Er bestaan vele uitzonderlijke horlogemakers en evenzovele beroemde merken. Maar geen bezit de mythische uitstraling van Rolex. Bij de naam alleen al duiken kwaliteiten als onafhankelijkheid, perfectie, verbeelding en zelfs natuurbescherming op. En toch kan het merk niet terugblikken op een lange geschiedenis zoals Breguet, Audemars Piguet of Girard-Perregaux. Noch op een Zwitserse origine. Hans Wilsdorf, de stichter van het merk, kwam uit Beieren waar hij in 1881 in Kulmbach geboren werd. Op zijn twaalfde werd hij wees, maar die handicap zou hem ertoe dwingen vooral op zichzelf te vertrouwen en nooit op te geven.

De unieke positie van Rolex heeft veel te maken met de instelling van zijn stichter, die al jong naar Londen trok. Eigenlijk ging hij voor twee fundamentele kwaliteiten: precisie en duurzaamheid. Dat hij in het eerste slaagde, bleek al in 1910 toen Rolex als eerste een Zwitsers chronometercertificaat kreeg van het COSC. Slechts 3 procent van alle Zwitserse horloges voldoet tegenwoordig aan die norm. Maar Rolex zette intussen zijn eigen norm op, en die is nog strenger dan die van het COSC. Volgens het officiële Zwitserse controle-orgaan mag de afwijking maximaal drie minuten per maand bedragen. Rolex stelde daar zijn eigen Superlative Chronometer-norm naast die een maximale afwijking van één minuut per maand tolereert.

De jacht op perfectie

Tegelijkertijd was Wilsdorf bezeten door duurzaamheid en die obsessie ging gepaard met technische vernieuwingen. Rolex besteedt fortuinen aan technische perfectie. Dat was al zo in de jaren twintig. Wilsdorf verwierf zijn eerste grote triomf in 1926 met de Oyster, het eerste waterdichte horloge. Om de uitvinding wereldkundig te maken, werd een grootse reclamecampagne opgezet rondom de zwemster Mercedes Gleitze die met een Rolex om de pols het Kanaal overzwom. Tot op vandaag is het bedrijf een stevige speler op het gebied van duikhorloges: de 'oester'-technologie werd een begrip.

Vijf jaar later stelde Rolex het eerste zelfopwindende polshorloge voor, de Perpetual. Het was een evolutie van het systeem dat de Britse horlogehersteller John Harwood in 1923 had bedacht. Rolex zorgde er als eerste voor dat het centraal gemonteerde, halfronde gewicht over 360 graden kon bewegen, waardoor de Perpetual meer energie kon genereren en zo'n 35 uur autonomie verkreeg.

De geschiedenis van Rolex leest als één oefening in the search of excellence. Het merk besteedt fortuinen aan technische perfectie.

In 1945 debuteerde de Datejust, de eerste zelfopwindende chronometer in een waterdichte kast waarin de datum in een apart venster op de wijzerplaat te zien was. Toen Edmund Hillary in 1953 als eerste de Everest beklom, had ie een Rolex om de pols en dat was de aanzet voor de Explorer. Datzelfde jaar verscheen de Submariner, weer een duikhorloge maar dit keer veeleer voor professionelen. Toch zou dat type wereldwijd bekendheid verwerven als het favoriete horloge van James Bond. De klap op de vuurpijl kwam in 1963. Toen lanceerde Rolex het horloge dat elke succesrijke man nog altijd om de pols hoort te dragen - de Cosmograph Daytona.

(Bijna) alles in-house

Kortom, de geschiedenis van Rolex leest als één oefening in the search of excellence en om die reden worden er intern vele beroepen uitgeoefend, met diverse specialisten voor elk onderdeel. Het bedrijf staat voor een hardnekkige onafhankelijkheid en streeft naar de complete controle over de meest essentiële onderdelen. Van het gieten van de goudlegeringen tot de machinale bewerking, afwerking en montage van het uurwerk, de kast, de wijzerplaat, de armband en de edelsteenzetting. Zo kan Rolex op alle vlakken voortdurend zijn kwaliteitseisen verhogen. Dat gebeurt ook door het opsporen van talent en vervolgens begeleiden en opleiden van het eigen personeel.

Er wordt weleens gefluisterd dat Rolex letterlijk alles binnenkamers afhandelt, maar dat is een tikkeltje overdreven. Zo wordt het maken van het saffierglas en van de wijzers uitbesteed, maar dat is het zo een beetje.

De slag om de spiraal

Het echte hart van een horloge, waar de spiraal klopt, wordt nochtans zelden door een horlogemerk zelf gebouwd. Niet verwonderlijk, dat spiraalvormige wonderkindje weegt één duizendste van een gram en is drie honderdste van een millimeter dik. Dé grote specialist terzake is Nivarox, dat door de Swatch Group werd opgeslorpt. Bij die overname liet Swatch weten dat het zich niet verplicht voelde om in de toekomst nog de concurrentie te bevoorraden. Bij het fanatiek onafhankelijke Rolex voelden ze de bui al hangen en gingen meteen aan de slag om een eigen spiraal te ontwikkelen. In 2000 verscheen hun eerder conservatieve spiraal uit een legering van Niobium en Zirkonium. De grondstoffen werden gekozen voor hun hoge weerstand tegen temperatuurverschillen en hun antimagnetische eigenschappen. De typische blauwe kleur werd vanaf 2005 aangebracht en resulteert uit een oppervlaktebehandeling die een langere stabiliteit in de tijd garandeert. De Parachroom-spiraal werd in de grotere herenuurwerken ingebouwd. Vanaf 2014 werd de Syloxi-spiraal bij de kleinere diameters gebruikt. Ze bestaat uit een mengsel van silicium en siliciumoxide met eveneens een hoge weerstand tegen extreme temperaturen en magnetische invloeden. Daarnaast optimaliseerde Rolex het trillingsgedrag dankzij een zelf ontwikkelde en gebrevetteerde geometrie. In lekentaal garandeert een variabele helling en dikte van de windingen een constantere 'ademhaling'. In elke stand van het horloge.

Er wordt weleens gefluisterd dat Rolex letterlijk alles binnenskamers afhandelt, maar dat is een tikkeltje overdreven.

Garantie gegarandeerd

Rolex is ook het enige horlogebedrijf dat zijn eigen olie ontwikkelt. Dat is opmerkelijk gezien de hele Zwitserse horloge-industrie slechts 100 liter smeermiddelen per jaar gebruikt: amper enkele microliter per uurwerk, verdeeld over 50 à 100 smeerpunten. Centraal bij de ontwikkeling van die olie staan de tribologen die de kennis van een ingenieur, chemicus en horlogemaker combineren om de wrijving van de diverse onderdelen te verminderen. Omdat wrijving slijtage betekent, en bij Rolex houden ze niet van dat woord.

Dat het najagen van nieuwe technieken, materialen en oplossingen centraal staat, mag blijken uit de meer dan 400 brevetten die Rolex op haar naam heeft. Al in 1933 ontwikkelde Rolex het Rolesor, een combinatie van goud en staal dat eigenschappen van beide verenigde: het nobele, stabiele en aantrekkelijke van goud met de hoge corrosiebestendigheid en stevigheid van Oystersteel.

Wie twijfelt aan het serieux van het merk en de duurzaamheid van haar producten, moet weten dat Rolex in 2015 en als eerste voor al haar horloges een garantie van vijf jaar meegaf. Dat was niet alleen een staaltje van zelfvertrouwen, het verstevigde ook de positie van Rolex op de tweedehandsmarkt. Op een veiling van kwaliteitsuurwerken merkt men dat meteen.

Er bestaan vele uitzonderlijke horlogemakers en evenzovele beroemde merken. Maar geen bezit de mythische uitstraling van Rolex. Bij de naam alleen al duiken kwaliteiten als onafhankelijkheid, perfectie, verbeelding en zelfs natuurbescherming op. En toch kan het merk niet terugblikken op een lange geschiedenis zoals Breguet, Audemars Piguet of Girard-Perregaux. Noch op een Zwitserse origine. Hans Wilsdorf, de stichter van het merk, kwam uit Beieren waar hij in 1881 in Kulmbach geboren werd. Op zijn twaalfde werd hij wees, maar die handicap zou hem ertoe dwingen vooral op zichzelf te vertrouwen en nooit op te geven. De unieke positie van Rolex heeft veel te maken met de instelling van zijn stichter, die al jong naar Londen trok. Eigenlijk ging hij voor twee fundamentele kwaliteiten: precisie en duurzaamheid. Dat hij in het eerste slaagde, bleek al in 1910 toen Rolex als eerste een Zwitsers chronometercertificaat kreeg van het COSC. Slechts 3 procent van alle Zwitserse horloges voldoet tegenwoordig aan die norm. Maar Rolex zette intussen zijn eigen norm op, en die is nog strenger dan die van het COSC. Volgens het officiële Zwitserse controle-orgaan mag de afwijking maximaal drie minuten per maand bedragen. Rolex stelde daar zijn eigen Superlative Chronometer-norm naast die een maximale afwijking van één minuut per maand tolereert. Tegelijkertijd was Wilsdorf bezeten door duurzaamheid en die obsessie ging gepaard met technische vernieuwingen. Rolex besteedt fortuinen aan technische perfectie. Dat was al zo in de jaren twintig. Wilsdorf verwierf zijn eerste grote triomf in 1926 met de Oyster, het eerste waterdichte horloge. Om de uitvinding wereldkundig te maken, werd een grootse reclamecampagne opgezet rondom de zwemster Mercedes Gleitze die met een Rolex om de pols het Kanaal overzwom. Tot op vandaag is het bedrijf een stevige speler op het gebied van duikhorloges: de 'oester'-technologie werd een begrip. Vijf jaar later stelde Rolex het eerste zelfopwindende polshorloge voor, de Perpetual. Het was een evolutie van het systeem dat de Britse horlogehersteller John Harwood in 1923 had bedacht. Rolex zorgde er als eerste voor dat het centraal gemonteerde, halfronde gewicht over 360 graden kon bewegen, waardoor de Perpetual meer energie kon genereren en zo'n 35 uur autonomie verkreeg.In 1945 debuteerde de Datejust, de eerste zelfopwindende chronometer in een waterdichte kast waarin de datum in een apart venster op de wijzerplaat te zien was. Toen Edmund Hillary in 1953 als eerste de Everest beklom, had ie een Rolex om de pols en dat was de aanzet voor de Explorer. Datzelfde jaar verscheen de Submariner, weer een duikhorloge maar dit keer veeleer voor professionelen. Toch zou dat type wereldwijd bekendheid verwerven als het favoriete horloge van James Bond. De klap op de vuurpijl kwam in 1963. Toen lanceerde Rolex het horloge dat elke succesrijke man nog altijd om de pols hoort te dragen - de Cosmograph Daytona. Kortom, de geschiedenis van Rolex leest als één oefening in the search of excellence en om die reden worden er intern vele beroepen uitgeoefend, met diverse specialisten voor elk onderdeel. Het bedrijf staat voor een hardnekkige onafhankelijkheid en streeft naar de complete controle over de meest essentiële onderdelen. Van het gieten van de goudlegeringen tot de machinale bewerking, afwerking en montage van het uurwerk, de kast, de wijzerplaat, de armband en de edelsteenzetting. Zo kan Rolex op alle vlakken voortdurend zijn kwaliteitseisen verhogen. Dat gebeurt ook door het opsporen van talent en vervolgens begeleiden en opleiden van het eigen personeel. Er wordt weleens gefluisterd dat Rolex letterlijk alles binnenkamers afhandelt, maar dat is een tikkeltje overdreven. Zo wordt het maken van het saffierglas en van de wijzers uitbesteed, maar dat is het zo een beetje. Het echte hart van een horloge, waar de spiraal klopt, wordt nochtans zelden door een horlogemerk zelf gebouwd. Niet verwonderlijk, dat spiraalvormige wonderkindje weegt één duizendste van een gram en is drie honderdste van een millimeter dik. Dé grote specialist terzake is Nivarox, dat door de Swatch Group werd opgeslorpt. Bij die overname liet Swatch weten dat het zich niet verplicht voelde om in de toekomst nog de concurrentie te bevoorraden. Bij het fanatiek onafhankelijke Rolex voelden ze de bui al hangen en gingen meteen aan de slag om een eigen spiraal te ontwikkelen. In 2000 verscheen hun eerder conservatieve spiraal uit een legering van Niobium en Zirkonium. De grondstoffen werden gekozen voor hun hoge weerstand tegen temperatuurverschillen en hun antimagnetische eigenschappen. De typische blauwe kleur werd vanaf 2005 aangebracht en resulteert uit een oppervlaktebehandeling die een langere stabiliteit in de tijd garandeert. De Parachroom-spiraal werd in de grotere herenuurwerken ingebouwd. Vanaf 2014 werd de Syloxi-spiraal bij de kleinere diameters gebruikt. Ze bestaat uit een mengsel van silicium en siliciumoxide met eveneens een hoge weerstand tegen extreme temperaturen en magnetische invloeden. Daarnaast optimaliseerde Rolex het trillingsgedrag dankzij een zelf ontwikkelde en gebrevetteerde geometrie. In lekentaal garandeert een variabele helling en dikte van de windingen een constantere 'ademhaling'. In elke stand van het horloge. Rolex is ook het enige horlogebedrijf dat zijn eigen olie ontwikkelt. Dat is opmerkelijk gezien de hele Zwitserse horloge-industrie slechts 100 liter smeermiddelen per jaar gebruikt: amper enkele microliter per uurwerk, verdeeld over 50 à 100 smeerpunten. Centraal bij de ontwikkeling van die olie staan de tribologen die de kennis van een ingenieur, chemicus en horlogemaker combineren om de wrijving van de diverse onderdelen te verminderen. Omdat wrijving slijtage betekent, en bij Rolex houden ze niet van dat woord. Dat het najagen van nieuwe technieken, materialen en oplossingen centraal staat, mag blijken uit de meer dan 400 brevetten die Rolex op haar naam heeft. Al in 1933 ontwikkelde Rolex het Rolesor, een combinatie van goud en staal dat eigenschappen van beide verenigde: het nobele, stabiele en aantrekkelijke van goud met de hoge corrosiebestendigheid en stevigheid van Oystersteel. Wie twijfelt aan het serieux van het merk en de duurzaamheid van haar producten, moet weten dat Rolex in 2015 en als eerste voor al haar horloges een garantie van vijf jaar meegaf. Dat was niet alleen een staaltje van zelfvertrouwen, het verstevigde ook de positie van Rolex op de tweedehandsmarkt. Op een veiling van kwaliteitsuurwerken merkt men dat meteen.