't mind so mate, I'm a townie!' Maar het weekend erop vloog hij mij en mijn vrouw over naar Islay en kwam hij me ophalen aan de luchthaven. Ik kon zijn aanbod niet weigeren, en ik denk dat het de beste beslissing van mijn leven is geweest."

DE VIKINGS ZIJN TERUG!

Willies achtergrond als mecanicien kwam goed te pas in de afgelegen distilleerderij, waar de mash tun operators en stillmen alleen op hun handen kunnen rekenen als er iets fout gaat in de productielijn. Het is zo al moeilijk om de basismaterialen voor het produceren van whisky - granen en gist - met de kleine ferry op het eiland te krijgen, laat staan dat het afgewerkte product er makkelijk weer wegraakt. Een reserveonderdeel van een ketel of ton deed en doet er nog altijd weken over om Jura te bereiken. "Toen ik hier kwam om single malt te maken, begon ik uiteraard op het laagste trapje", aldus Willie. "Ik schrobde vloeren en maakte machines schoon, maar omdat ik zo geïnteresseerd was in het proces, schoof ik snel op in de pikorde. Mijn knutseltalent konden ze in de distilleerderij goed gebruiken. Ik denk niet dat er een moer of een bout te vinden is die ik in 39 jaar tijd niet los- of aangeschroefd heb."

Willie Cochrane, stokerijmanager bij Jura., Jura
Willie Cochrane, stokerijmanager bij Jura. © Jura

Een vaste ferry tussen Jura en het Britse vasteland zou het allemaal wat makkelijker maken, "maar dan zou het Jura niet meer zijn", zegt Willie. Na zijn eerste taakomschrijving (mash tun operator en stillman) werd hij brouwer/ingenieur en na dertig jaar trouwe dienst bereikte Willie de hoogste trede: stokerijmanager. In de jaren 70 en 80 bestond er nog bitter weinig belangstelling voor single malt - "iedereen dronk blends", zegt Willie - maar in de loop van de jaren 90 zag hij het tij keren. "In 1995 kregen we plots bezoekers over de vloer. Die wilden de distilleerderij bezichtigen. Dat aantal groeide exponentieel, tot we in 1999 besloten om een bezoekerscentrum op te richten."

Tegenwoordig ontvangt Jura duizenden single-maltliefhebbers per jaar. In al die tijd bouwde Willie een naam op als een van de meest gastvrije en goedlachse ambassadeurs van de Schotse whiskyindustrie. Op een internetforum vertelt een Canadese whiskyfan over zijn eerste ontmoeting met Willie. "We waren te vroeg en drentelden wat rond de stokerij", schrijft de man. "Plots verscheen Willie achter ons. Hij schrok, en zei: 'Crivvens, ik dacht dat de Vikings hier terug stonden!'"

DE ZUIVERE, ZOUTIGE ZEELUCHT

De hoge stills van Jura., Jura
De hoge stills van Jura. © Jura

Willie heeft Jura op zijn schouders genomen, het whiskyhuis heeft veel van zijn huidige succes te danken aan deze goedlachse, bescheiden man. Jura staat bekend om zijn veelzijdige gamma: van de lichte en delicate Origin (10 YO) over de rijke en stevige Diurach's own (16 YO), tot de licht geturfde Superstition en de zwaar gerookte Prophecy. "Die veelzijdigheid hebben we te danken aan onze hoge distilleerketels, waarmee Jura kan inspelen op ieders smaakpalet", vertelt Willie. Hij verklapt nog een geheim: "Een distilleerderij kan een goeie spirit produceren, maar het is de rijping die zorgt voor goeie whisky. Het draait allemaal om de angel's share, de verdamping die zorgt dat een deel van de spirit uit de ton verdwijnt. En het draait om schone lucht. Jura heeft zuivere, zoutige lucht, dat komt door de niet-aflatende zeebries die onze stokerij tegemoet waait. Die lucht neemt de plaats in van de verdampte spirit, en dat smaak je in onze whisky's."

Het draait allemaal om de angel's share, de verdamping die zorgt dat een deel van de spirit uit de ton verdwijnt.

Nu Willies rit bij Jura erop zit, gunt de distilleerderij hem de ultieme eer: One For The Road, een eigen limited edition als afscheidssalvo. Deze 22-jarige whisky rijpte dertien jaar op Amerikaanse eikenhouten vaten, en vervolgens negen jaar op pinot-noirtonnen, een wijnfinish die de spirit een bijzondere, rijke smaak meegeeft. Volgens de distilleerderij gaat One For The Road alvast heel vlot over de toonbank. "Ik hoop dat ik zelf nog een paar flessen kan bemachtigen", schatert Willie. "Iedereen trekt aan mijn mouw om eraan te geraken, tot de jongens van de ferry toe. 'Can you pick it for me, Willie?', vragen ze. Dus ik heb tien flessen losgepeuterd in het bezoekerscentrum, zodat ze er ook van kunnen genieten. Weet je waar ik eigenlijk nog het meest trots op ben in mijn carrière? Dat die boys from the quay geen Islay-whisky's meer drinken, en overgeschakeld zijn naar Jura."

www.jurawhisky.com

TEKST DIETER MOEYAERT

De geschiedenis waait je tegemoet wanneer je de wankele autoferry neemt van het kleine eiland Islay naar het nog kleinere (11 kilometer breed, 48 kilometer lang) Jura, een zestigtal kilometer voor de westkust van Schotland. Dit is de plaats waar Ierse monniken zich in de 11e eeuw na Christus - of misschien zelfs al vroeger - een weg zochten over de woeste zee en door de verraderlijke branding om zieltjes te winnen voor Onze-Lieve-Heer. In hun knapzak zat naast een kruisbeeld vaak ook een kleine distillatieketel, die ze gebruikten om de Schotten te verblijden met een vroege vorm van whisky - toen nog uisge beatha, Gaelisch voor aquavit of levenswater, een woord dat later zou evolueren naar 'whisky'. Halleluja.Een pittige westenwind geselt het lange, donkergroene gras van de rotsige kustlijn als we van de ferryplank op de kaai rijden. Donkere wolken pakken zich samen boven de heuvels, af en toe valt een dikke regendruppel. De wereldberoemde auteur George Orwell schreef hier zijn onsterfelijke roman 1984. Hij noemde Jura 'de meest onbereikbare plaats ter wereld'. Maar dit is ook de plek waar Willie Cochranes vrouw, toen ze in juni 1977 over de heuvels reden en de vallei van Craighouse zich voor hen uitstrekte, verliefd werd op Jura. Misschien zag ze een kudde herten aan de horizon, terwijl de zon onderging, maar dat weten we niet zeker. Wat we wel kunnen bevestigen, is dat Willies lot daar en toen werd bezegeld. Hij, een eenvoudige automecanicien uit Glasgow, zou bijna veertig jaar lang whisky maken op dit eiland. En dat terwijl hij er alleen een oude wagen had willen afzetten, bij een ver familielid. "Ik wist niet eens waar Jura lag", vertelt Willie, in sappig Schots. "Maar toen dacht ik: 'Oooh! Leuk, dat wordt een wee trip out!' Nadat ik de auto had afgeleverd, ging ik naar de bar, om een pint te drinken met de locals. Daar ontmoette ik de manager van de stokerij, die al wist wie ik was, en wat ik op het eiland kwam doen. Hij bood me ter plekke een job aan. Ik zei: 'I don't mind so mate, I'm a townie!' Maar het weekend erop vloog hij mij en mijn vrouw over naar Islay en kwam hij me ophalen aan de luchthaven. Ik kon zijn aanbod niet weigeren, en ik denk dat het de beste beslissing van mijn leven is geweest."Willies achtergrond als mecanicien kwam goed te pas in de afgelegen distilleerderij, waar de mash tun operators en stillmen alleen op hun handen kunnen rekenen als er iets fout gaat in de productielijn. Het is zo al moeilijk om de basismaterialen voor het produceren van whisky - granen en gist - met de kleine ferry op het eiland te krijgen, laat staan dat het afgewerkte product er makkelijk weer wegraakt. Een reserveonderdeel van een ketel of ton deed en doet er nog altijd weken over om Jura te bereiken. "Toen ik hier kwam om single malt te maken, begon ik uiteraard op het laagste trapje", aldus Willie. "Ik schrobde vloeren en maakte machines schoon, maar omdat ik zo geïnteresseerd was in het proces, schoof ik snel op in de pikorde. Mijn knutseltalent konden ze in de distilleerderij goed gebruiken. Ik denk niet dat er een moer of een bout te vinden is die ik in 39 jaar tijd niet los- of aangeschroefd heb."Een vaste ferry tussen Jura en het Britse vasteland zou het allemaal wat makkelijker maken, "maar dan zou het Jura niet meer zijn", zegt Willie. Na zijn eerste taakomschrijving (mash tun operator en stillman) werd hij brouwer/ingenieur en na dertig jaar trouwe dienst bereikte Willie de hoogste trede: stokerijmanager. In de jaren 70 en 80 bestond er nog bitter weinig belangstelling voor single malt - "iedereen dronk blends", zegt Willie - maar in de loop van de jaren 90 zag hij het tij keren. "In 1995 kregen we plots bezoekers over de vloer. Die wilden de distilleerderij bezichtigen. Dat aantal groeide exponentieel, tot we in 1999 besloten om een bezoekerscentrum op te richten."Tegenwoordig ontvangt Jura duizenden single-maltliefhebbers per jaar. In al die tijd bouwde Willie een naam op als een van de meest gastvrije en goedlachse ambassadeurs van de Schotse whiskyindustrie. Op een internetforum vertelt een Canadese whiskyfan over zijn eerste ontmoeting met Willie. "We waren te vroeg en drentelden wat rond de stokerij", schrijft de man. "Plots verscheen Willie achter ons. Hij schrok, en zei: 'Crivvens, ik dacht dat de Vikings hier terug stonden!'"Willie heeft Jura op zijn schouders genomen, het whiskyhuis heeft veel van zijn huidige succes te danken aan deze goedlachse, bescheiden man. Jura staat bekend om zijn veelzijdige gamma: van de lichte en delicate Origin (10 YO) over de rijke en stevige Diurach's own (16 YO), tot de licht geturfde Superstition en de zwaar gerookte Prophecy. "Die veelzijdigheid hebben we te danken aan onze hoge distilleerketels, waarmee Jura kan inspelen op ieders smaakpalet", vertelt Willie. Hij verklapt nog een geheim: "Een distilleerderij kan een goeie spirit produceren, maar het is de rijping die zorgt voor goeie whisky. Het draait allemaal om de angel's share, de verdamping die zorgt dat een deel van de spirit uit de ton verdwijnt. En het draait om schone lucht. Jura heeft zuivere, zoutige lucht, dat komt door de niet-aflatende zeebries die onze stokerij tegemoet waait. Die lucht neemt de plaats in van de verdampte spirit, en dat smaak je in onze whisky's."Nu Willies rit bij Jura erop zit, gunt de distilleerderij hem de ultieme eer: One For The Road, een eigen limited edition als afscheidssalvo. Deze 22-jarige whisky rijpte dertien jaar op Amerikaanse eikenhouten vaten, en vervolgens negen jaar op pinot-noirtonnen, een wijnfinish die de spirit een bijzondere, rijke smaak meegeeft. Volgens de distilleerderij gaat One For The Road alvast heel vlot over de toonbank. "Ik hoop dat ik zelf nog een paar flessen kan bemachtigen", schatert Willie. "Iedereen trekt aan mijn mouw om eraan te geraken, tot de jongens van de ferry toe. 'Can you pick it for me, Willie?', vragen ze. Dus ik heb tien flessen losgepeuterd in het bezoekerscentrum, zodat ze er ook van kunnen genieten. Weet je waar ik eigenlijk nog het meest trots op ben in mijn carrière? Dat die boys from the quay geen Islay-whisky's meer drinken, en overgeschakeld zijn naar Jura." www.jurawhisky.comTEKST DIETER MOEYAERT